Rechtspraak
Uitspraakdatum
18-05-2026
ECLI
ECLI:NL:TADRSGR:2026:114
Zaaknummer
25-890/DH/DH/D
Inhoudsindicatie
Gegrond dekenbezwaar over handelen in strijd met de kernwaarde integriteit en financiële integriteit. Verweerder is strafrechtadvocaat. Het OM heeft een signaal aan de deken afgegeven, omdat verweerder in het kader van een opsporingsonderzoek naar drugshandel in beeld was gekomen. Verweerder heeft in de daaropvolgende gesprekken met de deken wisselend c.q. tegenstrijdig verklaard, terwijl van hem verwacht moge worden dat hij eerlijk, betrouwbaar en transparant zou zijn. Verder heeft verweerder gebankierd met de derdengeldenrekening. Berisping.
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 18 mei 2026 in de zaak 25-890/DH/DH/D naar aanleiding van het bezwaar van:
de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag de deken
over
verweerder gemachtigde: mr. S.P. Koerselman
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE 1.1 Op 18 december 2025 heeft de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) bij de Raad van Discipline (hierna: de raad) een dekenbezwaar (met kenmerk K280 202) ingediend over verweerder. Bij dat bezwaar zijn vier bijlagen gevoegd. 1.2 Bij brief van 12 januari 2026 heeft de raad verweerder in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Verweerder heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt. 1.3 Het dekenbezwaar is behandeld op de zitting van de raad van 30 maart 2026. Daarbij waren de deken met haar stafjurist mr. [X] en verweerder met zijn gemachtigde aanwezig.
2 FEITEN 2.1 Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het dekenbezwaar en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten. 2.2 Op 10 januari 2025 heeft een officier van justitie van het Openbaar Ministerie aan de deken een signaal over verweerder afgegeven, omdat verweerder in het kader van een opsporingsonderzoek naar drugshandel in beeld was gekomen als mogelijke afnemer van een verdachte dealer (hierna: “J.”). 2.3 De officier van justitie had ook met verweerder zelf contact gezocht. 2.4 Naar aanleiding van het signaal heeft de portefeuillehouder strafrecht van de Raad van de Orde op 31 januari 2025 in het bijzijn van een stafjurist een gesprek met verweerder gevoerd. De gemachtigde van verweerder was daarbij ook aanwezig. Diezelfde dag heeft de stafjurist het concept gespreksverslag naar de gemachtigde van verweerder gezonden. Verweerder heeft daar op 17 februari 2025 met aanvullingen en wijzigingen op gereageerd. In reactie daarop heeft de stafjurist een aantal wijzigingen verwerkt. Het overgrote deel ervan is niet verwerkt, omdat die volgens de stafjurist een onjuist beeld geven van het gesprek. 2.5 In het definitieve gespreksverslag is – voor zover van belang - het volgende vermeld: “[Verweerder] vindt de zaak heel vervelend. Hij is 12 jaar advocaat en doet enorm hard zijn best en wordt nu door de halve rechtbank met de nek aangekeken terwijl hij alleen maar plaatjes koopt. De zaak emotioneert hem. Mr. Koerselman licht toe dat [verweerder] Pokemonkaarten verzamelt. [Verweerder] licht toe dat het een uit de hand gelopen hobby is; hij doet dit al 10 jaar, er zitten beleggingsstukken bij. Er heeft een pakje uit de brievenbus gehaald, daar zaten kaarten in. Dat is wat hij van J. koopt. J. weet welke kaarten hij interessant