Rechtspraak
Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft namens haar cliënt (de ex-partner van klaagster) in een familierechtelijk processtuk geschreven dat voor zover haar cliënt weet, er sprake is geweest van ongewenst seksueel gedrag door de vader van klaagster. Niet is gebleken dat verweerster hiermee informatie heeft verstrekt waarvan zij de onwaarheid kende of kon kennen. Klachtonderdeel a) is daarom ongegrond. Klachtonderdeel b) richt zich niet op de (on)waarheid van de informatie die verweerster namens haar cliënt heeft gegeven, maar – kort gezegd – op de toelaatbaarheid daarvan. De raad oordeelt dat dit klachtonderdeel wel gegrond is en dat verweerster met hetgeen zij heeft geschreven in het verweerschrift de grenzen heeft overschreden van de haar toekomende vrijheid om de belangen van haar cliënt te behartigen. Verweerster had kunnen volstaan met een algemene toelichting op de problemen die speelden binnen het gezin, zonder expliciet de link te leggen met vermeend ongewenst seksueel gedrag van de vader van klaagster. Verweerster had zich moeten realiseren dat deze informatie – die alleen vanuit haar cliënt tot haar is gekomen, zonder dat daarbij aanvullend of ondersteunend bewijsmateriaal beschikbaar was – ook (deels) onwaar zou kunnen zijn. Oplegging van een waarschuwing.
