Rechtspraak
Uitspraakdatum
09-07-2026
ECLI
ECLI:NL:TAHVD:2026:211
Zaaknummer
260230
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om beslissingen van procedurele aard van de deken in het kader van een op artikel 13 Advocatenwet gestoeld aanwijzingsverzoek ter discussie te stellen. Klager kan zijn aanwijzingsverzoek – zoals ook door de deken is aangegeven – opnieuw indienen bij de deken van de orde van Advocaten Noord-Nederland. Klager heeft zijn klacht over de deken, behoudens het voorgaande, niet nader onderbouwd. Hierdoor is het voor de deken niet duidelijk waartegen zij zich dient te verweren.
Uitspraak
Beslissing van de voorzitter van het Hof van Discipline van 9 juli 2026 in de zaak 260230 naar aanleiding van de klacht van:
klager tegen:
mr. G.H.H. Kerkhof deken van de Orde van Advocaten Overijssel de deken
1 HET VERZOEK
De voorzitter van het hof verwijst naar het e-mailbericht van klager van 17 juni 2026 waarin klager een klacht indient over de deken.
2 DE BEOORDELING
2.1 Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient een klacht over een deken in beginsel te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter zal hiertoe echter niet beslissen en licht dit als volgt toe.
2.2 Uit de toelichting op de klacht van klager over de deken leidt de voorzitter af dat klager aan de deken heeft verzocht om aanwijzing van een advocaat (artikel 13 Advocatenwet). De deken heeft aangegeven (naar de voorzitter begrijpt vanwege de woonplaats van klager) dat hij zijn aanwijzingsverzoek moet indienen bij de Orde van Advocaten Noord-Nederland. Klager meent dat hij al een advocaat toegewezen had moeten krijgen.
2.3 Het klachtrecht is niet bedoeld om beslissingen van procedurele aard van de deken in het kader van een op artikel 13 Advocatenwet gestoeld aanwijzingsverzoek ter discussie te stellen. Klager kan zijn aanwijzingsverzoek – zoals ook door de deken is aangegeven – opnieuw indienen bij de deken van de orde van Advocaten Noord-Nederland. Klager heeft zijn klacht over de deken, behoudens het voorgaande, niet nader onderbouwd. Hierdoor is het voor de deken niet duidelijk waartegen zij zich dient te verweren.
2.4 Gelet op het voorgaande zal de voorzitter de klacht van klager over de deken niet verwijzen.
3 BESLISSING
De voorzitter van het Hof van Discipline:
- wijst het verzoek tot verwijzing af.
Deze beslissing is genomen op 9 juli 2026 door mr. J.D. Streefkerk, plaatsvervangend voorzitter.
Plaatsvervangend voorzitter
De beslissing is verzonden op 9 juli 2026.