vindt. [Verweerder] gaat beurzen en rommelmarkten af om kaarten te kopen en verkopen. [Verweerder] bevestigt dat J. de verdachte dealer uit het signaal betreft. [Verweerder] toont een deel van zijn verzameling. Hij kent J. omdat hij hem in het verleden heeft bijgestaan in een 8 WVW-zaak. De enige relatie die hij kent tussen J. en drugs is van het rijden onder invloed. Hij wist niet dat J. in drugs handelde. J. zit in de in- en verkoop van memorabilia. Drie jaar geleden hoorde [verweerder] dat hij ook Pokemon- en Magickaarten verkoopt. (…) [Verweerder] geeft aan dat hij geen drugs gebruikt. (…) Het signaal wordt doorgenomen en [verweerder] reageert als volgt op de onderdelen van het signaal: • Op 20 maart 2024 zou [verweerder] iets uit de brievenbus van de verdachte dealer hebben gehaald. Dat klopt, dat waren Pokemonkaarten. Mr. K. vraagt of het gebruikelijk is om dit via de brievenbus te doen. [Verweerder] geeft aan dat dit niet gebruikelijk is, maar dat hij aandrong dat de kaarten snel geleverd moesten worden.(…) • Op 9 december zou de verdachte dealer in het steegje naast het huis van [verweerder] zijn geweest. Dat zegt [verweerder] niets. Hij heeft op die datum en in de periode daarvoor geen contact gehad met J. (…) • De nummers op de lijst die is aangetroffen in de telefoon: deze nummers zeggen [verweerder] niets. (…).” 2.6 Op verzoek van de gemachtigde van verweerder heeft op 18 maart 2025 een tweede gesprek met de deken plaatsgevonden. Tijdens dit gesprek heeft verweerder – samengevat – gezegd dat hij een aantal keer cocaïne heeft afgenomen van J. en dat het contact met J. tot stand was gekomen in verband met zijn Pokémonverzameling. 2.7 Op 28 april 2025 heeft de officier van Justitie een aanvullend signaal over verweerder gegeven in verband met geconstateerde overboekingen van twee bedragen vanaf respectievelijk de kantoor- en privérekening van verweerder naar J.: - een bedrag van € 7.078,50 vanaf een rekening op naam van het kantoor van verweerder op een onbekende datum; - een bedrag van € 2.000,- van een rekening op naam van verweerder op 27 januari 2023. 2.8 Naar aanleiding van het aanvullende signaal heeft op het Bureau van de Haagse Orde op 2 mei 2025 een derde gesprek plaatsgevonden met verweerder, bijgestaan door zijn gemachtigde. Bij het gesprek was ook de deken aanwezig. In het verslag van dit gesprek is het volgende vermeld: “[Verweerder] licht toe dat die betaling van € 2.000,- vanaf zijn privérekening is geweest. Het bedrag van € 7.078,50 is vanaf de derdenrekening van kantoor aan verdachte betaald. [Verweerder] geeft aan dat dit bedrag niet naar verdachte overgemaakt had moeten worden maar naar hemzelf. Dit bedrag kwam [verweerder] ten goede (proceskostenveroordeling). Er ligt een factuur aan ten grondslag en toestemming voor verrekening. [Verweerder] geeft aan dat hij van verdachte 3 Pokémon kaarten had gekocht voor een bedrag van € 9.000,-. Daar zag die betaling op. Het restantbedrag heeft hij contant aan verdachte betaald. Betaling heeft op 11 oktober 2022 plaatsgevonden. Het bedrag van € 2.000,- had betrekking op de aankoop van een verzameling Pokémon kaarten. Dit is van zijn privérekening betaald. [Verweerder] geeft aan dat verdachte nimmer cliënt is geweest van zijn kantoor. Hij kende meneer alleen in privé, hij heeft hem een aantal jaren geleden ontmoet op