Rechtspraak
Uitspraakdatum
01-06-2026
ECLI
ECLI:NL:TADRARL:2026:134
Zaaknummer
25-906/AL/NN
Inhoudsindicatie
Klacht over de eigen advocaat. De raad heeft geoordeeld dat verweerder de advocaat van klager was ondanks het ontbreken van een opdrachtbevestiging en verweerder aan klager niets in rekening bracht. De advocaat heeft niet voldoende voortvarend opgetreden in de zaak van klager. Ook had de advocaat klager uit eigen beweging moeten vertellen dat hij van kantoor was gewisseld. Klager is zelf advocaat geweest en is lang meegegaan in het sluimerende proces zonder opdrachtbevestiging en zonder facturen van de advocaat. De advocaat heeft een lange staat van dienst en een blanco tuchtrechtelijk verleden en heeft inzicht getoond in het foutieve van zijn handelen. Dit alles leidt tot de maatregel van een waarschuwing.
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem Leeuwarden van 1 juni 2026 in de zaak 25-906/AL/NN
naar aanleiding van de klacht van:
klager
over
verweerder
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 1 juni 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Noord-Nederland (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.
1.2 Op 29 december 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2025 KNN054 / 2495860 van de deken ontvangen.
1.3 De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 10 april 2026. Daarbij was verweerder aanwezig. Klager had zich voorafgaand aan de zitting afgemeld. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.
1.4 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 2 tot en met 5.
2 FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.
2.1 In 2021 hebben klager en zijn partner een woning gekocht waarin zij in april 2022 zijn gaan wonen.
2.2 Na aankoop gaf de warmtepomp problemen en in september 2022 en in augustus 2023 was er wateroverlast in het souterrain met schade tot gevolg. Na onderzoek constateerde klager dat de verkoper van de problemen en gebreken moet hebben geweten en dat hij hem hierover bij de koop ten onrechte niet heeft geïnformeerd.
2.3 In mei 2024 heeft klager verweerder hierover benaderd en op 24 mei 2024 is klager bij verweerder op kantoor geweest om het geschil met de verkoper te bespreken. Klager heeft verweerder vervolgens nadere informatie gestuurd via de e-mail.
2.4 Op 3 en 7 juni 2024 heeft klager via de mail aan verweerder gevraagd of hij al kans had gezien om ernaar te kijken.
2.5 Op 10 juni 2024 heeft verweerder aan klager bericht dat hij de stukken had doorgenomen. Verweerder heeft klager toen gevraagd of het deskundigenonderzoek zou worden doorgezet en heeft klager laten weten dat zijn eerste gedachte na het beluisteren van de opname was om de betrokken personen in een voorlopig getuigenverhoor te laten bevestigen dat er al voor de verkoop gebreken waren.
2.6 Klager heeft diezelfde dag stukken naar verweerder gestuurd en opgemerkt dat er geen sprake was van een deskundigenonderzoek, maar dat hem dit wel een goed idee leek om dat eerst te doen en vervolgens een voorlopig getuigenverhoor.
2.7 Op 16 juli 2024 heeft klager via de mail aan verweerder gevraagd of het gelukt was om een deskundigenonderzoek te laten verrichten.
2.8 Op 22 juli 2024 heeft klager via Whatsapp gevraagd om telefonisch contact.
2.9 Op 22 augustus, 6, 16 en 25 september 2024 heeft klager gevraagd om een update.
2.10 Op 2 oktober 2024 heeft klager een e-mail gestuurd naar het kantoor van verweerder waarin hij liet weten dat hij geen contact kon krijgen met verweerder.
2.11 In een e-mailbericht van 22 oktober 2024 heeft klager laten weten dat er onlangs de belofte van de dag ervoor geen contact met hem was opgenomen.
2.12 In een e-mailbericht van 26 november 2024 heeft klager verweerder gevraagd om een update over het voorlopig getuigenverhoor.
2.13 In december 2024 heeft klager aan verweerder de volgende berichten via Whatsapp gestuurd: 06-12-2024 – Klager: Ik begrijp dat je bepaalde taken uitbesteedt, maar zou je de regie willen nemen en er voor zorgen dat er iets gebeurd? 10-12-2024 – Klager: ? 15-12-2024 – Klager: Waarom reageer je niet? 17-12-2024 – Klager: ?
