Naar boven ↑

Update

Nummer 14, 2026
Uitspraken van tot

Onder het kopje ‘Selectie uitspraken door de NOvA’ wordt toegelicht waarom de uitspraken zijn geselecteerd. Door te klikken op het ECLI-nummer wordt u doorgeleid naar de database NOvA Tuchtrecht Updates.  

Onder het kopje ‘Samenvattingen’ vindt u de samenvattingen die door de tuchtcolleges ten behoeve van de publicatie zijn gemaakt. Deze samenvattingen zijn ook te vinden in de database NOvA Tuchtrecht Updates.  

Selectie uitspraken door de NOvA  

ECLI:NL:TADRAMS:2025:200: Waarschuwing wegens onvoldoende informatieplicht over kosten bij behandeling voornaamswijziging 
Deze zaak betreft een klacht van een cliënt tegen twee advocaten van hetzelfde kantoor over de behandeling van een dossier tot voornaamswijziging. Klaagster verwijt verweerster en verweerder onder meer dat haar belangen onvoldoende zijn behartigd, dat de kosten niet in verhouding stonden tot de werkzaamheden en dat zij onvoldoende is geïnformeerd over de kosten en de aanpak van de zaak. 

De raad stelt vast dat niet is gebleken dat de kwaliteit van de dienstverlening onder de maat was. De behandeling van het dossier bracht, ondanks de al verkregen beschikking, nog aanvullende werkzaamheden met zich mee, waaronder het verkrijgen en aanleveren van overige documenten en overleg met de gemeente. De vertraging in het dossier is grotendeels toe te rekenen aan de gemeente en aan het uitblijven van tijdige reacties van klaagster zelf. Ook is niet gebleken dat verweerders klaagster onjuist hebben geïnstrueerd. Dit onderdeel van de klacht wordt ongegrond verklaard.  

Ten aanzien van de declaraties oordeelt de raad dat er geen sprake is van excessief declareren. Klaagster was via de opdrachtbevestiging en de periodieke facturen met urenspecificaties op de hoogte van het gehanteerde uurtarief en de gemaakte kosten. Het totaal gedeclareerde bedrag staat in verhouding tot het aantal verrichte werkzaamheden en is deels alsnog gematigd. Aangezien er geen sprake is van excessief declareren, kan de tuchtrechter niet over het declaratiegeschil oordelen. Daartoe heeft hij geen bevoegdheid.  

De raad oordeelt verder dat verweerder tekort is geschoten in zijn informatieplicht, zoals bedoeld in gedragsregel 16. In de opdrachtbevestiging en verdere correspondentie ontbreekt een duidelijke uitleg over de mogelijke vervolgstappen, de slagingskansen en een inschatting van de daarmee gemoeide kosten. Dit klemt temeer nu de werkzaamheden in dit type zaken ook zonder advocaat verricht kunnen worden en de tijd die er overheen gaat voordat de beschikking is ingeschreven bij de gemeente van tevoren lastig is in te schatten. Door dit na te laten heeft verweerder bij klaagster onjuiste verwachtingen gewekt over de kosten en het verloop van de zaak. Dit klachtonderdeel wordt gegrond verklaard.  

De raad verklaart de klacht tegen verweerster volledig ongegrond en de klacht tegen verweerder gedeeltelijk gegrond. Verweerder wordt een waarschuwing opgelegd.

Echter heeft het hof van discipline de beslissing van de raad vernietigd (ECLI:NL:TAHVD:2026:170 Uitspraak - Overheid.nl | Tuchtrecht). Naar het oordeel van het hof was verweerder namelijk niet gehouden om klaagster erop te wijzen dat zij de registratie van haar voornaamswijziging ook zonder advocaat kon regelen. De opgelegde waarschuwing wordt vernietigd verklaard.