een beurs. Heeft een keer een vraag van meneer beantwoord maar meer heeft hij niet voor meneer gedaan. (…) [Verweerder] geeft aan heel goed te begrijpen dat het bedrag niet naar meneer overgeboekt had mogen worden, enkel aan hemzelf. Op de vraag van [de deken] of de medebestuurder (opmerking raad: van de stichting derdengelden), mr. S., geen vragen heeft gesteld over de overboeking geeft [verweerder] aan dat dat niet het geval was. (…) [Verweerder] benadrukt dat hij niet voor € 8.000,- of € 2.000,- drugs heeft gekocht. Hij weet dat hij heel stom is geweest. [mr. K.] vraagt [verweerder] wanneer hij wist van de handel in drugs door verdachte. [Verweerder] geeft aan dat dat medio 2023 zal zijn geweest, in ieder geval na de verrichte betalingen. (…) [De deken] vraagt [verweerder] of hij achteraf nog met S. heeft gesproken over de onterechte overboeking aan verdachte. [Verweerder] geef aan dat hij mr. S. daar nimmer op heeft gewezen. (…) [Verweerder] geeft nogmaals aan dat hij heel goed begrijpt dat hij heel dom is geweest.” 2.9 Op 9 juli 2025 heeft een kantoorbezoek op het kantoor van verweerder plaatsgevonden. Tijdens dit bezoek is onder meer geconstateerd dat verweerder: - op 29 augustus 2024 een bedrag van € 500,- van de derdengeldrekening heeft overgemaakt naar zijn zakelijke rekening met de omschrijving “retour voor 10 sep”; - op 3 mei 2025 vanaf zijn zakelijke rekening een bedrag van € 500,- naar de derdengeldrekening heeft overgemaakt met de omschrijving “retour 29-8-2024”; - op 10 februari 2023 een bedrag van € 870,- vanaf de derdengeldrekening heeft overgemaakt naar de rekening van J. met de vermelding “aanvullende betaling”; - op 22 februari 2023 vanaf zijn zakelijke rekening een bedrag van € 871,96 naar de derdengeldrekening heeft overgemaakt met de omschrijving “iom Ralph”.
3 KLACHT 3.1 Het dekenbezwaar houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet doordat hij met privégedragingen in strijd heeft gehandeld met de (financiële) integriteit en het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Concreet verwijt de deken verweerder dat hij in gesprekken met de deken in strijd met de waarheid c.q. tegenstrijdig heeft verklaard en dat hij met derdengelden heeft gebankierd. 3.2 De tegenstrijdige verklaringen betreffen volgens de deken de volgende: - Tijdens het 1e gesprek op 31 januari 2025 heeft verweerder ontkend dat hij in 2024 wist dat J. in drugs handelde. Verweerder heeft tijdens het 1e gesprek voorts ontkend dat hij drugs had afgenomen van J. en heeft verklaard dat hij geen drugs gebruikte.
- Tijdens het 2e gesprek op 18 maart 2025 heeft verweerder -in afwijking van zijn mededeling tijdens het 1 gesprek- toegegeven dat hij wel degelijk een aantal maal drugs had afgenomen van J.
- Tijdens het 3e gesprek op 2 mei 2025 heeft verweerder aangegeven dat hij ‘denkt’ dat hij in 2023 reeds op de hoogte was van het feit dat J. in drugs handelde, terwijl verweerder tijdens het 1e gesprek heeft ontkend dat hij dit in 2024 wist.
- Verweerder heeft aanvankelijk -tijdens het 1e gesprek- verklaard dat hij ‘alleen maar plaatjes kocht van J.’, en dat hij ‘die plaatjes’ uit de brievenbus van J. zou hebben gehaald. Achteraf is gebleken dat verweerder behalve ‘plaatjes’ ook drugs afnam van J.
- Ook over de oorsprong van het contact met J. heeft verweerder wisselend verklaard.
