Naar boven ↑

Rechtspraak

De deken verwijt verweerder in dit dekenbezwaar dat hij in strijd met de kernwaarden (financiële) integriteit en onafhankelijkheid heeft gehandeld. Met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht heeft verweerder bij de Raad van Discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de raad) geen inhoudelijk verweer gevoerd. De raad heeft geoordeeld dat er in strijd is gehandeld met de kernwaarde (financiële) integriteit en heeft aan verweerder de maatregel opgelegd van schorsing voor de duur van 26 weken. In hoger beroep heeft verweerder alleen inhoudelijk verweer gevoerd tegen het bezwaar dat hij financieel niet zorgvuldig (integer) heeft gehandeld. Het oordeel van de raad dat verweerder heeft gehandeld in strijd met de kernwaarde integriteit staat daarmee vast. Het hof komt tot het oordeel dat verweerder niet zorgvuldig heeft gedeclareerd en ziet (mede gelet op het feit dat het tot een deels andere beslissing dan de raad komt) aanleiding om de maatregel te matigen in die zin dat aan verweerder de maatregel zal worden opgelegd van een schorsing voor de duur van 12 weken waarvan 6 weken voorwaardelijk.