2.14 Eind 2024 is verweerder gewisseld van kantoor.
2.15 In een e-mailbericht van 7 januari 2025 heeft klager aan verweerder laten weten:
“We horen helemaal niets van je. Zou je kunnen vertellen wat de reden daarvan is”.
Die dag heeft klager aan verweerder via WhatsApp bericht:
“Kennelijk werk je niet meer bij […] Waarom weten wij dit niet. Wie behandelt nu ons dossier?”
Klager heeft daarop klager via Whatsapp geschreven dat hij hem zou bellen.
2.16 Op 9 januari 2025 hebben klager en verweerder elkaar telefonisch gesproken over een voorlopig getuigenverhoor. In dat gesprek heeft verweerder aan klager laten weten dat hij al een bouwdeskundige had benaderd en dat hij verweerder de volgende dag zou berichten wanneer de deskundige bij klager langskomt.
2.17 Vervolgens heeft in januari 2025 tussen partijen de communicatie via Whatsapp plaatsgevonden: 14-01-2025 – Klager: Weer niks van de deskundige 14-01-2025 – Verweerder: Ik ga even bellen 28-01-2025 – Klager: Nog steeds niets gehoord 17-02-2025 – Klager: Nog niet 01-03-2025 – Klager: Met die deskundige wordt het kennelijk niets. Wmb dan maar direct voorlopig getuigenverhoor. 13-03-2025 – Klager: Duurt te lang. En je reageert ook weer niet. Zeer ontevreden over jou. Zullen we afspraken dat je voor het einde van volgende week met een concept van een voorlopig getuigenverhoor komt? 13-03-2025 – Verweerder: Nee spijt mij geen tijd. 13-03-2025 – Klager: Al een jaar niet? 13-03-2025 – Verweerder: Deze week en volgende week niet. 13-03-2025 – Klager: Dan einde week erop? 13-03-2025 –Klager: Uiterlijk 28 maart? 13-03-2025 – Verweerder: Dat zou moeten kunnen. 28-03-2025 – Klager: Nog 4 uur en een kwartier. 28-03-2025 – Verweerder: Niet wachten. Gedicteerd maar komt na het weekeinde. 28-03-2025- Klager: Okay. Fijn weekend! 14-04-2025 – Klager: ? 21-04-2025 – Klager: Helemaal niks?
2.18 In een e-mailbericht van 12 mei 2025 heeft klager aan een kantoorgenoot van verweerder bericht, met verweerder in de cc, dat hij de zaak een jaar geleden uit handen had gegeven aan verweerder en dat verweerder een boel beloofde, maar niets deed. Hij vroeg of een andere advocaat van het kantoor hem kon bijstaan. De kantoorgenoot van verweerder heeft klager laten weten dat verweerder zelf zou reageren.
2.19 Op 17 mei 2025 heeft klager aan de kantoorgenoot van verweerder bericht:
“Ons verzoek betrof een doorverwijzing naar een andere advocaat van uw kantoor omdat [verweerder] niet reageert. Ook nu dus niet. Daarom nogmaals ons verzoek. Als u hier niet aan kunt of wilt voldoen, dan wensen wij het klachttraject in te gaan. Als u dit eerst intern bij uw klachtenfunctionaris voor wilt leggen, vernemen we graag van hem of haar. Ook lijkt het ons verstandig om alvast de aansprakelijkheidsverzekering van uw kantoor op de hoogte te stellen.”