4 VERWEER 4.1 Verweerder heeft ter zitting tegen de klacht verweer gevoerd. De raad zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
5 BEOORDELING Toetsingskader 5.1 Gelet op de formulering van het dekenbezwaar concludeert de raad dat de privégedragingen van verweerder, te weten zijn vermeende drugsgebruik en de contacten met dealer J., niet ter beoordeling voorliggen. Het verwijt van de deken ziet op verweerders integriteit waar het gaat om de gestelde tegenstrijdigheden in de door hem ten overstaan van de portefeuillehouder en deken afgelegde verklaringen en de wijze waarop hij gebruik heeft gemaakt van de derdengeldrekening. De raad oordeelt dat deze verwijten aan verweerder worden gemaakt in zijn hoedanigheid als advocaat. 5.2 Daarmee toetst de raad de gedragingen van verweerder aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen, waaronder de kernwaarde integriteit zoals genoemd in artikel 10a Advocatenwet. Of sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen hangt af van de feitelijke omstandigheden en wordt door de tuchtrechter per geval beoordeeld. 5.3 Voor wat betreft de toets aan de kernwaarde integriteit overweegt de raad als volgt. 5.4 De deken speelt een cruciale rol waar het gaat om de waarborgen van de voor de advocatuur geldende wettelijke regels en kwaliteit en heeft ook als taak de integriteit van de advocatuur te bewaken. In het dekenbezwaar heeft de deken gewezen op het Jaarplan 2025 betreffende het toezicht op de advocatuur waarin het dekenberaad haar visie heeft gepubliceerd op het versterken van de kwaliteit en integriteit van de advocatuur. Aan deze visie kan onder meer het volgende worden ontleend. Deze visie kwam tot stand in samenspraak met de Nederlandse Orde van Advocaten en kan worden beschouwd als een aanvullende visie op de kernwaarden deskundigheid en integriteit die onlosmakelijk verbonden zijn met de drie andere kernwaarden onafhankelijkheid, partijdigheid en vertrouwelijkheid. Het zijn deze vijf kernwaarden gezamenlijk waardoor de advocatuur rechtsbescherming kan bieden in het belang van een goede rechtsbedeling. Advocaten moeten zich houden aan de wet, gedragsregels en verordeningen (…) en ze moeten eerlijk, betrouwbaar en transparant handelen in alle professionele interacties. Hierbij is de advocaat zich bewust van diens rol binnen de rechtsorde. Het toezicht op kwaliteit en integriteit in de Nederlandse advocatuur is een voortdurend proces dat de samenwerking vereist van dekens, advocaten zelf en andere belanghebbenden binnen het juridische systeem. Er wordt doorlopend onderzocht of er (meer dan thans gebeurt) uitwisseling met andere organisaties mogelijk is. Denk aan BFT, de fiscus en de rechterlijke macht. Door proactief toezicht te houden en passende maatregelen te nemen wanneer nodig, kunnen de dekens bijdragen aan het behoud van de kwaliteit en integriteit van de advocatuur. Tegenstrijdige verklaringen 5.5 Gelet op de inhoud van de door de deken overgelegde gespreksverslagen en naar aanleiding daarvan door verweerder ingenomen stellingen, concludeert de raad dat de deken op juiste gronden stelt dat verweerder tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd. Zo heeft hij tijdens het gesprek op 31 januari 2025 ontkend dat hij in 2024 wist dat J. in drugs handelde, terwijl tijdens het gesprek op 2 mei 2025 heeft verklaard dat hij in 2023 al wist dat J. in drugs handelde. Voorts heeft verweerder tijdens het eerste gesprek ontkend dat hij drugs gebruikte en/of had afgenomen van J. terwijl hij in het tweede gesprek heeft toegegeven wel drugs te hebben gebruikt en deze een aantal malen te hebben afgenomen van J. Ook over de oorsprong van het contact met J. heeft verweerder wisselend verklaard. In het eerste gesprek gaf hij aan hem te hebben bijgestaan in een art. 8 WVW-zaak terwijl hij later verklaarde hem alleen privé te kennen. 