Naar boven ↑

Rechtspraak

Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen ongegrond. De raad heeft niet feitelijk kunnen vaststellen dat (k.o. 1) verweerster een vertrouwelijk en niet voor haar bestemd e-mailbericht heeft gedeeld met haar cliënten en ter zake actief contact heeft gezocht met de in het e-mailbericht genoemde advocaat (mr. S). Naar het oordeel van de raad stond het verweerster vrij om in het kader van de behartiging van de belangen van haar cliënten de context te schetsen en in dat verband melding te maken van tegen klager ingediende tuchtklachten, zodat hetgeen verweerster in randnummer 22 van de pleitnota heeft gesteld niet kan worden gekwalificeerd als onnodig grievend. Ook k.o. 2 is ongegrond. Het stond verweerster vrij om ter onderbouwing van de in kort geding ingestelde vordering namens haar cliënten te betogen dat de werkwijze van klager een dusdanig ongunstige uitwerking had op de geestelijke en lichamelijke gezondheidstoestand van de moeder dat verder vrij verkeer tussen klager en moeder onverantwoord was. Dat verweerster ter onderbouwing van dat betoog feiten heeft gesteld waarvan zij de onwaarheid kende of behoorde te kennen is de raad niet gebleken. Ook k.o. 3 over verweersters bereikbaarheid is ongegrond. Naar het oordeel van de raad stond het verweerster vrij om in overleg met haar cliënten te bepalen dat het in het kader van de behartiging van de belangen van haar cliënten niet wenselijk was om op alle e-mailberichten van klager te reageren. Ook van het niet beantwoorden van alle telefonische oproepen van klager kan verweerster naar het oordeel van de raad geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Dat klager dan wel zijn cliënte door het niet beantwoorden van e-mailberichten en telefonische oproepen in zijn/haar belangen is geschaad, is niet gebleken.