Rechtspraak
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiezaak. Gevoegde behandeling van twee klachtzaken. De klachten zijn gedeeltelijk niet-ontvankelijk, gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in het beroepschrift van 7 augustus 2024 onnodig grievende uitlatingen te doen. Dat verhoudt zich niet met de de-escalerende aanpak die van verweerster in een familierechtzaak mocht worden verwacht. Verweerster heeft met haar handelwijze de belangen van klager onnodig geschaad zonder redelijk doel. De raad heeft bij beslissing van 10 maart 2025 reeds aan verweerster een berisping opgelegd voor in het beroepschrift 6 mei 2024 opgenomen uitlatingen met een gelijke inhoud of strekking als de in de onderhavige klachtzaak als onnodig grievend beoordeelde uitlatingen in het beroepschrift van 7 augustus 2024. Indien in die vorige klachtprocedure, ook het in de onderhavige klachtprocedure gegrond bevonden tuchtrechtelijk verwijt aan de raad ter beoordeling was voorgelegd – wat goed mogelijk was nu het beroepschrift van 7 augustus 2024 dateert van voor de beslissing van de raad van 10 maart 2025 - zou dit in die klachtprocedure naar alle waarschijnlijkheid niet tot oplegging van een zwaardere maatregel hebben geleid. Om die reden ziet de raad in dezen af van het opleggen van een maatregel.
