Naar boven ↑

Rechtspraak

Behandeld in Nieuwsbrief NOvA Tuchtrecht Updates - 2019-5

Dekenbezwaar. Vervolg op tussenbeslissing (ECLI:NL:TAHVD:2018:18). Eindbeslissing op het verwijt van de deken dat verweerder ten onrechte toevoegingen heeft aangevraagd/laten aanvragen op naam van een andere advocaat, werd aangehouden. Nadat die andere advocaat, die korte tijd op het kantoor van verweerder werkzaam is geweest, en een medewerker van de Raad voor Rechtsbijstand (RvR) als getuigen zijn gehoord, oordeelt het hof dat genoegzaam is gebleken dat die andere advocaat slechts 14 van de 74 zaken waarvoor op haar naam een toevoeging was aangevraagd, zelf heeft behandeld. Nu niet is gebleken dat zij actieve bemoeienis heeft gehad met de resterende zestig zaken waarvoor op haar naam, buiten haar medeweten en zonder haar toestemming, een toevoeging is aangevraagd door verweerder of door medewerkers van verweerder die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam zijn (geweest), is het hof van oordeel dat verweerder in strijd heeft gehandeld met de Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2016 van de RvR. Hierdoor heeft hij op een niet toelaatbare wijze gebruik gemaakt van het systeem van gefinancierde rechtsbijstand, dat al ernstig onder druk staat. Het vertrouwen dat de RvR als uitgangspunt neemt bij de toepassing van dit systeem heeft verweerder stelselmatig en in ernstige mate geschaad. Het hof rekent verweerder dit handelen, dat in strijd is met de kernwaarde (financiƫle) integriteit, ernstig aan. Nu tegen verweerder niet eerder een tuchtklacht is ingediend, volstaat het hof met het opleggen van een schorsing voor de duur van acht weken, waarvan vier weken voorwaardelijk.