 

ECLI:NL:TADRSGR:2025:215: Voorwaardelijke schorsing wegens niet voldoen aan zware zorgplicht als gezamenlijk echtscheidingsadvocaat 
Deze zaak betreft een klacht tegen de eigen advocaat. Verweerster heeft opgetreden als gezamenlijk echtscheidingsadvocaat van klager en zijn ex-partner na een mediationtraject via netjesscheiden.nl en heeft het echtscheidingsverzoek ingediend met het tijdens het mediationtraject tot stand gekomen echtscheidingsconvenant. Klager verwijt verweerster dat zij niet aan haar zorgplicht heeft voldaan door na te laten het echtscheidingsconvenant te controleren op juridische juistheid, waardoor in klagers nadeel grote financiële fouten zijn gemaakt. Volgens klager heeft verweerster feitelijk als doorgeefluik gefungeerd voor de mediator, is geen navraag gedaan naar de relevante financiële gegevens en is het convenant niet gecontroleerd aan de hand van echte cijfers en documenten. 

De raad stelt voorop dat op de advocaat die optreedt als enige advocaat van twee partijen om een echtscheiding tot stand te brengen een zware zorgplicht rust. De advocaat dient zich ervan te vergewissen dat beide partijen de regeling zoals in een convenant opgesteld begrijpen en dat, indien een partij met minder genoegen neemt dan waarop zij aanspraak kan maken, deze partij die concessie welbewust aanvaardt. Die verplichting bestaat ook als de advocaat dat convenant niet heeft opgesteld en hij daartoe geen opdracht heeft gekregen. De advocaat draagt immers verantwoordelijkheid voor de inhoud van de stukken die hij bij de rechtbank indient. Het hiervoor geformuleerde uitgangspunt raakt de kernwaarde van de partijdigheid, die uitzondering lijdt in het geval een advocaat in een echtscheidingskwestie voor beide partijen optreedt. Juist omdat het optreden voor beide partijen een uitzonderingssituatie is, dient dat optreden met bijzondere waarborgen te worden omkleed. 

Naar het oordeel van de raad is verweerster daarin tekortgeschoten. Verweerster heeft klager en de ex-partner één of twee keer gesproken na afronding van het mediationtraject, maar heeft niet vastgelegd wat er is besproken. Nergens blijkt uit dat verweerster met klager (en de ex-partner) heeft besproken welke financiële gevolgen het convenant zou hebben. Gelet op de inhoud en verstrekkende financiële gevolgen had verweerster dit uitdrukkelijk moeten bespreken en schriftelijk moeten vastleggen. 

Verweerster lijkt bovendien haar verantwoordelijkheid af te willen schuiven op klager en de ex-partner. Dat partijen bepaalde stukken niet hebben aangeleverd, ontslaat verweerster niet van haar eigen verantwoordelijkheid als advocaat. Verweerster had alle relevante zaken met partijen moeten bespreken en zo nodig navraag moeten doen naar bijvoorbeeld de waarde van een eerdere woning.  

Naar het oordeel van de raad heeft verweerster volstrekt niet voldaan aan de op haar rustende zware zorgplicht. De raad verklaart de klacht gegrond en legt de maatregel van een voorwaardelijke schorsing van vier weken op. 

ECLI:NL:TADRAMS:2025:196: Waarschuwing wegens onnodig grievende uitlatingen over familie wederpartij 
Deze zaak betreft een klacht tegen de advocaat van de wederpartij die klaagsters ex-partner bijstaat in een echtscheidingsprocedure. Klaagster verwijt verweerster dat zij in een verweerschrift onjuiste en schadelijke informatie heeft opgenomen over de vader van klaagster, onder meer door hem in verband te brengen met vermeend ongewenst seksueel gedrag. Hiermee zou verweerster de reputatie van klaagster en haar familie hebben geschaad. 

De raad stelt voorop dat een advocaat ruime vrijheid heeft om de belangen van haar cliënt te behartigen, maar dat deze vrijheid grenzen kent, met name in familierechtelijke zaken waarin terughoudendheid is gebonden. Van een advocaat mag worden verwacht dat zij zich onthoudt van onnodig grievende of schadelijke uitlatingen, zeker wanneer deze niet met voldoende zekerheid kunnen worden vastgelegd, hoewel een advocaat slechts in uitzonderingsgevallen is gehouden de juistheid van de informatie te controleren. 