2.20 In een e-mail van 19 mei 2025 heeft verweerder aan klager laten weten:
“Naar aanleiding van uw mail aan mijn kantoorgenoot (…) waarin u zich beklaagt over het feit dat ik geen contact met u heb opgenomen en zelf spreekt van klachten en het inschakelen van de verzekeraar van kantoor dien ik u mee te delen geen verzoek voorlopig getuigenverhoor voor u in te willen dienen. Ik heb met u de problemen met uw woning en de eventuele aansprakelijkheid daarvoor van de verkoper besproken toen ik nog verbonden was aan (…) Advocaten te (…). Destijds was ik niet bekend met de discussie tussen [klager] en de Orde van Advocaten Noord Nederland. Naderhand ben ik daar wel bekend mee geraakt. [Klager] heeft mij geruime tijd geleden meegedeeld dat de problemen voor wat betreft de warmtepomp waren verholpen. Ik heb vervolgens gesuggereerd eerst een bouwkundige de woning te laten onderzoeken om de oorzaak van de overige problemen vast te laten stellen. U vertrok ondertussen voor een reis door Europa en zou niet bij een onderzoek aanwezig kunnen zijn. U heeft noch bij [het eerdere advocatenkantoor van verweerder] noch bij mijn huidige kantoor een opdrachtbevestiging of factuur ontvangen. Hoewel de problemen tussen u en uw verkopers niets van doen hebben met de strijd die u voert met de Orde van Advocaten Noord Nederland vind ik als lid van die orde dat een belemmering om voor u op te kunnen treden.”
2.21 Verweerder heeft klager geen opdrachtbevestiging gestuurd en heeft klager niets in rekening gebracht.
3 KLACHT
3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder] tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door:
a) niks te doen in de aangenomen zaak;
b) niet te vertellen dat hij van kantoor gewisseld was;
c) te liegen over het inschakelen van een deskundige en het opstellen van een processtuk.
4 VERWEER
De raad zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
5 BEOORDELING
5.1 Het gaat in deze zaak om een klacht over de eigen advocaat in het geschil van klager met de verkopers van zijn woning. De klacht ziet op de kwaliteit van de dienstverlening van verweerder als (voormalig) advocaat van klager.
Maatstaf 5.2 Bij de beoordeling van een tegen een advocaat ingediende klacht dient de tuchtrechter het aan die advocaat verweten handelen of nalaten te toetsen aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen, waaronder de kernwaarden zoals omschreven in artikel 10a Advocatenwet. De tuchtrechter is niet gebonden aan de gedragsregels, maar die regels kunnen wel van belang zijn vanwege het open karakter van de behoorlijkheidsnorm in artikel 46 Advocatenwet.
5.3 Op grond van artikel 46 Advocatenwet heeft de tuchtrechter mede tot taak de kwaliteit van de dienstverlening te beoordelen als daarover wordt geklaagd. Er is pas sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen als de kwaliteit duidelijk onder de maat is geweest. De tuchtrechter houdt bij de beoordeling rekening met de vrijheid die een advocaat heeft bij de wijze waarop hij een zaak behandelt. Ook houdt de tuchtrechter rekening met de keuzes waar een advocaat bij de behandeling van de zaak voor kan komen te staan. Die (keuze)vrijheid is niet onbeperkt, maar wordt begrensd door bepaalde eisen die aan het werk van de advocaat worden gesteld. Als algemene professionele standaard geldt dat de advocaat te werk moet gaan zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot mag worden verwacht. Deze toets geldt omdat er binnen de beroepsgroep wat betreft de vaktechnische kwaliteit geen sprake is van breed gedragen schriftelijk vastgelegde professionele standaarden. Daarbij geldt dat een advocaat is gehouden de aan hem toevertrouwde belangen met de nodige voortvarendheid te behartigen. Op grond van gedragsregel 16 moet een advocaat zijn cliënt op de hoogte brengen van belangrijke informatie, feiten en afspraken.
5.4 Of sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen hangt af van de feitelijke omstandigheden en wordt door de tuchtrechter per geval beoordeeld.
Klachtonderdeel a)
5.5 Het is de raad uit de stukken gebleken dat verweerder niet voldoende voortvarend heeft opgetreden in de zaak van klager. Verweerder heeft op 24 mei 2024 een bespreking gehad met klager op het kantoor van verweerder. Verweerder heeft klager langer dan een jaar later pas bericht dat hij hem niet meer wil bijstaan, terwijl klager verweerder veelvuldig tevergeefs heeft geprobeerd te bereiken om de voortgang te bespreken.
5.6 Uit oogpunt van een zorgvuldige belangenbehartiging had van verweerder een veel actievere houding in de zaak van klager mogen worden verwacht. Verweerder had ook veel eerder moeten reageren op de vragen van klager. Verweerder heeft klager langer dan een jaar aan het lijntje gehouden, ondanks een veelvoud van herhaalde verzoeken van klager. Klachtonderdeel a) is daarom gegrond.
