Rechtspraak
Klacht gaat over de advocaat van de wederpartij van klager in een geschil over de omgangsregeling. Verweerder heeft als partijdige belangenbehartiger in twee opvolgende e-mails aan klager het standpunt van zijn cliƫnte over de omgangsregeling en de mogelijke eenzijdige stopzetting daarvan uiteengezet en klager gewezen op de mogelijkheid om naar de rechter te stappen. Dat klager deze e-mails van verweerder als dreigend en provocerend en escalerend heeft ervaren, begrijpt de raad, maar dat alleen is onvoldoende om verweerder daarvan tuchtrechtelijk een verwijt te maken, temeer daar de verhuizing van klager naar Spanje de onderliggende oorzaak van het nieuwe geschil over de omgang was. Het was beter geweest als verweerder zijn tweede e-mail niet op zondag aan klager had gestuurd maar een dag later, maar dat is niet dusdanig ernstig dat verweerder daarvan tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt. Ongegrond.