Ten aanzien van de vraag of verweerster onjuiste informatie heeft verstrekt over de vader van klaagster, oordeelt de raad dat niet is gebleken dat verweerster bewust onjuiste feiten heeft geponeerd. Verweerster mocht in beginsel afgaan op de informatie van haar cliënt. Dat klaagster de inhoud betwist, maakt dit niet anders. Dit klachtonderdeel wordt daarom ongegrond verklaard.  

Ook wordt verweerster verweten dat de wijze waarop de informatie in het verweerschrift is opgenomen niet passend en onprofessioneel is. De raad oordeelt dat verweerster met de gekozen formulering de grenzen van haar processuele vrijheid heeft overschreden. Hoewel het begrijpelijk was dat verweerster de zorgen van haar cliënt wilde verwoorden, had zij dit op minder verstrekkende wijze kunnen doen. Het expliciet opnemen van ernstige beschuldigingen over vermeend seksueel grensoverschrijdend gedrag, zonder dat hiervoor ondersteunend bewijs aanwezig was, heeft de belangen van klaagster onnodig geschaad. Verweerster had zich in haar bewoordingen terughoudender moeten opstellen en had kunnen volstaan met een algemenere beschrijving van de zorgen binnen het gezin.  

De raad verklaart de klacht daarom gedeeltelijk gegrond en er wordt een waarschuwing opgelegd aan verweerster.  

ECLI:NL:TADRSGR:2025:217: Berisping wegens faciliteren en ondersteunen van dreigement met aangifte 
Deze zaak betreft een klacht tegen de advocaten van de wederpartij. Verweerders hebben hun cliënten bijgestaan in een zakelijk geschil over de afwikkeling van een samenwerkingsverband. Tijdens een bespreking waarbij ook verweerders aanwezig waren, heeft een (door cliënten ingeschakelde) adviseur een voorstel gedaan inhoudende dat aangifte bij de FIOD en de politie van (fiscale) fraude zou worden gedaan, tenzij klagers hun belangen in de vennootschap zouden overdragen. Klagers verwijten verweerders dat zij hun medewerking hebben verleend aan dit voorstel. 

De raad stelt voorop dat advocaten bij de behartiging van de belangen van hun cliënt een ruime mate van vrijheid hebben, maar dat zij de belangen van de wederpartij niet onnodig of op ontoelaatbare wijze mogen schaden. Naar het oordeel van de raad vormt het door de adviseur gedane voorstel een dreigement, waarbij het doen van aangifte bij de FIOD en de politie is ingezet als ‘ruilmiddel’ in het kader van de onderhandelingen. Klagers zijn hierdoor onevenredig in hun belangen geschaad. Een dergelijk voorstel is niet geoorloofd. 

De raad overweegt dat niet kan worden vastgesteld dat verweerders voorafgaand aan de bespreking volledig met het voorstel van de adviseur bekend waren, zodat niet van hen kon worden verlangd dat zij tijdens de bespreking direct ingrepen. Zij hadden echter wel na de bespreking het voorstel moeten corrigeren of daarvan uitdrukkelijk afstand moeten nemen. Door dat na te laten, hebben verweerders het voorstel gefaciliteerd en ondersteund. De raad benadrukt dat hij de strafrechtelijke kwalificatie van de feiten in het midden laat, omdat het oordeel daarover niet aan de tuchtrechter is. 

Naar het oordeel van de raad hebben verweerders door hun handelwijze de kernwaarde integriteit geschonden. De klacht wordt gegrond verklaard. De raad acht voor beide verweerders de maatregel van berisping passend. 

Samenvattingen (bron: tuchtcolleges) 

2. Eigen advocaat

3. Advocaat wederpartij