Naar boven ↑

Rechtspraak

 Erfrechtelijk geschil. Gedragsregel 15 is naar het oordeel van de raad niet van toepassing omdat geen sprake is (geweest) van een advocaat-cliënt relatie tussen klager en verweerster. Klager is ook geen cliënt geworden doordat verweerster de broer van klager is gaan bijstaan die erfgenaam en vereffenaar was in de nalatenschap van hun moeder. Niet verweerster was de vereffenaar, zij stond haar cliënt in genoemde dubbele hoedanigheid bij. Uit de stukken is de raad gebleken dat verweerster bij haar optreden als advocaat van de broer van klager voldoende oog heeft gehad voor de belangen van klager als wederpartij/schuldeiser. Op grond van de wet moet een vereffening voltooid zijn voordat een nalatenschap kan worden verdeeld. Dat die vereffening van invloed is op de omvang van de nalatenschap is evident, maar niet is gebleken dat verweerster bij het doen van de voorstellen aan klager tot vereffening onvoldoende rekening heeft gehouden met de gerechtvaardigde belangen van klager. Haar cliënt en klager verschilden op een punt, de rente, van mening. Als advocaat verdedigde zij het belang van haar cliënt, maar zij probeerde ook een oplossing te zoeken en deed daartoe voorstellen. Daarbij heeft zij geen grenzen overschreden. Evenmin is gebleken dat verweerster zich anderszins onbetamelijk heeft gedragen richting klager. Verweerster heeft ook voldoende voortvarend en doelmatig opgetreden namens haar cliënt. Van het onredelijk uitoefenen van druk op klager door verweerster is geen sprake geweest. Haar e-mails zijn in neutrale bewoordingen opgesteld met daarin een feitelijk juiste weergave van het standpunt van haar cliënt. Klacht ongegrond.