Rechtspraak
Uitspraakdatum
13-05-2026
ECLI
ECLI:NL:TADRSGR:2026:105
Zaaknummer
25-791/DH/RO
Inhoudsindicatie
Raadbeslissing. Klacht van advocaat tegen advocaat wederpartij. Verweerder heeft klager geen afschrift van een aan het gerechtshof toegestuurde akte gestuurd, waardoor klager (en zijn cliënt) geen kennis konden nemen van de inhoud van die akte. Verweerder heeft ondanks klagers verzoek daartoe geweigerd de akte te verstrekken. Dat is onzorgvuldig. Verweerder heeft ook een bericht direct aan klagers cliënt gestuurd, terwijl daartoe geen noodzaak bestond. Verweerder heeft onwelwillend en tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Waarschuwing.
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 13 mei 2026 in de zaak 25-791/DH/RO naar aanleiding van de klacht van:
klager
over
verweerder
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE 1.1 Op 11 mei 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Rotterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder. 1.2 Op 17 november 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk R 2025/105 van de deken ontvangen. 1.3 De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 16 maart 2026. Daarbij waren klager en verweerder aanwezig. 1.4 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 22. Ook heeft de raad kennisgenomen van de nadere stukken van verweerder van 17 december 2025 en 2 maart 2026.
2 FEITEN 2.1 Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten. 2.2 Klager is advocaat en behartigt sinds 2012 de belangen van […] (hierna: N/G) in een geschil van […] (hierna: UAL). Verweerder treedt op als advocaat van UAL. 2.3 Het geschil tussen N/G en UAL is in behandeling bij het gerechtshof. In december 2022 is de zaak door het gerechtshof ambtshalve doorgehaald met de opmerking dat de zaak door ieder der partijen desgewenst weer op de rol kan worden geplaatst. 2.4 In 2023 heeft klager zich aangesloten bij kantoor [X]. Begin 2024 heeft verweerder klager er schriftelijk op gewezen dat sprake zou zijn van een conflict of interest, omdat een kantoorgenoot van het nieuwe kantoor van klager (een notaris) het notariële werk voor UAL verzorgt. 2.5 Op 11 januari 2024 heeft de notaris aan UAL laten weten dat klager zich zal onttrekken aan de zaak en de zaak zal overdragen aan een andere advocaat. 2.6 Op 6 mei 2025 heeft verweerder een e-mail aan klager gestuurd met een kopie van het H-formulier (‘opbrengen’) dat hij aan het gerechtshof zond. In het H-formulier beschrijft verweerder het verloop van de zaak en schrijft hij onder meer: “Inmiddels heeft (het kantoor van) de advocaat van appellanten zich teruggetrokken vanwege een tegenstrijdig belang, voor zover bekend is er door appellanten geen nieuwe advocaat aangesteld.” Verweerder heeft op het H-formulier ‘??’ ingevuld bij ‘advocaat N/G’. Verweerder heeft ‘ja’ ingevuld bij ‘wederpartij geïnformeerd”. 2.7 Op 7 mei 2025 heeft klager op de e-mail van verweerder gereageerd en hem erop gewezen dat de akte waarnaar in het H-formulier wordt verwezen ontbreekt, met het verzoek deze aan klager toe te sturen. Klager schrijft dat hij die uiteraard nodig heeft om de opvolgende advocaat op weg te helpen. Klager schrijft daarbij ook: “Inderdaad zal ik mij als advocaat onttrekken, maar omdat de zaak niet op de rol stond, was dat nog niet mogelijk. Daarom is het ook niet juist dat u mij in het H-formulier niet als advocaat van [G] c.s. heb vermeld. Formeel ben ik dat voor het hof immers nog steeds.” 2.8 Op 7 mei 2025 heeft verweerder gereageerd en onder meer laten weten dat hij de akte aan de nieuwe advocaat van N/G zal sturen, zodra die bekend is. Verweerder schrijft dat hij ervan uitgaat dat de overdracht van de zaak naar een andere advocaat al lang geleden is gebeurd, onder verwijzing naar de e-mail van de notaris van 11 januari 2024. 