Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

26-05-2026

ECLI

ECLI:NL:TADRARL:2026:126

Zaaknummer

25-866/AL/GLD

Inhoudsindicatie

Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft niet  tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de huwelijkse voorwaarden van klager en haar echtgenoot bij de rechtbank op te vragen. Het opvragen van de huwelijkse voorwaarden stond verweerster in het belang van haar cliënte vrij en zij had daar geen toestemming van klaagster voor nodig. Het huwelijksgoederenregister is een openbaar register bedoeld voor derdenwerking, zodat echtgenoten onderling beschermd zijn tegen aanspraken van derden op hun privévermogens. Het staat niet vast dat het opvragen van huwelijkse voorwaarden uit dit register door een advocaat namens een cliënt evident niet mag. Ook binnen de advocatuur is het niet duidelijk of er een algemene regel is dat het opvragen van huwelijkse voorwaarden door advocaten zonder toestemming van betrokkenen niet is toegestaan. Klacht is ongegrond.

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem Leeuwarden van 26 mei 2026 in de zaak 25-866/AL/GLD naar aanleiding van de klacht van:

 

klaagster

over:

verweerster gemachtigde: mr. A.O.C.A. van Schravendijk, advocaat te Arnhem.

 

1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1    Op 12 februari 2025 heeft klaagster bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Gelderland (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster.

1.2    Op 17 december 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K 25/26 van de deken ontvangen. 

1.3    De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 30 maart 2026. Daarbij waren klaagster, verweerster en de gemachtigde van verweerster aanwezig. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

1.4    De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 01 tot en met 05. Ook heeft de raad kennisgenomen van de e-mail met bijlage van verweerster van 12 maart 2026.

 

2    FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.

2.1    De moeder van klaagster en haar twee zussen is overleden. In het testament van de moeder zijn klaagster en haar zus X aangewezen als erfgenamen, zus Y is legataris in de nalatenschap. In het testament is een professionele executeur aangewezen, een kandidaat-notaris. De vader van klaagster en haar zussen was al eerder overleden. De erfdelen in zijn nalatenschap moesten nog worden vastgesteld.

2.2    Tussen klaagster en zus Y is een geschil ontstaan. Vanaf 2022 staat verweerster zus Y hierin bij. Vanaf oktober 2023 wordt klaagster bijgestaan door een advocaat van DAS Rechtsbijstand.

2.3    Op 6 november 2023 heeft de executeur verweerster bericht dat de bedragen met betrekking tot een geldlening zijn ontvangen, maar dat deze niet zonder toestemming van de erfgenamen met verweerster of haar cliënte mogen worden gedeeld. De executeur heeft daarbij opgemerkt dat zij per omgaande toestemming aan de betrokkenen heeft gevraagd om de stukken vrij te geven.

2.4    Op 10 november 2023 heeft de executeur een aantal stukken aan verweerster gemaild over een geldlening van de overleden moeder aan de echtgenoot van klaagster. Verweerster had deze stukken in september 2023 bij de executeur opgevraagd.  

2.5    Op 16 november 2023 heeft verweerster ‘in verband met een gerechtelijke procedure’ bij de rechtbank Gelderland (hierna ook: de rechtbank) de huwelijkse voorwaarden van klaagster en haar echtgenoot opgevraagd. 

2.6    Op 13 december 2023 heeft verweerster de advocaat van klaagster gemaild dat zij de huwelijkse voorwaarden van klaagster heeft ontvangen. In dezelfde e-mail heeft verweerster standpunten en vragen over de huwelijkse voorwaarden van klaagster geformuleerd.

2.7    Op 26 januari 2024 heeft de president van de rechtbank Gelderland klaagster en haar echtgenoot bericht:  

‘Gebleken is dat er ten aanzien van uw huwelijkse voorwaarden niet juist gehandeld is. Op het verzoek van een advocaat om huwelijkse voorwaarden te verstrekken moet de vraag worden gesteld waarvoor de advocaat deze nodig heeft. Hierin zijn wij in gebreke gebleven.   

(…)  

Elke advocaat is op de hoogte dat niet zomaar huwelijksvoorwaarden van een derde opgevraagd mogen worden. De advocaat die de opvraag gedaan heeft, heeft dat desalniettemin gedaan.’

2.8    Eind oktober 2024 hebben partijen ter beëindiging van het geschil over de nalatenschap een vaststellingsovereenkomst gesloten. 

 

3    KLACHT

3.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klaagster verwijt verweerster het volgende:

a)      verweerster heeft zonder toestemming van klaagster de huwelijkse voorwaarden van klaagster en haar echtgenoot opgevraagd bij de rechtbank en gedeeld met derden. Enkel het register met vermelding van het bestaan van huwelijkse voorwaarden is openbaar, de inhoud van die voorwaarden niet. Verweerster mocht de voorwaarden niet opvragen, voorzien van haar persoonlijke interpretatie en vervolgens verspreiden. Door zo te handelen heeft verweerster de privacy van klaagster geschonden. De executeur had immers het beheer over de nalatenschap en had alles al onderzocht en vastgesteld met betrekking tot de legitieme massa. De executeur heeft als notaris inzicht in de huwelijkse voorwaarden en is immers tot onderzoek verplicht;

b)    verweerster heeft gezorgd voor onnodige vertraging bij de afwikkeling van de nalatenschap. Hierdoor zijn de advocaatkosten en de notariskosten voor de erfgenamen onnodig hoog opgelopen en konden de erfgenamen niet toekomen aan rouwverwerking. 

