Naar boven ↑

Rechtspraak

Behandeld in Nieuwsbrief NOvA Tuchtrecht Updates - 2020-12

Verweerder heeft werkzaamheden verricht voor een natuurlijke persoon. De facturen voor deze werkzaamheden zijn betaald door een derde, een vennootschap. Met de wijze van factureren heeft verweerder volgens de deken de mogelijkheid in het leven geroepen voor de vennootschap om de op basis van de facturen verschuldigde btw te verrekenen, terwijl geen sprake is van met btw belaste levering van diensten aan de vennootschap. De deken acht deze werkwijze tuchtrechtelijk verwijtbaar. De raad oordeelt anders. Volgens de raad heeft verweerder gedeclareerd conform de gemaakte afspraken en de onderlinge verhoudingen. Een advocaat hoeft slechts onderzoek te doen naar het doel van de betaling door een derde, als hij in redelijkheid twijfelt aan dat doel. Verweerder heeft in de facturen onder ‘betreffende’ en in de specificaties geen misverstand laten bestaan over de aard van de werkzaamheden en de belanghebbende erbij. Welke consequenties de vennootschap eventueel aan de declaraties verbindt, is irrelevant voor de beslissing omdat dit een aangelegenheid betreft waar verweerder buiten staat. De raad verklaart het dekenbezwaar ongegrond.