Naar boven ↑

Rechtspraak

Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat deels niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop en deels kennelijk ongegrond. Aangenomen wordt dat de gevolgen van het vermeende nalaten van verweerder klaagster pas later bekend zijn geworden, doch nu klaagster vervolgens niet binnen de in artikel 46g lid 2 van de Advocatenwet genoemde termijn van een jaar heeft geklaagd is zij in zoverre niet-ontvankelijk. Het stond verweerder voorts vrij om werkzaamheden te beƫindigen, termijn van acht weken bood in beginsel voldoende ruimte voor het vinden van een andere advocaat.