3.2    De raad zal hierna bij de beoordeling op de klachtonderdelen ingaan.

4    VERWEER

4.1    Verweerster voert verweer tegen de klacht en betwist dat zij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. In dat verband merkt verweerster op dat het haar vrijstond om de huwelijkse voorwaarden van klaagster bij de rechtbank op te vragen. Volgens verweerster is sprake van een openbaar register en had haar cliënte een gerechtvaardigd belang bij het opvragen van de huwelijkse voorwaarden. De informatie was nodig voor het vaststellen van de omvang van het legaat en van de aanvullende legitieme portie. Verweerster meent dat de uitleg van de president van de rechtbank dat een kopie van huwelijkse voorwaarden niet verstrekt mag worden aan advocaten niet correct is. Verder bestrijdt verweerster de opmerking van de president dat iedere advocaat daarmee bekend is. Verweerster merkt op dat als zij de overtuiging zou hebben gehad dat het haar niet vrijstond de huwelijkse voorwaarden op te vragen, zij dat niet had gedaan en dat zij de informatie niet heeft gedeeld met derden.

4.2    Verder betwist verweerster dat zij heeft gezorgd voor onnodige vertraging bij de afwikkeling van de nalatenschap. Volgens verweerster heeft zij tijdig en voortvarend gereageerd op berichten van de advocaat van klaagster en op vragen van de executeur. Daarbij wijst verweerster erop dat het van belang is dat zij kritische vragen stelt en dat zij afhankelijk was van de informatie vanuit de erfgenamen en de executeur om haar cliënte te adviseren. Volgens verweerster werd die informatie niet verstrekt en dat heeft gezorgd voor een langer traject.

4.3    De raad zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

5    BEOORDELING

Toetsingskader

5.1    Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor alle advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie te controleren. Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij aan de wederpartij toebrengen.

Klachtonderdeel a) is ongegrond

5.2    De raad oordeelt dat verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door de huwelijkse voorwaarden bij de rechtbank op te vragen. Het opvragen van de huwelijkse voorwaarden stond verweerster in het belang van haar cliënte vrij en zij had daar geen toestemming van klaagster voor nodig. De omstandigheid dat de executeur de huwelijkse voorwaarden al had ingezien, zoals klaagster stelt, betekent niet dat verweerster deze voorwaarden niet heeft mogen opvragen. Het huwelijksgoederenregister is een openbaar register bedoeld voor derdenwerking, zodat echtgenoten onderling beschermd zijn tegen aanspraken van derden op hun privévermogens. Het staat niet vast dat het opvragen van huwelijkse voorwaarden uit dit register door een advocaat namens een cliënt evident niet mag. Ook binnen de advocatuur is het niet duidelijk of er een algemene regel is dat het opvragen van huwelijkse voorwaarden door advocaten zonder toestemming van betrokkenen niet is toegestaan. De raad hecht in dat verband niet dezelfde waarde aan de brief van de president van de rechtbank als klaagster, omdat die brief er alleen op is gericht om uit te leggen wat de rechtbank mogelijk niet goed heeft gedaan. Zoals uit de brief van de president van de rechtbank Gelderland blijkt (zie 2.7) was het aan de rechtbank om bij verweerster na te vragen waarom zij de huwelijkse voorwaarden wilde hebben, maar is dat niet gebeurd. Integendeel, de rechtbank heeft de huwelijkse voorwaarden aan verweerster verstrekt zonder daar eerst contact met haar over op te nemen. De omstandigheid dat binnen de rechtbank blijkbaar niet de juiste procedure is gevolgd, kan verweerster echter niet worden verweten.

5.3    Verder kan de raad niet vaststellen dat verweerster de huwelijkse voorwaarden van klaagster en haar echtgenoot behalve met de betrokkenen bij het geschil over de verdeling van de nalatenschap ook met anderen heeft gedeeld. Verweerster heeft dat uitdrukkelijk betwist en het dossier biedt daar geen aanknopingspunten voor. Het is de raad dan ook niet gebleken dat de privacy van klaagster is geschonden.

5.4    Uit het bovenstaande volgt dat klachtonderdeel a) ongegrond is. 

Klachtonderdeel b) is ongegrond

5.5    De raad kan op grond van de stukken in het klachtdossier niet vaststellen dat verweerster voorafgaand aan de vaststellingsovereenkomst van eind oktober 2024 op enigerlei wijze heeft gezorgd voor onnodige vertraging in de afwikkeling van de nalatenschap. Uit de stukken en de ter zitting afgeleide verklaringen blijkt dat tussen partijen discussie bestond over de vraag of alle informatie over giften aan de echtgenoot van klaagster bekend was. Het stond verweerster vrij om daar in het belang van haar cliënte vraagtekens bij te plaatsen en het is de raad niet gebleken dat verweerster daarbij de grenzen van de haar toekomende vrijheid als advocaat van de wederpartij van klaagster heeft overschreden. Klachtonderdeel b) is dan ook ongegrond.

 

BESLISSING

De raad van discipline verklaart de klacht in beide onderdelen ongegrond.

 

Aldus beslist door mr. F.M.C. Boesberg, voorzitter, mrs. S.M. Bosch-Koopmans en   E.J.C. de Jong, leden, bijgestaan door mr. A.E. van Oost als griffier en uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2026.

Griffier                                        Voorzitter

 

 

Verzonden op : 26 mei 2026