Klachtonderdeel b)
5.7 Uit het klachtdossier blijkt dat ondanks dat verweerder klager geen opdrachtbevestiging heeft gestuurd en aan klager niets in rekening heeft gebracht, verweerder feitelijk optrad als advocaat van klager ook nadat hij eind 2024 van kantoor gewisseld was. In januari 2025 corresponderen partijen immers over een te houden voorlopig getuigenverhoor en over een in te schakelen partijdeskundige.
5.8 Een advocaat moet zijn cliënt tijdig informeren over belangrijke wijzigingen, waaronder kantoorwissels. Verweerder had klager dus uit eigen beweging moeten vertellen dat hij van kantoor was gewisseld. Verweerder heeft dat niet gedaan. Klachtonderdeel b) is daarom gegrond.
Klachtonderdeel c)
5.9 Klager stelt en verweerder betwist dat verweerder tegen klager heeft gelogen over het inschakelen van een deskundige en het opstellen van een processtuk. De raad kan niet vaststellen of verweerder tegenover klager heeft gelogen. Dit klachtonderdeel kan daarom niet gegrond worden verklaard. Dit berust niet hierop dat het woord van klager minder geloof zou verdienen dan het woord van verweerder, maar op de omstandigheid dat voor de kwalificatie van het handelen of nalaten van verweerder als tuchtrechtelijk verwijtbaar eerst dient te worden vastgesteld dat het verweten handelen of nalaten feitelijk heeft plaatsgevonden. Dat is in deze zaak niet mogelijk. Klachtonderdeel c) is daarom ongegrond.
6 MAATREGEL
De raad heeft klachtonderdelen a) en b) gegrond verklaard. Omdat verweerder zijn zorgplicht tegenover klager heeft geschonden door zijn belangen onvoldoende te behartigen, acht de raad in dit geval een maatregel op zijn plaats. De raad ziet aanleiding om klager een waarschuwing op te leggen om de navolgende redenen. Klager is advocaat geweest en is zelf lang meegegaan in het sluimerende proces zonder opdrachtbevestiging en zonder facturen van verweerder. Verder betrekt de raad bij het opleggen van de maatregel de lange staat van dienst van verweerder, het feit dat verweerder een blanco tuchtrechtelijk verleden heeft en het feit dat verweerder op de zitting bij de raad inzicht heeft getoond in het foutieve van zijn handelen.
7 GRIFFIERECHT EN KOSTENVEROORDELING
7.1 Omdat de raad de klacht gegrond verklaart, moet verweerder op grond van artikel 46e lid 5 Advocatenwet het door klager betaalde griffierecht van € 50,- aan hem vergoeden binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden. Klager geeft binnen twee weken na de datum van deze beslissing zijn rekeningnummer schriftelijk aan verweerder door.
7.2 Omdat de raad een maatregel oplegt, zal de raad verweerder daarnaast op grond van artikel 48ac lid 1 Advocatenwet veroordelen in de volgende proceskosten:
a) € 750,- kosten van de Nederlandse Orde van Advocaten en
b) € 500,- kosten van de Staat.
7.3 Verweerder moet het bedrag van € 1.250,- (het totaal van de in 7.2 onder a en b genoemde kosten) binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden, overmaken naar rekeningnummer lBAN: NL85 lNGB 0000 079000, BIC: INGBNL2A, Nederlandse Orde van Advocaten, Den Haag, onder vermelding van “kostenveroordeling raad van discipline" en het zaaknummer.
BESLISSING
De raad van discipline: - verklaart de klachtonderdelen a) en b) gegrond; - verklaart klachtonderdeel c) ongegrond; - legt aan verweerder de maatregel van waarschuwing op; - veroordeelt verweerder tot betaling van het griffierecht van € 50, - aan klager; - veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten van € 1.250, - aan de Nederlandse Orde van Advocaten, op de manier en binnen de termijn als hiervóór bepaald in 7.3.
Aldus beslist door mr. J.U.M. van der Werff, voorzitter, mrs. S.J. de Vries en V.S.A.W. Wegter, leden, bijgestaan door mr. S.J. Velsink als griffier en uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op : 1 juni 2026
