Rechtspraak
Klacht over de deken niet verwezen. Op basis van het dossier heeft het hof vastgesteld dat klager zijn klacht tegen mr. B in 2019, na kennisneming van het dekenstandpunt, heeft ingetrokken. Klager heeft op 8 april 2020 opnieuw/ een nieuwe klacht ingediend. De deken heeft die klacht toen onderzocht en aan de raad van discipline aangeboden. De raad heeft de klacht op 23 augustus 2021 niet-ontvankelijk verklaard (ECLI:NL:TADRARL:2021:184). Het door klager daartegen ingestelde beroep is door het hof van discipline behandeld, waarbij de uitspraak van de raad van discipline is bekrachtigd (uitspraak 30 mei 2022, ECLI:NL:TAHVD:2022:117). De voorzitter overweegt dat een klacht tegen een deken geen middel is om de inhoud van een dekenvisie over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen. Evenmin is het de bedoeling om, nadat de tuchtrechter op een klacht tegen een advocaat definitief heeft beslist, met een klacht tegen de betrokken deken(s) de discussie opnieuw te openen.
