Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

01-04-2011

ECLI

ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1885

Zaaknummer

11-31

Inhoudsindicatie

Verweerster handelt niet klachtwaardig door te stellen de beleving van de relatie van klager en haar cliënte naar voren te brengen. Verweerster heeft zich daarbij niet onnodig grievend over klager uitgelaten en mocht afgaan op de informatie die haar cliënte verstrekte. Het stond verweerster vrij de rapportage van een therapeut over te leggen, nu deze rapportage met dit doel was geschreven en de advocaat van klager de rapportage eveneens over heeft gelegd.

Uitspraak

11-31

BESLISSING VAN DE VOORZITTER VAN DE RAAD VAN DISCIPLINE IN HET RECHTSGEBIED VAN HET GERECHTSHOF TE ARNHEM

de heer[ ],

wonende te[ ],

hierna te noemen klager

tegen

mevrouw mr.[ ],

advocaat te[ ],

hierna te noemen verweerster

1. Op 28 december 2010 heeft klager een klacht ingediend tegen verweerster. De klacht is door de Deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Zutphen, mr. A.P.J.M. de Bruyn, onderzocht. Na afronding van de klacht is de klacht bij brief van 7 maart 2011 ter kennis gebracht van de Raad van Discipline. De stukken zijn bij de raad ontvangen op 8 maart 2011.

2. Verweerster staat de ex-partner van klager bij in een geschil met betrekking tot de dochter van klager en zijn ex-partner. Klager heeft een procedure tot wijziging hoofdverblijfplaats van de dochter aanhangig gemaakt. Klager verwijt verweerster handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt. Verweerster is tekortgeschoten bij de uitoefening van haar werkzaamheden als advocate en heeft daarmee het belang van klagers dochter ernstig geschaad. Meer in het bijzonder verwijt klager verweerster dat zij:

a. onzorgvuldig heeft gehandeld door een brief van een therapeut in het geding te

brengen;

b. klager persoonlijk beschadigt, zonder relatie met de zaak;

c. haar cliënte onzorgvuldig informeert;

d. de procesgang verstoort.

3. Verweerster heeft gemotiveerd verweer gevoerd. De brief van de therapeut die verweerster in het geding heeft gebracht, betreft een brief die de advocaat van klager ook in het geding heeft gebracht. Kennelijk vonden beide partijen het stuk voor de beoordeling van de zaak relevant. Verweerster heeft in het kader van de belangenbehartiging van haar cliënte gedragingen van klager in het verleden naar voren gebracht. Verweerster is van mening dat voor een goed oordeel van de zaak c.q. begrip voor de opstelling van haar cliënte het nodig was deze gedragingen te benoemen. Verweerster ontkent een faxbericht van 12 juli 2010 van de advocaat van klager, waarin een voorstel tot mediation is opgenomen, te hebben ontvangen. Zij heeft haar cliënte daarom ook niet van een dergelijk voorstel op de hoogte kunnen brengen. Verweerster heeft de termijnen voor het voeren van verweer en het inbrengen van stukken steeds in acht genomen. Verweerster heeft er voor gekozen om in de procedure tot wijziging van de hoofdverblijfplaats van de minderjarige ter zitting verweer te voeren. Het verweerschrift is een dag voor de zitting toegestuurd. Verweerster had ook om aanhouding kunnen vragen.

4. Bij de beoordeling van de klacht zijn de volgende feiten relevant.

Verweerster stond de ex-partner van klager bij in het kader van een verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats van de dochter van klager en verweersters cliënte. Het verzoek is door klager aanhangig gemaakt. Voorafgaand aan het verzoek is GGnet, een organisatie voor geestelijke gezondheidszorg, betrokken geraakt bij de problematiek. De hulpvraag was of de leefsituatie van de dochter bij haar moeder veilig genoeg was. De therapeut, H, heeft een conceptbrief opgesteld en toegezonden aan de beide advocaten, met de bedoeling dat deze brief ter kennis van de rechter zou worden gebracht.

Op 16 september 2009 stond de mondelinge behandeling van het verzoek tot wijziging hoofdverblijfplaats gepland. Voorafgaande aan deze mondelinge behandeling heeft de advocaat van klager nadere stukken ingebracht, waaronder de brief van de therapeut bij GGnet. Daags voor de mondelinge behandeling heeft verweerster het verweerschrift toegezonden aan de rechtbank en aan de advocaat van klager. Bij het verweerschrift was eveneens gevoegd de conceptbrief van de therapeut.

