Rechtspraak
Uitspraakdatum
26-10-2026
ECLI
ECLI:NL:TADRAMS:2026:247
Zaaknummer
26-270/A/A
Inhoudsindicatie
Verzet ongegrond.
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam van 26 oktober 2026 in de zaak 26-270/A/A naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van discipline van 18 mei 2026 op de klacht van:
klager
over:
verweerder gemachtigde: [kantoorgenoot]
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE 1.1 Op 16 september 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder. 1.2 Op 30 maart 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2524419/EvR/FS van de deken ontvangen. 1.3 Bij beslissing van 18 mei 2026 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. 1.4 Bij brief van 9 juni 2026, door de raad ontvangen op 11 juni 2026, heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. 1.5 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 14 september 2026. Daarbij waren klager en verweerder aanwezig. 1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift.
2 VERZET 2.1 De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in: 2.2 De voorzitter heeft overwogen: “Dat verweerder zich agressief of intimiderend richting klager heeft opgesteld, heeft klager niet geconcretiseerd en wordt door verweerder betwist.” Klager heeft dit wel geconcretiseerd met een transcript van een geluidsopname van het klachtgesprek van 15 augustus 2025. In de beslissing wordt over het transcript niets teruggelezen, zodat klager zich afvraagt of het transcript wel onderdeel is geweest van het dossier van de voorzitter en of het dus bij de beoordeling is betrokken. 2.3 Ook benoemt klager enkele onzorgvuldigheden bij de Orde van Advocaten in de gevolgde klachtenprocedure. 2.4 Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet niet op.
3 FEITEN EN KLACHT 3.1 Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.
4 BEOORDELING 4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten. 4.2 De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet slagen. Het transcript van het gesprek van 15 augustus 2025 zit in het dossier als bijlage bij de repliek van klager, met inventarisnummer 03 1. De voorzitter heeft in de beslissing van 18 mei 2026 ook aangegeven kennis te hebben genomen van de op de inventaris genoemde bijlagen. Daaronder moet dus ook bijlage 03 1, het transcript, worden verstaan. Dat de voorzitter niet uitgebreid is ingegaan op de inhoud van het transcript, levert ook geen gegrond verzet op. Alleen feiten die relevant zijn voor de beoordeling van een tuchtklacht dienen te worden vermeld en de voorzitter komt beoordelingsruimte toe om daarin tot een eigen weging te komen. Naar oordeel van de raad heeft de voorzitter daarbij rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Het verzet slaagt in zoverre niet. 4.3 Ook de eventuele onzorgvuldigheden die volgens klager zouden hebben plaatsgevonden in de onderzoeksfase bij de deken, leveren geen gegrond verzet op aangezien daaruit geen aanknopingspunten volgen waarom de beslissing van de voorzitter onjuist is. 4.4 Er hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. M.V. Ulrici, voorzitter, mrs. F.J.J. Baars en mr. C.C. Horrevorts, leden, bijgestaan door mr. M.A.A. Traousis als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 26 oktober 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 26 oktober 2026
