Naar boven ↑

Rechtspraak

Behandeld in Nieuwsbrief NOvA Tuchtrecht Updates 18/2020

Klacht over de eigen cassatieadvocaat. De raad heeft de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. Het hof stelt voorop dat als er geen correspondent-advocaat, als tussenschakel in het contact tussen cliënt en cassatieadvocaat, optreedt, de cassatieadvocaat zelf meer en vaker aandacht moet geven aan de voorlichting aan cliënt en aan het schriftelijk vastleggen van die voorlichting. De cassatieadvocaat dient in dat geval onder meer ervoor te zorgen dat  misverstanden in de ruimste zin bij de cliënt rond de cassatieprocedure zoveel mogelijk worden voorkómen. Verder overweegt het hof dat een advocaat (in de communicatie met de cliënt) over financiële aangelegenheden rond zijn optreden nauwgezet en transparant dient te zijn. Het niet nakomen door een advocaat van de plicht tot het maken van heldere afspraken over de kosten die het dekkingsmaximum van de rechtsbijstandsverzekeraar te boven gaan, kan wellicht nog door de tuchtrechtelijke beugel wanneer duidelijk is dat de totale kosten naar redelijke verwachting het dekkingsmaximum niet te boven zullen gaan. Dit wordt echter anders als die kosten dat maximum wél blijken te overstijgen en de advocaat zonder tevoren met de cliënt gemaakte afspraken dat surplus aan hem in rekening brengt, zoals in dit geval is gebeurd. Verweerder treft in dit verband een extra tuchtrechtelijk verwijt omdat hij ruim een halfjaar na de datum van een niet aan klager verstuurde factuur betreffende bedoeld surplus aan klager een “herinneringsfactuur” verstuurt en hij pas anderhalve maand later - lopende de klachtprocedure bij de deken - klager bericht dat hij die factuur niet behoeft te betalen en hij ter zake een creditfactuur tegemoet kan zien. Dat verweerder in dat bericht ruiterlijk zijn excuses aan klager heeft aangeboden kan niet verhelen dat hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het hof acht dit onderdeel van de klacht dan ook gegrond. Maatregel: waarschuwing.