Rechtspraak
Uitspraakdatum
03-08-2026
ECLI
ECLI:NL:TADRSGR:2026:186
Zaaknummer
26-022/DH/DH
Inhoudsindicatie
Raadsbeslissing. Klacht over het omzeilen van gedragsregel 25 door de advocaat van de wederpartij. De door de cliënt ingeschakelde vertegenwoordiger kan niet worden aangemerkt als een hulppersoon van verweerster. Klacht ongegrond.
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 3 augustus 2026 in de zaak 26-022/DH/DH naar aanleiding van de klacht van:
klager
over:
verweerster gemachtigde: mr. S.P. Koerselman
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE 1.1 Op 11 oktober 2024 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster. 1.2 Op 12 januari 2026 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K206 2024 van de deken ontvangen. 1.3 De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 22 juni 2026. Klager was daarbij (met bericht) niet aanwezig. Verweerster en haar gemachtigde waren wel aanwezig. 1.4 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen. Ook heeft de raad kennisgenomen van de aanvullende stukken van verweerster van 4 maart 2026 en van klager van 12 maart 2026.
2 FEITEN 2.1 Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten. 2.2 Verweerster heeft de ex-partner van klager bijgestaan in een echtscheidingsprocedure. 2.3 Verweerster heeft op 24 september 2024 als “procesadvocaat” van de ex-partner van klager gemaild met de advocaat van klager over het kiezen van een taxateur. 2.4 Op 1 oktober 2024 heeft de heer [G] gemaild naar klager (cc naar de advocaat van klager) over het laten taxeren van de woning en het kiezen van een taxateur. Onderaan die e-mail (en alle andere e-mails van hem) wordt verweerster als één van de partners genoemd. De advocaat van klager heeft direct aan de heer [G] bericht dat hij zich niet rechtstreeks tot klager mag wenden en dat klager niet zal reageren. Ook heeft de advocaat van klager aan verweerster bericht dat de zaak bij haar in behandeling is, dat zij verantwoordelijk is voor personen die zich met de zaak bezighouden en dat klager niet door kantoorgenoten van verweerster mag worden benaderd. De heer [G] heeft diezelfde dag gereageerd in een e-mail naar klager en zijn advocaat, waarop de advocaat van klager wederom heeft gereageerd dat de communicatie alleen via verweerster mag lopen. Verder verzoekt de advocaat van klager de heer [G] om in het vervolg aan te geven of hij namens verweerster schrijft, waarop de heer [G] wederom heeft gereageerd in een e-mail naar klager en zijn advocaat, kort gezegd dat hij zich mag wenden tot wie hij wil. Direct hierna heeft de advocaat van klager aan verweerster bericht dat zij niet meer zal reageren op berichten van de heer [G], waarbij zij verweerster, als advocaat in deze procedure, verzoekt om erop toe te zien dat klager in deze kwestie niet rechtstreeks wordt aangeschreven door derden. 2.5 In het vervolg op de in 2.3 genoemde e-mail heeft de heer [G] op 7 oktober 2024 namens de ex-partner een e-mail naar klager gestuurd over het toelaten van een taxateur tot de woning, en heeft hij een vergelijkbare e-mail naar de advocaat van klager gestuurd. 2.6 Op 11 oktober 2024 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerster.
3 KLACHT De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerster dat zij gedragsregel 25 heeft geschonden of omzeild, door haar hulppersoon rechtstreeks contact te laten zoeken met klager.
4 VERWEER 4.1 Verweerster heeft toegelicht dat de heer [G] niet kan worden beschouwd als haar hulppersoon. Zij is voor zijn handelen niet verantwoordelijk. Na de echtscheidingsprocedure was haar cliënte (de ex-partner van klager) financieel niet in staat om zich door verweerster te laten bijstaan in de verdeling van de huwelijksgemeenschap, omdat zij het honorarium van verweerster niet zou kunnen betalen. Verweerster heeft haar cliënte daarop diverse professionele partijen voorgesteld die haar zouden kunnen helpen tegen een lager tarief, onder wie de heer [G]. Haar cliënte heeft toen zelfstandig opdracht gegeven aan de heer [G] om haar bij te staan in verschillende kwesties. De heer [G] heeft de cliënte van verweerster vervolgens jarenlang bijgestaan in het conflict over de verdeling van het huwelijksvermogen, onder andere over de verkoop van de woning, waarbij hij veelvuldig en zonder probleem contact heeft gehad met klager en diens (voorgaande) advocaat. Verweerster is hierbij niet betrokken geweest. Pas toen er geprocedeerd moest worden, is verweerster de ex-partner van klager weer gaan bijstaan. Daarvoor heeft zij informatie opgevraagd bij de heer [G]. Zij heeft zich in de procedure terughoudend opgesteld om de kosten voor haar cliënte te beheersen, maar ook omdat klager haar heeft beledigd vanwege haar afkomst.
5 BEOORDELING Toetsingskader 5.1 Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor alle advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie te controleren. Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij aan de wederpartij toebrengen. 5.2 Gedragsregel 25 lid 1 luidt: De advocaat stelt zich met een partij betreffende een aangelegenheid, waarin deze naar hij weet door een advocaat wordt bijgestaan, niet anders in verbinding dan door tussenkomst van die advocaat, tenzij deze laatste hem toestemming geeft rechtstreeks met die partij in verbinding te treden. Deze regel geldt onverminderd wanneer de bedoelde partij zich tot de advocaat wendt. Beoordeling 5.3 Niet in geschil is dat de heer [G] rechtstreeks in contact is getreden met klager, in ieder geval op 1 en 7 oktober 2024. Ook is niet in geschil dat een gedragsregel die voor een advocaat geldt niet mag worden omzeild door de gedraging door een ander, in dit geval een jurist (en geen advocaat), te laten verrichten. Partijen verschillen echter van mening over de vraag of het handelen van de heer [G] aan verweerster kan worden toegerekend. 5.4 De raad volgt verweerster in haar betoog dat de heer [G] in zijn contacten met klager niet kan worden aangemerkt als een hulppersoon van verweerster. Uit de toelichting van verweerster volgt dat de heer [G] is ingeschakeld door de ex-partner van klager en jarenlang zelfstandig deze vrouw heeft vertegenwoordigd, zonder dat verweerster daarbij betrokken was. Slechts nadat zij weer door haar cliënte werd gevraagd om een procedure te starten (over kwesties waarmee de heer [G] zich bezighield), heeft zij met de heer [G] contact gehad om relevante informatie te verkrijgen ten behoeve van de procedure. Uit het dossier blijkt niet dat de heer [G] in opdracht van of onder de verantwoordelijkheid van verweerster de verweten e-mails heeft gestuurd. Sterker nog, verweerster heeft aangegeven dat zij, toen zij erop werd geattendeerd dat de heer [G] rechtstreeks contact met klager had opgenomen, hem erop heeft gewezen dat de correspondentie beter aan de advocaat van klager kan worden gericht. De raad heeft geen aanleiding om daaraan te twijfelen. 5.5 Van een schending van gedragsregel 25 die aan verweerster kan worden toegerekend, is dan ook geen sprake. De klacht is ongegrond.
BESLISSING De raad van discipline verklaart de klacht ongegrond.
Aldus beslist door mr. S.M. Krans, voorzitter, mrs. A. Schaberg en H. Warendorp Torringa, leden, bijgestaan door mr. M.A.A. Traousis als griffier en uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 3 augustus 2026