2.9 Op 7 mei 2025 heeft klager gereageerd en onder meer geschreven dat hij niet langer in rechte zal optreden tegen UAL, maar dat hij ook een zorgplicht jegens zijn cliënten heeft om de zaak op een zorgvuldige wijze over te dragen. Klager wijst erop dat verweerder kennelijk beseft dat klager formeel nog steeds de gestelde advocaat is in de zaak en dat de gedragsregel dat er geen stukken aan het gerechtshof mogen worden verstuurd zonder gelijktijdig afschrift aan klager onverkort geldt. Klager wijst verweerder er nog op dat hij de akte nodig heeft voor een zorgvuldige overdracht van het dossier. 2.10 Op 8 mei 2025 heeft verweerder gereageerd en onder meer geschreven dat hij klager niet langer beschouwt als vertegenwoordiger van N/G, omdat op 11 januari 2024 is bevestigd dat klager zich zou onttrekken en de zaak zou overdragen. Verweerder stelt dat hij niet is gehouden verdere informatie aan klager te sturen. 2.11 Klager heeft er diezelfde dag bij verweerder op aangedrongen dat verweerder hem een afschrift van de akte toestuurt, aangezien de beoogd opvolgend advocaat moet weten wat daarin staat voor hij zijn taak kan aanvaarden. 2.12 Op 11 mei 2025 heeft klager bij de deken een klacht over verweerder ingediend (klachtonderdelen a en b). 2.13 Op 26 mei 2025 heeft klager het gerechtshof verzocht de door verweerder op 27 mei 2025 te nemen akte te weigeren, omdat verweerder weigert de akte aan klager te verschaffen. 2.14 Op 28 mei 2025 heeft verweerder gereageerd en aan klager geschreven dat UAL niet bereid is om nog stukken te verstrekken aan een kantoor dat bijna 1,5 jaar eerder heeft bevestigd niet meer tegen UAL op te treden in deze zaak. Verweerder stelt in zijn bericht dat klager heeft toegezegd zich terug te trekken en dat hij geen aanspraak meer kan maken op stukken die nog worden ingediend. 2.15 Op 28 mei 2025 heeft het gerechtshof aan verweerder (met cc aan klager) bericht dat het de akte van verweerder van 27 mei 2025 zal accepteren, met dien verstande dat het gerechtshof ervan uitgaat dat hij de akte diezelfde dag nog toezendt aan de klager. 2.16 Verweerder heeft diezelfde dag aan het gerechtshof bericht dat zijn cliënt de voorkeur geeft aan intrekking van het akteverzoek en dat met inhoudelijke stappen wordt gewacht tot klager zich ook formeel onttrokken heeft. Verweerder heeft in zijn bericht meegedeeld dat na onttrekking door klager een nieuwe akte zal worden genomen, waarin de dan ontstane situatie wordt toegelicht. 2.17 Op 3 juni 2025 heeft verweerder in een e-mail aan klager geschreven dat hij (verweerder) zich nog niet formeel heeft teruggetrokken als advocaat van N/G, ondanks zijn eerdere bevestigingen van 11 januari 2024 en 7 mei 2025. Verweerder schrijft aan klager dat zijn cliënt UAL hem heeft gevraagd een direct bericht aan klagers cliënten te sturen, ‘containing (no more than) a notification with legal consequences’. Verweerder heeft in zijn e-mail onder meer gevraagd naar welk e-mailadres het directe bericht kan worden gestuurd. 2.18 Op 4 juni 2025 heeft klager aan verweerder laten weten dat hij nog steeds geïnstrueerd is om de belangen van zijn cliënten te behartigen en dat alle berichten aan zijn cliënten aan klager kunnen worden gericht. Klager heeft verweerder erop gewezen dat hij klachtwaardig handelt als hij klagers cliënten toch rechtstreeks benadert en de uitzondering van gedragsregel 25 niet blijkt te gelden. 2.19 Op 4 juni 2025 heeft verweerder per e-mail een brief aan N gestuurd inzake juridische consequenties (‘containing a notice with legal consequences’). De brief maakt onderdeel uit van het klachtdossier. Klager heeft een kopie van het bericht ontvangen. 2.20 Op 10 juni 2025 heeft klager de klacht aangevuld met klachtonderdelen c en d.
