Naar boven ↑

Rechtspraak

Verweerster heeft bij aanvang van de opdracht geen toevoeging voor klaagster aangevraagd. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster daarbij onvoldoende zorgvuldig gehandeld (gedragsregel 18). Weliswaar heeft zij de bij aanvang met klaagster gemaakte afspraken in de opdrachtbevestiging vastgelegd, maar verweerster heeft daarin niet, noch in een ander schriftelijk stuk, ook vastgelegd dat klaagster uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van haar eventuele recht op gefinancierde rechtsbijstand en zij ook begreep wat daarvan de gevolgen waren. Daarnaast heeft verweerster zich ontijdig want kort voor een zitting onttrokken (gedragsregel 14 lid 3). Naar het oordeel van de raad had verweerster, ook zonder de (te late) stukken van de wederpartij, naar de zitting bij het gerechtshof moeten gaan om de belangen van haar klaagster te behartigen die daarop ook mocht vertrouwen. Afhankelijk van de uitkomst van die zitting had het verweerster vrijgestaan om zich daarna alsnog aan de zaak van klaagster te onttrekken vanwege de ontstane vertrouwensbreuk. Berisping.