Naar boven ↑

Rechtspraak

Klaagster heeft een klacht ingediend tegen de advocaat van de wederpartij. Volgens klaagster heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door tijdens een mondelinge behandeling van een kort geding in strijd met de waarheid te zeggen dat hij het oordeel van de bedrijfsarts niet had, terwijl hij voorafgaand aan de mondelinge behandeling zowel via e-mail als via post een citaat daaruit had ontvangen. De Raad van Discipline in het ressort Amsterdam (hierna: de raad) heeft de klacht van klaagster in zoverre gegrond verklaard en heeft aan verweerder de maatregel van waarschuwing opgelegd. Verweerder is in beroep gekomen tegen de gegrondverklaring. Het beroep slaagt. Het hof vernietigt de beslissing van de raad voor zover de klachtonderdelen b) en d) daarin gegrond zijn verklaard en verklaart deze klachtonderdelen alsnog ongegrond.