Rechtspraak
Uitspraakdatum
03-08-2026
ECLI
ECLI:NL:TADRSGR:2026:188
Zaaknummer
26-012/DH/RO
Inhoudsindicatie
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijk geschil. Verweerder is met zijn uitlating (net) over de grens van het toelaatbare gegaan. Hij heeft met deze uitlating het geschil onnodig op de spits gedreven. Bij het opleggen van de maatregel weegt de raad mee dat verweerder niet getuigt van enige (zelf)reflectie. De raad volstaat staat met een waarschuwing.
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 3 augustus 2026 in de zaak 26-012/DH/RO naar aanleiding van de klacht van:
klaagster
over
verweerder
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE 1.1 Op 3 november 2025 heeft klaagster bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Rotterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder. 1.2 Op 8 januari 2026 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk R 2025/121 van de deken ontvangen. 1.3 De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 15 juni 2026. Daarbij waren klaagster en verweerder aanwezig. 1.4 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 10. Ook heeft de raad kennisgenomen van de door klaagster op 1 juni 2026 nagezonden e-mail met bijlagen.
2 FEITEN 2.1 Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten. 2.2 Klaagster is verwikkeld in een familierechtelijk geschil met haar ex-partner. Verweerder staat de ex-partner daarin bij als advocaat. Uit de relatie tussen klaagster en haar ex-partner is een kind geboren. 2.3 In een door klaagster aanhangig gemaakt kort geding heeft verweerder in zijn conclusie van antwoord– voor zover van belang – het volgende opgenomen: “De man snapt wel dat de vrouw een snelle beslissing wil – en haast lijkt te hebben, maar een en ander is voortvloeiend uit de door haar gemaakte levenskeuzes. Zij had een eerdere procedure kunnen gebruiken om dit bespreekbaar te maken. Zij had ervoor kunnen kiezen niet zwanger te raken. Zij had de benoeming van een BC kunnen afwachten. De vrouw zou dit verzoek immers zelf oppakken. Dat er nu even snel snel moet worden verhuisd is niet in overeenstemming met de belangen van [de minderjarige]. De man ziet dan ook graag de vraag aan de vrouw gesteld wat zij gaat doen, wanneer uw rechtbank de vordering afwijst of niet-ontvankelijk verklaart. Of dat zij haar huidige woning bijvoorbeeld al heeft opgezegd? Wat gaat de vrouw doen als ze ongelijk krijgt?” 2.4 Op 3 november 2025 heeft klaagster onderhavige klacht over verweerder ingediend.
3 KLACHT 3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door in een door hem bij de rechtbank ingediend processtuk de hiervoor geciteerde zin “Zij had ervoor kunnen kiezen niet zwanger te raken” op te nemen. 3.2 De raad zal hierna op de klachtonderdelen ingaan.
4 VERWEER 4.1 Verweerder heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De raad zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
5 BEOORDELING Toetsingskader 5.1 Het gaat hier om de beoordeling van het handelen van de advocaat van de wederpartij. Een advocaat geniet een grote mate van vrijheid om de belangen van zijn cliënt te behartigen op de wijze die hem passend voorkomt. Deze vrijheid mag niet ten gunste van een wederpartij worden beperkt, tenzij haar belangen nodeloos en op ontoelaatbare wijze worden geschaad. Zo mag de advocaat (a) zich niet onnodig grievend uitlaten over de wederpartij, (b) geen feiten poneren waarvan hij de onwaarheid kent of redelijkerwijs kan kennen en (c) bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt de belangen van de wederpartij niet onnodig of onevenredig schaden zonder redelijk doel. De advocaat hoeft in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat hij voor zijn cliënt wil bereiken met de middelen waarvan hij zich bedient, opweegt tegen het nadeel dat hij daarmee aan de wederpartij toebrengt. Wel moet de advocaat zich onthouden van middelen die op zichzelf beschouwd ongeoorloofd zijn of die, zonder dat zij tot enig noemenswaardig voordeel van zijn cliënt strekken, onevenredig nadeel aan de wederpartij toebrengen. Daarbij geldt voor een advocaat in familiekwesties aanvullend nog dat hij/zij in het algemeen moet waken voor onnodige polarisatie tussen de ex-echtelieden; van de advocaat mag een bepaalde mate van terughoudendheid worden verwacht, juist omdat ook andere belangen in die procedures een grote rol kunnen spelen, met name belangen van kinderen. 5.2 De raad zal de klacht aan de hand van deze uitgangspunten beoordelen. Beoordeling 5.3 In het licht van voorgaande uitgangspunten is verweerder naar het oordeel van de raad met de door hem gebruikte bewoordingen “Zij had ervoor kunnen kiezen niet zwanger te raken” (net) over de grens van het in familierechtelijke aangelegenheden toelaatbare gegaan. Met deze uitlating heeft hij het geschil tussen klaagster en haar ex-partner onnodig op de spits gedreven. Hij had met neutralere bewoordingen hetzelfde punt kunnen maken en had, zeker met het oog op het uit de relatie geboren kind, juist de-escalerend moeten optreden. De keuze voor het al dan niet zwanger (willen) worden is bovendien een privéaangelegenheid, waarop iemand niet normatief kan worden aangesproken, zeker niet door een advocaat. Dat verweerder dit heeft geschreven op verzoek van zijn cliënt, zoals verweerder ter zitting heeft verklaard, doet daarbij niet ter zake. Als het gaat om een processtuk is de advocaat eindverantwoordelijk voor de inhoud en toonzetting ervan. De klacht is derhalve gegrond.
