Rechtspraak
Klager heeft een klacht ingediend tegen zijn voormalig advocaat die hem heeft bijgestaan in een civielrechtelijke procedure. Klager verwijt verweerder (voor zover in hoger beroep van belang) dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door zich zes dagen voor de zitting bij het gerechtshof te onttrekken. De raad heeft deze klacht gegrond verklaard en aan verweerder de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het hiertegen door verweerder ingestelde hoger beroep slaagt. De zitting bij het gerechtshof betrof een comparitie na aanbrengen met uitsluitend als doel het beproeven van een schikking. Omdat klager zelf te kennen had gegeven niet aanwezig te zullen zijn, was de kans dat de zitting doorgang zou vinden nihil, terwijl zelfs in het geval de zitting wel doorgang zou hebben gevonden er geen sprake kon zijn van procedureel nadeel voor klager. Het hof vernietigt de beslissing van de raad voor zover de klacht met betrekking tot de onttrekking door verweerder gegrond is verklaard en verklaart de klacht ongegrond.
