Rechtspraak
Klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij in een geschil over de beëindiging van het recht op bewoning van een appartement in een kasteel. De Raad van Discipline heeft de klacht, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, ongegrond verklaard, omdat niet is gebleken dat verweerder onjuiste informatie heeft verstrekt en evenmin is gebleken dat verweerder klagers belangen onnodig of onevenredig heeft geschaad. Het hof onderschrijft het oordeel van de raad dat verweerder niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden voor hetgeen door de vereniging tijdens de verschillende zittingen naar voren is gebracht. Van belang is ook dat verweerder zelf niet bij de zittingen aanwezig was. Met betrekking tot het klachtonderdeel dat verweerder (..) door te dreigen met executie van het uitzettingsvonnis en klager aldus te dwingen tot ondertekening van een VSO met de inhoud waarvan klager uit vrije wil niet zou hebben ingestemd, is het hof van oordeel dat het niet verweerder is die druk van het klager bedreigen met uithuiszetting heeft uitgeoefend. Al om deze reden kan verweerder hiervoor niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden. Verder is het namens de vereniging gedane voorstel geen dreigement, maar een feitelijke mededeling naar aanleiding van de uitspraak van de kantonrechter waarin klager is veroordeeld het appartement binnen twee weken te ontruimen.
