Rechtspraak
Uitspraakdatum
04-05-2026
ECLI
ECLI:NL:TADRARL:2026:110
Zaaknummer
26-193/AL/OV
Inhoudsindicatie
Voorzittersbeslissing over advocaat van de wederpartij van klaagster in een familierechtelijk geschil. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerder afgaan op de van zijn cliënt verkregen informatie zonder nader onderzoek. Van misleiding van de rechter door verweerder is de voorzitter niet gebleken. Alhoewel de verwisseling van de namen van de zoons in het processtuk slordig was, is dat alleen nog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Kennelijk ongegrond.
Uitspraak
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden van 4 mei 2026 in de zaak 26-193/AL/OV naar aanleiding van de klacht van:
klaagster
over
verweerder
De voorzitter van de raad van discipline heeft kennisgenomen van de brief met bijlagen volgens de inventarislijst van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Overijssel (hierna: de deken) van 10 maart 2026 met kenmerk 2529704. Ook heeft de voorzitter kennisgenomen van de e-mail met bijlagen van klaagster van 17 maart 2026.
1 FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.
1.1 Klaagster en haar ex-partner zijn ouders van twee zonen, genaamd J en A.
1.2 Klaagster is verwikkeld in een echtscheidingsprocedure. Verweerder staat haar ex-partner hierin bij.
1.3 Op 15 mei 2025 heeft verweerder namens zijn cliënt een verzoekschrift tot wijziging van het gezamenlijk gezag en de zorgregeling ingediend. Onder punt 29 staat:
Het gezamenlijke gezag vereist in theorie dat ouders belangrijke beslissingen in gezamenlijkheid nemen en in het belang van de kinderen communiceren. Hiervan is in de praktijk echter geen sprake. De besluitvorming stagneert regelmatig: afspraken over medische behandelingen, therapieën of schoolkeuzes lopen telkens vast in onenigheid. Een schrijnend voorbeeld is de eerdergenoemde medische behandeling die voor [J] en [A] noodzakelijk werd geacht, maar waarbij de moeder haar toestemming weigerde. Hierdoor moest [A] bijvoorbeeld maanden wachten op de plaatsing van de buisjes in zijn oren en hij moest ook wachten op de inschrijving op een school in [H]. Voor de inschrijving van [J] in [H] moest de Gl zelf de rechter vragen om vervangende toestemming.
1.4 Op 7 oktober 2025, aangevuld op 24 november 2025, heeft klaagster bij de deken een klacht ingediend over verweerder.
2 KLACHT
De klacht houdt in, zakelijk weergegeven, dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door:
in het verzoekschrift een onjuist en misleidend feit te vermelden over klaagster, waarvan hij wist dan wel kon weten dat die informatie onjuist was, met de intentie om klaagster als ouder te schaden.
Toelichting: Verweerder heeft in zijn verzoekschrift onder punt 29 ten onrechte gesteld dat klaagster langere tijd geen toestemming zou hebben gegeven voor een medische ingreep (buisjes in zijn oren) bij haar jongste zoon A. Klaagster verwijst naar een rapport van de kinderarts van 4 september 2024 over A waaruit volgt dat het gehoor van A aan beide kanten voldoende was, dat geen negatieve invloed op zijn ontwikkeling had en er geen vervolgafspraak nodig was. Verweerder heeft deze schadelijke valse informatie bewust in zijn verzoekschrift opgenomen om klaagster van het ouderlijk gezag te laten ontheffen.
3 VERWEER
De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
4 BEOORDELING
4.1 Deze zaak betreft een klacht tegen de advocaat van de wederpartij van klaagster. Voor alle advocaten geldt dat zij in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Niet voor niets is partijdigheid een belangrijke kernwaarde voor advocaten (artikel 10a Advocatenwet). Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is. Wel moeten zij voorkomen dat zij de belangen van de wederpartij onnodig en op ontoelaatbare wijze schaden. Advocaten mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen zij niet bewust onjuiste informatie verschaffen om daarmee de rechter te misleiden. Verder geldt dat advocaten ervan mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Tot slot hoeven zij in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken met de middelen waarvan zij zich bedienen, opweegt tegen het nadeel dat zij daarmee aan de wederpartij toebrengen.
4.2 Verweerder heeft in zijn verweer aangevoerd dat hetgeen hij onder punt 29 in het verzoekschrift heeft vermeld een feitelijke weergave is van de informatie die hij van zijn cliënt heeft gekregen. Hij had geen reden om aan de juistheid daarvan te twijfelen. Na goedkeuring van het verzoekschrift door zijn cliënt heeft verweerder het verzoekschrift ingediend. Pas later bleek hem dat in punt 29 sprake was van verwisseling van de namen van de kinderen, want het ging niet om zoon A maar om zoon J. Dat is tijdens de zitting van 15 oktober 2025 ook rechtgezet. De inhoudelijke strekking van de passage was, los van de vergissing met de namen, feitelijk een juiste weergave.
4.3 Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerder afgaan op de van zijn cliënt verkregen informatie zonder nader onderzoek. Van misleiding van de rechter door verweerder is de voorzitter niet gebleken. Hij mocht afgaan op de versie van de gebeurtenissen omtrent de buisjes die zijn cliënt hem heeft meegedeeld, en hoefde daaromtrent geen eigen nader onderzoek te doen. Na ontdekking van de gemaakte vergissing ten aanzien van de namen van de kinderen in punt 29 heeft verweerder dat tijdens de zitting bij de rechtbank rechtgezet. Alhoewel de gemaakte verwisseling van de namen van de beide kinderen slordig was, is dat alleen nog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dit betekent dat de voorzitter de klacht kennelijk ongegrond zal verklaren.
BESLISSING
De voorzitter verklaart: de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond.
Aldus beslist door mr. J.U.M. van der Werff, voorzitter, bijgestaan door mr. M.M. Goldhoorn als griffier en uitgesproken in het openbaar op 4 mei 2026.
Griffier Voorzitter Verzonden op : 4 mei 2026
