Rechtspraak
Uitspraakdatum
28-08-2026
ECLI
ECLI:NL:TADRSGR:2026:204
Zaaknummer
26-731/DH/DH/H
Inhoudsindicatie
Herzieningsverzoek niet-ontvankelijk.
Uitspraak
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 28 augustus 2026 in de zaak 26-731/DH/DH/H
naar aanleiding van het herzieningsverzoek van:
verzoeker
en
verzoekster gemachtigde: [verzoeker]
samen genoemd: verzoekers
met als belanghebbende:
verweerster
1 HERZIENINGSVERZOEK 1.1 Bij voorzittersbeslissing van 2 augustus 2023, ECLI:NL:TADRSGR:2023:161, is de klacht van verzoekers over verweerster kennelijk ongegrond verklaard. 1.2 Bij beslissing van 29 januari 2024, ECLI:NL:TADRSGR:2024:22, is het verzet van verzoekers tegen de voorzittersbeslissing ongegrond verklaard. 1.3 Op 18 augustus 2026 hebben verzoekers een herzieningsverzoek ingediend, omdat er volgens hen sprake is van zware misleiding door verweerster omdat zij heeft verzuimd dingen te vermelden.
2 BEOORDELING 2.1 De voorzitter stelt voorop dat de Advocatenwet niet voorziet in de mogelijkheid tot herziening van een uitspraak van de tuchtrechter. Daarom wordt de indiener van een verzoek tot herziening van een uitspraak van de raad van discipline in zijn verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Als het herzieningsverzoek afkomstig is van de verwerende advocaat, kan daarvan bij uitzondering worden afgeweken, zoals volgt uit artikel 1 van het Herzieningsprotocol raden van discipline (hierna: Herzieningsprotocol). Dat geldt niet voor herzieningsverzoeken die afkomstig zijn van een klagende partij. Deze klagende partij wordt op grond van artikel 1.3 van het Herzieningsprotocol Raden van Discipline niet-ontvankelijk verklaard door de voorzitter. De voorzitter zal dat ook in dit geval doen.
BESLISSING De voorzitter verklaart klagers niet-ontvankelijk in hun herzieningsverzoek.
Aldus beslist door mr. S.M. Krans, voorzitter, bijgestaan door mr. M.A.A. Traousis als griffier en uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 28 augustus 2026