6 MAATREGEL 6.1 Bij de bepaling van de maatregel neemt de raad mede in aanmerking dat ook de door verweerder in zijn dupliek bij de deken gebruikte bewoordingen niet getuigen van enige (zelf)reflectie. In plaats van terug te komen op de door hem gebruikte woorden, daarvoor zijn excuses aan te bieden en/of deze tegen de achtergrond van het tweezijdige karakter van het ontstaan van een zwangerschap te nuanceren heeft hij met de inhoud van zijn dupliek juist olie op het vuur gegooid door daarin te schrijven “Er zijn middelen om te proberen niet zwanger te raken, zoals de pil of condooms.” Op zitting heeft verweerder weliswaar naar voren gebracht dat zijn uitlating niet persoonlijk was bedoeld, maar ook daarmee heeft verweerder geen blijk gegeven inzicht te hebben in het hetgeen (net) wel en (net) niet meer in een processtuk kan worden geschreven. Hoewel verweerder eerder met de tuchtrechter in aanmerking is gekomen, gaat het daarbij om andersoortige klachten zodat de raad in dit geval volstaat met een waarschuwing.
7 GRIFFIERECHT EN KOSTENVEROORDELING 7.1 Omdat de raad de klacht gegrond verklaart, moet verweerder op grond van artikel 46e lid 5 Advocatenwet het door klaagster betaalde griffierecht van € 50,- aan haar vergoeden binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden. Klaagster geeft binnen twee weken na de datum van deze beslissing haar rekeningnummer schriftelijk aan verweerder door. 7.2 Nu de raad een maatregel oplegt, zal de raad verweerder daarnaast op grond van artikel 48ac lid 1 Advocatenwet veroordelen in de volgende proceskosten: a) € 25,- reiskosten van klaagster, b) € 750,- kosten van de Nederlandse Orde van Advocaten en c) € 500,- kosten van de Staat. 7.3 Verweerder moet het bedrag van € 25,- aan reiskosten binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden, betalen aan klaagster. Klaagster geeft binnen twee weken na de datum van deze beslissing haar rekeningnummer schriftelijk aan verweerder door. 7.4 Verweerder moet het bedrag van € 1.250,- (het totaal van de in 7.2 onder b en c genoemde kosten) binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden, overmaken naar rekeningnummer lBAN: NL85 lNGB 0000 079000, BIC: INGBNL2A, Nederlandse Orde van Advocaten, Den Haag, onder vermelding van “kostenveroordeling raad van discipline" en het zaaknummer.
BESLISSING De raad van discipline: - verklaart de klacht gegrond; - legt aan verweerder de maatregel van waarschuwing op; - veroordeelt verweerder tot betaling van het griffierecht van € 50,- aan klaagster; - veroordeelt verweerder tot betaling van de reiskosten van € 25,- aan klaagster, op de manier en binnen de termijn als hiervóór bepaald in 7.3 - veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten van € 1.250,- aan de Nederlandse Orde van Advocaten, op de manier en binnen de termijn als hiervóór bepaald in 7.4.
Aldus beslist door mr. A.E.A.M. van Waesberghe, voorzitter, mrs. D.M. de Knijff en T. Havekens, leden, bijgestaan door mr. M.M.C. van der Sanden als griffier en uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 3 augustus 2026
