Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

25-01-2022

ECLI

ECLI:NL:TADRSHE:2022:17

Zaaknummer

20-863/DB/LI

Inhoudsindicatie

Het stond verweerder vrij om aan de advocaat van de wederpartij van zijn cliënt te berichten dat zijn cliënt niet langer wenste dat klager als bemiddelaar tussen hem en de zus van klager optrad. De voorzitter heeft de klacht op juiste gronden kennelijk ongegrond verklaard.

Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond.

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort  ‘s-Hertogenbosch van 24 januari 2022

in de zaak 20-863/DB/LI

naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de [plaatsvervangend] voorzitter van de raad van discipline van 5 januari 2021 op de klacht van:

 

klager

 

tegen:

 

verweerder

 

 

1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1 Op 10 juni 2020, aangevuld op 15 juni 2020, heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Limburg (hierna: “de deken”) een klacht ingediend over verweerder.

1.2 Op 18 november 2021 heeft de raad het dossier met kenmerk K20-072 van de deken ontvangen.

1.3 Bij beslissing van  5 januari 2021 heeft de [plaatsvervangend] voorzitter van de raad (hierna: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard.

1.4 Op 12 januari 2021 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. De raad heeft het verzetschrift ontvangen per email van 12 januari 2021.  

1.5 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 6 december 2021. Daarbij waren aanwezig klager en verweerder.

1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de beslissing van de voorzitter is gebaseerd en van het verzetschrift. Ook heeft de raad kennisgenomen van de door klager overgelegde en voorgedragen spreekaantekeningen en van hetgeen overigens ter zitting naar voren is gebracht.

 

2 FEITEN en KLACHT

2.1 Voor een weergave van de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter. Tegen die weergave komt klager in verzet niet op.

 

3 VERZET

  3.1   De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in:

     a) er is geen gedegen onderzoek naar de klacht van klager verricht;

     b) het gedrag van verweerder heeft kostenverhogend gewerkt en het absurde dreigen  met een rechtsgang heeft vertragend gewerkt.  

 

4 BEOORDELING

4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.

4.2 De raad is op grond van het verzetschrift en de ter zitting afgelegde verklaringen van oordeel dat beide verzetgronden van klager niet slagen. Uit hetgeen door klager in zijn verzetschrift naar voren is gebracht en hetgeen ter zitting is verklaard is niet gebleken, dat aan de klacht andere feiten ten grondslag liggen dan de door de voorzitter in haar beslissing weergegeven feiten. Klager beklaagt zich over het optreden van verweerder als advocaat van de wederpartij van zijn zus. Klager is noch cliënt, noch wederpartij van verweerder. Het stond verweerder vrij om aan de advocaat van de wederpartij van zijn cliënt te berichten dat zijn cliënt niet langer wenste dat klager als bemiddelaar tussen hem en de zus van klager optrad. Dat zoals klager stelt, verweerder hiermee tegen de wens van zijn cliënt handelde, is door klager onvoldoende aangetoond en bovendien komt klager terzake geen klachtrecht toe. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval.

4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.

 

BESLISSING

De raad van discipline:

         

verklaart het verzet in beide onderdelen ongegrond.

Aldus beslist door mr. J.M.H. Schoenmakers, voorzitter, mrs. J.D.E. van den Heuvel en U.T. Hoekstra, leden, bijgestaan door mr. I.J.M. Huysmans-van Opstal, als griffier en uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2022.

 

Griffier                                                           Voorzitter

 

Verzonden op: 24 januari 2022