Rechtspraak
Uitspraakdatum
13-07-2026
ECLI
ECLI:NL:TADRARL:2026:155
Zaaknummer
25-775/AL/OV
Inhoudsindicatie
Ongegrond verzet.
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden van 13 juli 2026 in de zaak 25-775/AL/OV
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 12 januari 2026 op de klacht van:
klager
over
verweerster gemachtigde: mr. B. Holthuis, advocaat te Deventer
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 12 juli 2025 aangevuld op 15 juli 2025 en 12 augustus 2025, heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Overijssel (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster.
1.2 Op 10 november 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 250583 van de deken ontvangen.
1.3 Bij beslissing van 12 januari 2026 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Op 11 februari 2026 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.
1.4 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 8 mei 2026. Daarbij waren klager en verweerster, die ter zitting door kantoorgenoot mr. S. werd bijgestaan, aanwezig.
1.5 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift.
2 VERZET
2.1 De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in:
I) de voorzitter heeft geoordeeld op grond van een door de deken opgeknipt onsamenhangend onvolledig klachtdossier, terwijl klager meermaals kenbaar heeft gemaakt dat op grond van contemporaire stukken moet worden geoordeeld;
II) de voorzitter heeft een onjuist toetsingskader gehanteerd;
III) de voorzitter heeft de beslissing onvoldoende gemotiveerd, onder meer ook door niet toe te lichten waarom een selectieve keuze van stukken in eerdere instanties is toegestaan, terwijl dat voor klager niet valt te controleren en in zijn nadeel heeft gewerkt.
2.2 Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet niet op.
3 FEITEN EN KLACHT
Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is bij deze beoordeling uitgegaan van het van de deken ontvangen dossier. Klager heeft daarna van de gelegenheid gebruik gemaakt om nog extra stukken bij de raad in te dienen en aan het klachtdossier toe te laten voegen. Zowel van die aanvullende stukken, die klager op 25 november 2025 heeft overgelegd en van hetgeen klager en verweerster tijdens de zitting van de raad hebben verklaard, heeft de raad kennisgenomen en voorts in haar oordeel betrokken.
4.3 De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.
4.4 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline:
- verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. M. Jansen, voorzitter, mrs. P.Th. Mantel en N.C. Milani, leden, bijgestaan door mr. M.M. Goldhoorn als griffier en uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op : 13 juli 2026