Klager heeft een klacht tegen de therapeut ingediend, die deels gegrond is verklaard. De therapeut had zich er van moeten onthouden zich te mengen in de procedure door middel van het opstellen van de conceptbrief.

Verweerster heeft in het kader van het door haar gevoerde verweer naar voren gebracht dat kort voordat de relatie tussen klager en haar cliënte werd verbroken, klager zich agressief jegens haar cliënte heeft gedragen.

5. De voorzitter is van oordeel dat de klacht per voorzittersbeslissing kan worden afgedaan.

6. Verweerster is opgetreden als advocaat van de wederpartij van klager. Bij de beoordeling van een klacht over het optreden van een advocaat van een wederpartij moet in ogenschouw worden genomen dat aan een advocaat een grote mate van vrijheid toekomt om de belangen van zijn cliënt te behartigen op de wijze die hem passend voorkomt en dat deze vrijheid niet ten gunste van een tegenpartij mag worden beknot, tenzij bij de wijze waarop een advocaat de belangen van zijn cliënt behartigt de belangen van de tegenpartij nodeloos en op ontoelaatbare wijze worden geschaad. In het licht van deze maatstaf beoordeelt de voorzitter de klachtonderdelen als volgt.

Klachtonderdeel a.:

Verweerster had in het kader van het door haar te voeren verweer de beschikking over een brief van de therapeut verbonden aan GGnet. De advocaat van klager beschikte eveneens over deze brief. Beide advocaten hebben deze brief in het geding gebracht.  De voorzitter ziet niet in dat verweerster door het overleggen van de brief klachtwaardig zou hebben gehandeld. De brief was immers geschreven met het doel om deze in te brengen en beide advocaten en procespartijen vonden deze brief ook relevant getuige het feit dat de brief van beide kanten in het geding is gebracht. Het feit dat een klacht tegen de therapeut nadien gegrond is verklaard maakt dit niet anders. Het stond verweerster vrij de brief van de therapeut te overleggen, nu dit kennelijk ook zijn bedoeling was. Klachtonderdeel a. is daarom kennelijk ongegrond.

Klachtonderdeel b.:

In het kader van het te voeren verweer heeft verweerster het nodig gevonden om de relatieproblematiek zoals haar cliënte die heeft beleefd naar voren te brengen. Het stond verweerster vrij dat te doen gelet op de grote mate van vrijheid die zij heeft om de belangen van haar cliënte te behartigen op de wijze die haar goed dunkt. Verweerster mag daarbij afgaan op de informatie die zij van haar cliënte heeft ontvangen. Ook klachtonderdeel b. is daarom kennelijk ongegrond.

Klachtonderdeel c.:

Klager heeft overgelegd een brief d.d. 12 juli 2010 van zijn advocaat aan verweerster, waarin wordt gevraagd of de cliënte van verweerster bereid is tot mediation. Verweerster ontkent echter deze brief te hebben ontvangen. Bovenaan de brief staat het woord “concept”. Nu dit klachtonderdeel erop is gebaseerd dat deze brief door verweerster ten onrechte niet ter kennis is gebracht van haar cliënte en onvoldoende aannemelijk is geworden dat de brief daadwerkelijk door verweerster is ontvangen, is ook dit klachtonderdeel kennelijk ongegrond.

Klachtonderdeel d.:

Verweerster heeft ten behoeve van de eerste mondelinge behandeling die plaatsvond op 16 september 2009 daags voor de zitting een verweerschrift ingediend. Het stond verweerster vrij op een dergelijk late termijn een verweerschrift in te dienen, nu het verweerster eveneens vrij had gestaan om eerst op de mondelinge behandeling het verweer naar voren te brengen. Voor het overige heeft klager onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld. Klachtonderdeel d. is daarom eveneens kennelijk ongegrond.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing:

De klacht is in al zijn onderdelen kennelijk ongegrond.

Voorzitter

Deze beslissing is gegeven op 1 april 2011 door mr. M.J. Blaisse, voorzitter van de Raad van Discipline in het rechtsgebied van het gerechtshof te Arnhem, en in afschrift verzonden op 4 april 2011.