Naar boven ↑

Rechtspraak

Raadsbeslissing. Klacht van derde gegrond. Het handelen van verweerder hangt zo nauw samen met verweerders beroepsuitoefening dat het advocatentuchtrecht in volle omvang van toepassing is. Verweerder had moeten begrijpen dat de wijze waarop hij klaagster heeft benaderd onbetamelijk is. De raad is van oordeel dat het verweer van verweerder, dat klaagster geen getuige was, moet worden gepasseerd. Immers, niet kon worden uitgesloten dat klaagster als getuige zou worden opgeroepen. Het op min of meer indringende wijze voorhouden van de consequenties die de reeds afgelegde verklaring en verdere bemoeienissen met de zaak voor klaagster zouden kunnen hebben is in strijd met de strekking van de hiervoor genoemde gedragsregels. Verweerder heeft door de wijze waarop hij klaagster heeft benaderd in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit. De raad heeft bij beslissing d.d. 13 oktober 2025 naar aanleiding van de door mevrouw H tegen hem ingediende klacht reeds aan verweerder een waarschuwing opgelegd. Indien in die klachtprocedure ook het in de onderhavige klachtprocedure gegrond bevonden tuchtrechtelijk verwijt aan de raad ter beoordeling was voorgelegd, zou dit in die klachtprocedure naar alle waarschijnlijkheid niet tot oplegging van een zwaardere maatregel hebben geleid. Om die reden ziet de raad in dezen af van het opleggen van een maatregel.