3 KLACHT 3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerder het volgende: a) Verweerder heeft de akte die hij aan het gerechtshof stuurde niet gelijktijdig aan klager toegestuurd, waardoor klager niet over alle stukken beschikte en de zaak niet zorgvuldig kan overdragen. b) Verweerder heeft op het H-formulier in strijd met de waarheid verklaard dat hij de wederpartij heeft geïnformeerd. Klager heeft een kopie van het H-formulier van verweerder ontvangen, maar geen exemplaar van de door verweerder genomen akte. Klager heeft de akte (ondanks herhaald verzoek) niet van verweerder ontvangen. c) Verweerder heeft klagers cliënte direct benaderd, zonder dat klager daartoe toestemming had gegeven. d) Verweerder heeft klagers cliënte een intimiderend en misleidend bericht gestuurd. 3.2 Klager stelt dat sprake is van schending van gedragsregels 1, 8, 20, 21 en 24.
4 VERWEER 4.1 Verweerder heeft tegen de klacht verweer gevoerd. Hij heeft het verloop van de onderliggende zaken geschetst en aangegeven dat hij bij het opbrengen van de zaak niet wist wie de nieuwe advocaat van N/G was. Om die reden heeft hij een kopie van het formulier waarmee hij de zaak opbracht aan klager gestuurd. Klager had dan de gelegenheid om zich op 27 mei 2025 als advocaat te onttrekken en dan kon de nieuwe advocaat van N/G zich meteen stellen. Buiten kijf staat dat het kantoor van klager met ingang van januari 2024 niet meer tegen UAL mocht (en wilde) optreden, en dat er dus geen enkele reden was om iets inhoudelijks te delen met klager (c.q. zijn kantoor). Verweerder heeft dus op goede gronden de concept-akte niet aan klager als ex-advocaat van N/G gestuurd. 4.2 Verweerder stelt dat de gedragsregels meebrengen dat een aanzegging met rechtsgevolg direct aan de partij kan worden gedaan, met een kopie aan de advocaat. Dat is in dit geval gebeurd. Verval van instantie vereist een aanzegging. 4.3 De raad zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
5 BEOORDELING Toetsingskader 5.1 Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor alle advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie te controleren. Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij aan de wederpartij toebrengen. 5.2 De gedragsregels beogen invulling te geven aan de eisen die mogen worden gesteld aan een goede taakuitoefening door een behoorlijk handelende advocaat. De tuchtrechter toetst aan de norm van artikel 46 van de Advocatenwet en niet aan de gedragsregels, waarbij de gedragsregels zo nodig wel van betekenis kunnen zijn bij die toets. Klachtonderdelen a) en b) 5.3 De raad is van oordeel dat verweerder ten onrechte geen kopie van de akte aan klager heeft gestuurd. Hij was daar op grond van gedragsregel 20 lid 2 wel toe gehouden. Verweerder ging ervan uit dat de overdracht van het dossier al had plaatsgevonden en dat er inmiddels een nieuwe advocaat zou zijn. Dat is niet vreemd, gezien het tijdverloop sinds januari 2024. Hoewel de raad met verweerder vindt dat de overdracht van het dossier door klager erg lang op zich heeft laten wachten, had zich nog geen nieuwe advocaat gesteld en had klager zich nog niet onttrokken. Klager heeft verweerder op 7 mei 2025 uitdrukkelijk laten weten dat hij zich nog niet had onttrokken en heeft verweerder verzocht de akte toe te sturen. Daarmee was ondubbelzinnig duidelijk dat klager nog steeds optrad voor N/G. De kwestie over belangenverstrengeling is daarbij niet van belang. Dat de cliënt niet wilde dat de akte bij klager (c.q. zijn kantoor) terecht kwam, kan zo zijn, maar verweerder is dominus litis en dient een eigen afweging te maken. Verweerder was dan ook gehouden een kopie van zijn akte aan klager te sturen. Door dat niet te doen, heeft hij onzorgvuldig gehandeld. Door de akte niet toe te sturen, is de vermelding van verweerder op het H-formulier dat de wederpartij was geïnformeerd ook onjuist. Beide klachtonderdelen zijn daarmee gegrond. Klachtonderdeel c) 5.4 Verweerder heeft op 4 juni 2025 een direct bericht aan N/G