Naar boven ↑

Rechtspraak

Raadsbeslissing; gegrond dekenbezwaar. Verweerster heeft ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door zich in haar processtukken te vereenzelvigen met haar cliënten en daarmee de vereiste professionele deskundigheid niet in acht te nemen. Hiermee heeft verweerster in strijd gehandeld met de kernwaarde onafhankelijkheid. Daarnaast vertonen de processtukken van verweerster een ernstig gebreken in kwaliteit. Dit heeft niet alleen geleid tot afwijzing of niet-ontvankelijkverklaring van verzoeken, maar heeft de procedure van haar cliënten bovendien vertraagd. Behalve onbetamelijk vindt de raad de gedragingen van verweerster ook zorgelijk, omdat verweerster geen inzicht in de laakbaarheid van haar handelen heeft getoond. Verweerster heeft de adviezen en instructies van de deken niet opgevolgd. Ook op het concept van het dekenbezwaar heeft verweerster geen inhoudelijke reactie gegeven. Evenmin is verweerster op de zitting van de raad verschenen, zodat de raad niet bekend is met het verweer van verweerster. Gelet op deze omstandigheden, is de raad - ondanks het feit dat verweerster niet eerder tuchtrechtelijk veroordeeld is - van oordeel dat oplegging van een voorwaardelijke schorsing van acht weken passend en geboden is. De raad ziet gelet op de ernst van de verweten gedragingen aanleiding om naast de algemene voorwaarde aan deze voorwaardelijke schorsing een bijzondere voorwaarde te verbinden, namelijk een op kosten van verweerster te volgen coachingstraject met een coach, gespecialiseerd in het personen- en familierecht.