Rechtspraak
Uitspraakdatum
19-03-2026
ECLI
ECLI:NL:TAHVD:2026:155
Zaaknummer
260069
Inhoudsindicatie
Klacht wordt niet verwezen. Een klacht tegen een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen en evenmin om doorzending aan de raad van discipline af te dwingen, zonder het verschuldigde griffierecht te betalen. Een klager kan de klacht tegen de andere advocaat, na betaling van het griffierecht, voorleggen aan de raad van discipline en laten beoordelen door de tuchtrechter. Klager heeft deze mogelijkheid gekregen van de deken, maar heeft zich op het standpunt gesteld dat de deken een formele factuur moet verschaffen die voldoet aan de daaraan te stellen eisen. De deken heeft klager erop gewezen dat hij het griffierecht dient te voldoen en dat vervolgens zijn klacht aan de Raad van Discipline zal worden gestuurd. Dit is de gebruikelijke gang van zaken. Er is geen noodzaak voor de deken om aan de eisen die klager stelt aan de factuur tegemoet te komen.
Uitspraak
van de voorzitter van het Hof van Discipline van 19 maart 2026 in de zaak 260069 naar aanleiding van de klacht van: klager tegen:
mr. I. Aardoom-Fuchs advocaat en deken te Den Haag verweerster
1 HET VERZOEK
1.1 De voorzitter van het hof verwijst naar het e-mailbericht van 4 maart 2026 van het Bureau Haagse Orde van Advocaten. Hierin verzoekt de stafjurist van het bureau aan de voorzitter van het hof een klacht over verweerster te verwijzen naar een andere deken voor onderzoek en behandeling. Gesteld is dat de aanleiding voor de klacht is het bericht van 27 februari 2026 waarin aan klager te kennen is gegeven dat zijn klacht tegen een advocaat in het arrondissement Den Haag niet aan de Raad van Discipline zal worden toegezonden omdat er geen griffierecht is betaald.
1.2 Klager heeft in zijn klacht van 3 maart 2026 onder meer te kennen gegeven dat verweerster heeft nagelaten hem een behoorlijke factuur toe te sturen. Volgens klager handelt verweerster in strijd met het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheid door zonder aankondiging, zonder herstelmogelijkheid en zonder formeel besluit “de klacht te sluiten”. Tevens handelt verweerster willekeurig en in strijd met transparantievereisten. Er is volgens klager nooit een factuur gestuurd die aan de wettelijke vereisten voldoet. Het zinnetje over griffierecht in een informele e-mail vol andere inhoud kan niet als zodanig gelden. Dit is volgens klager bevestigd door derden. De weigering dit te erkennen is volgens klager een motie van kwade trouw.
1.3 Klager merkt verder op dat hij reeds op 27 februari jl. formeel een klacht tegen verweerster heeft ingediend wegens onder meer partijdigheid, belangenverstrengeling en schending van zorgvuldigheidsplichten in de dekenale behandeling van deze zaak. Deze klacht staat los van de onderliggende klacht tegen mr. Van S. en dient volgens klager terstond, conform het daartoe geldende regime, elders te worden beoordeeld. Klager eist een herstel van de termijn tot betaling van het griffierecht, inclusief toezending van een formele factuur die voldoet aan de daaraan te stellen vereisten. Verder eist klager onverwijlde doorgeleiding van de oorspronkelijke klacht aan de Raad van Discipline conform artikel 46d lid 3 en 4 Advocatenwet, volledige verschoning van verweerster en de staf in verdere behandeling van beide klachten en een formeel schrijven aan mr. Van S. waarin verweerster erkent dat de klacht nooit is ingetrokken en dat de mededeling van sluiting onterecht was.
2 DE BEOORDELING
2.1 Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient een klacht tegen een deken in beginsel te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter zal hiertoe echter niet beslissen en licht dit als volgt toe.
2.2 Een klacht tegen een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen en evenmin om doorzending aan de raad van discipline af te dwingen, zonder het verschuldigde griffierecht te betalen. Een klager kan de klacht tegen de andere advocaat, na betaling van het griffierecht, voorleggen aan de raad van discipline en laten beoordelen door de tuchtrechter. Klager heeft deze mogelijkheid gekregen van de deken, maar heeft zich op het standpunt gesteld dat de deken een formele factuur moet verschaffen die voldoet aan de daaraan te stellen eisen. De deken heeft klager erop gewezen dat hij het griffierecht dient te voldoen en dat vervolgens zijn klacht aan de Raad van Discipline zal worden gestuurd. Dit is de gebruikelijke gang van zaken. Er is geen noodzaak voor de deken om aan de eisen die klager stelt aan de factuur tegemoet te komen. Daarom zal de voorzitter de klacht tegen de deken niet verwijzen. Het staat klager vrij om zijn ongenoegen over de gang van zaken in de vorm van een klacht als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Awb aan het ordebureau voor te leggen, iets waarop de stafjurist van het bureau hem overigens al heeft gewezen.
3 BESLISSING
De voorzitter van het Hof van Discipline:
- wijst het verzoek tot verwijzing af.
Deze beslissing is genomen op 19 maart 2026 door mr. J.D. Streefkerk, plaatsvervangend voorzitter.
De beslissing is verzonden op 19 maart 2026.