gestuurd, ondanks dat klager kort daarvoor had laten weten dat alle correspondentie nog steeds via hem kon verlopen. De raad is van oordeel dat verweerder zijn bericht niet rechtstreeks aan N/G had mogen sturen. Het was op dat moment duidelijk dat verweerder nog steeds de contactpersoon was voor N/G en dat correspondentie via hem diende te verlopen. Het rechtstreeks benaderen van N/G was dan ook niet aan de orde. De raad ziet in de door verweerder aan N/G gestuurde brief geen aanzegging met rechtsgevolg, zodat een uitzondering (gedragsregel 25 lid 2) aan de orde zou zijn. Er was geen noodzaak om de brief aan N/G te sturen. Verweerder had de brief aan klager kunnen en moeten sturen. Ook daarvan kan verweerder een verwijt worden gemaakt. De klacht is gegrond. Klachtonderdeel d) 5.5 Alleen de persoon of de rechtspersoon die door het handelen of nalaten van een advocaat direct in zijn belang wordt of kan worden getroffen, heeft het recht om hierover een klacht in te dienen. Als het in het algemeen belang is dat er een tuchtprocedure komt, dan heeft de deken het recht om te klagen. 5.6 Het is aan de cliënt van klager om zo nodig een klacht in te dienen over de inhoud van de op 4 juni 2025 door verweerder gestuurde brief. Klager is niet direct in zijn belang getroffen. Zijn klacht is op dit punt niet-ontvankelijk.
6 MAATREGEL 6.1 Verweerder heeft klager geen afschrift van een aan het gerechtshof toegestuurde akte gestuurd, waardoor klager (en zijn cliënt) geen kennis konden nemen van de inhoud van die akte. Verweerder heeft ondanks klagers verzoek daartoe geweigerd de akte te verstrekken. Dat is onzorgvuldig. Verweerder heeft ook een bericht direct aan klagers cliënt gestuurd, terwijl daartoe geen noodzaak bestond. Verweerder heeft onwelwillend en tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. 6.2 De raad ziet aanleiding voor het oplegging van een waarschuwing.
7 GRIFFIERECHT EN KOSTENVEROORDELING 7.1 Omdat de raad de klacht gedeeltelijk gegrond verklaart, moet verweerder op grond van artikel 46e lid 5 Advocatenwet het door klager betaalde griffierecht van € 50,- aan hem vergoeden binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden. Klager geeft binnen twee weken na de datum van deze beslissing zijn rekeningnummer schriftelijk aan verweerder door. 7.2 Nu de raad een maatregel oplegt, zal de raad verweerder daarnaast op grond van artikel 48ac lid 1 Advocatenwet veroordelen in de volgende proceskosten: a) € 25,- reiskosten van klager, b) € 750,- kosten van de Nederlandse Orde van Advocaten en c) € 500,- kosten van de Staat. 7.3 Verweerder moet het bedrag van € 25,- aan reiskosten binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden, betalen aan klager. Klager geeft binnen twee weken na de datum van deze beslissing zijn rekeningnummer schriftelijk aan verweerder door. 7.4 Verweerder moet het bedrag van € 1.250,- (het totaal van de in 7.2 onder b en c genoemde kosten) binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden, overmaken naar rekeningnummer lBAN: NL85 lNGB 0000 079000, BIC: INGBNL2A, Nederlandse Orde van Advocaten, Den Haag, onder vermelding van “kostenveroordeling raad van discipline" en het zaaknummer.
BESLISSING De raad van discipline: - verklaart klachtonderdelen a), b) en c) gegrond; - verklaart klachtonderdeel d) niet-ontvankelijk; - legt aan verweerder de maatregel van waarschuwing op; - veroordeelt verweerder tot betaling van het griffierecht van € 50,- aan klager; - veroordeelt verweerder tot betaling van de reiskosten van € 25,- aan klager, op de manier en binnen de termijn als hiervóór bepaald in 7.3; - veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten van € 1.250,- aan de Nederlandse Orde van Advocaten, op de manier en binnen de termijn als hiervóór bepaald in 7.4.
Aldus beslist door mr. S. Wierink, voorzitter, mrs. W.R. Arema en F.G.L. van Ardenne, leden, bijgestaan door mr. M.A.A. Traousis als griffier en uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 13 mei 2026