5.6 Het afleggen van tegenstrijdige verklaringen in een onderzoek van de deken is naar het oordeel van de raad in strijd met hetgeen van een betamelijk handelend advocaat mag worden verwacht. Er lag een zorgwekkend signaal van het openbaar ministerie waarbij verweerder in privé met een crimineel contact zou hebben. Dit kan de onafhankelijkheid en integriteit van een advocaat schaden. Terecht heeft de deken dit signaal met spoed opgepakt en een onderzoek ingesteld. Van verweerder mag in een dergelijk geval worden verwacht eerlijk, betrouwbaar en transparant te zijn in zijn professionele interactie met de deken. Het verstrekken van onjuiste en tegenstrijdige informatie valt daar niet onder. Daarmee ontstaat immers een onjuist beeld van de feitelijke situatie waardoor de deken wordt bemoeilijkt in haar toezichthoudende taak. Juist de beroepsgroep zelf zou er van doordrongen moeten zijn dat het kunnen uitoefenen van de toezichthoudende taak van de deken van cruciaal belang is om het vertrouwen van het publiek in het rechtssysteem te waarborgen én de rechtsstaat te versterken. In dat verband onderschrijft de raad de visie van het dekenberaad uit 2025. Verweerder heeft zich hier onvoldoende rekenschap van gegeven. De raad merkt daarbij nog op dat verweerder reeds in zijn eerste gesprek met de deken van eigen rechtsbijstand was voorzien en dat hij in zijn schriftelijke reactie op het gespreksverslag ook geen complete transparantie heeft geboden, terwijl gedragsregel 29 een advocaat verplicht tot het aanstonds verstrekken aan de deken van alle door de deken gevraagde inlichtingen. 5.7 De deken verwijt verweerder dan ook terecht dat hij heeft gehandeld in strijd met de kernwaarde integriteit. Oneigenlijk gebruik derdengeldrekening 5.8 Ook op dit punt is het dekenbezwaar gegrond. Vast staat immers dat verweerder de derdengeldenrekening heeft gebruikt voor een ander doel dan het beheer van derdengelden. Hij heeft ermee gebankierd alsof het zijn eigen (zakelijke) geld betrof en hij heeft dit – zo erkent hij - ook buiten medeweten van zijn medebestuurder van de Stichting derdengelden gedaan. Daarmee heeft hij in strijd heeft gehandeld met de artikelen 6.19 en 6.22 Voda. Hoewel het erop lijkt dat verweerder met zijn handelwijze geen anderen financieel heeft benadeeld, heeft verweerder wel in strijd gehandeld met de kernwaarde financiële integriteit.
6 MAATREGEL 6.1 Verweerder heeft in strijd gehandeld met de kernwaardes integriteit en financiële integriteit. Hiermee heeft hij het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Dat rekent de raad hem aan. De raad houdt echter ook rekening met het feit dat verweerder met zijn handelwijze geen anderen financieel lijkt te hebben benadeeld en een schoon tuchtrechtelijk verleden heeft. Voorts houdt de raad rekening met het feit dat verweerder enigszins inzicht heeft getoond in de laakbaarheid van zijn handelen. Hij heeft tijdens de zitting verklaard de procedure inzake de betalingen vanaf de derdengeldrekening inmiddels te hebben gewijzigd conform de geldende regelgeving zodat de medebestuurder van de stichting een betaling van de derdengeldrekening eerst moet goedkeuren alvorens deze verricht kan worden. 6.2 Alles afwegend ziet de raad op grond van voormelde omstandigheden aanleiding om aan verweerder de maatregel van berisping op te leggen.
7 KOSTENVEROORDELING 7.1 Nu de raad een maatregel oplegt, zal de raad verweerder op grond van artikel 48ac lid 1 Advocatenwet veroordelen in de volgende proceskosten: a) € 750,- kosten van de Nederlandse Orde van Advocaten en b) € 500,- kosten van de Staat. 7.2 Verweerder moet het bedrag van € 1.250,- (het totaal van de in 7.1 genoemde kosten) binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden, overmaken naar rekeningnummer lBAN: NL85 lNGB 0000 079000, BIC: INGBNL2A, Nederlandse Orde van Advocaten, Den Haag, onder vermelding van “kostenveroordeling raad van discipline" en het zaaknummer.
BESLISSING De raad van discipline: - verklaart het dekenbezwaar gegrond; - legt aan verweerder de maatregel van berisping op; - veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten van € 1.250,- aan de Nederlandse Orde van Advocaten, op de manier en binnen de termijn als hiervóór bepaald in 7.2.
Aldus beslist door mr. A. van Luijck, voorzitter, mrs. M.G. van den Boogerd, W.R. Arema, E.A.L. van Emden en A.N. Kampherbeek, leden, bijgestaan door mr. M.M.C. van der Sanden als griffier en uitgesproken in het openbaar op 18 mei 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 18 mei 2026
