Naar boven ↑

Rechtspraak

Dekenbezwaar. Er bestaan voldoende aanknopingspunten tussen het beroep van verweerder als advocaat en zijn doen en laten als bestuurder van onder meer een stichting voor een tuchtrechtelijke beoordeling. Verweerder had een persoonlijk belang bij zijn optreden als advocaat voor de stichting en deze “dubbele pet” heeft de onafhankelijkheid verweerder als advocaat aangetast. De belangen van de stichting kwamen niet (steeds) overeen met de belangen van verweerder als bestuurder en in privé. Door het aangaan van een A-B-C-transactie heeft verweerder zijn persoonlijke belang laten prevaleren boven het belang van de stichting. Ook uit een uitspraak van het gerechtshof blijkt dat verweerder zichzelf met die transactie financieel heeft willen bevoordelen.  Verweerder heeft ook niet voldaan aan zijn wettelijke verplichtingen als bestuurder door geen deugdelijke administratie te voeren. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.  Nu verweerder niet of nauwelijks inzicht heeft getoond in de ernst van zijn handelen en ook overigens geen blijk heeft gegeven van enige zelfreflectie, verzwaart het hof de door de raad opgelegde maatregel tot een onvoorwaardelijke schorsing van 13 weken.