Rechtspraak
Uitspraakdatum
11-05-2026
ECLI
ECLI:NL:TADRSHE:2026:61
Zaaknummer
25-683/DB/LI
Inhoudsindicatie
Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch van 11 mei 2026 in de zaak 25-683/DB/LI naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van discipline van 23 december 2025 op de klacht van:
klager
over:
verweerder
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 30 maart 2025 heeft klager tegen verweerder een klacht ingediend. Op 8 oktober 2025 heeft de raad het dossier met kenmerk K25-044 van de deken ontvangen.
1.2 Bij beslissing van 23 december 2025 heeft de voorzitter van de raad de klacht kennelijk ongegrond verklaard.
1.3 Bij e-mail van 18 januari 2026 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.
1.4 Partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzet tijdens de zitting van de raad op 30 maart 2026. Verschenen is verweerder. Klager is niet verschenen.
1.5 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de beslissing van de voorzitter is gebaseerd, van het verzetschrift en van het e-mailbericht met bijlage van klager van 20 januari 2026.
2 FEITEN EN KLACHT
2.1 Voor een weergave van de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.
3 VERZET
3.1 De gronden van het verzet houden het volgende in: Klager heeft geen opdracht verstrekt voor het opstellen van een brief en klager kon niets met het advies. Nadat klager verweerder had verzocht om geen tijd meer aan de zaak te besteden, heeft verweerder zonder aankondiging toch nog kosten gemaakt. Dat klager niet direct tegen de tweede factuur heeft geprotesteerd en verweerder een compliment heeft gegeven, betekent niet dat klager tevreden was. De in de voorzittersbeslissing geciteerde e-mails van klager heeft hij gestuurd toen hij was overmand door woede.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Die feiten en omstandigheden volgen uit de overgelegde stukken, waaronder de opdrachtbevestiging en de daarop volgende correspondentie. Uit de op de opdrachtbevestiging volgende correspondentie blijkt dat klager de door verweerder opgestelde brief heeft geaccepteerd, verweerder met de brief heeft gecomplimenteerd en de declaratie zonder protest heeft voldaan. Hieruit kan worden afgeleid dat verweerder de brief niet zonder daartoe verstrekte opdracht van klager heeft opgesteld en daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.
4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline: verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. R.A.J. van Leeuwen, voorzitter, mrs. A.J.C. Perdaems, W.L.H. Aerts, leden, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber-van de Langenberg als griffier, en uitgesproken op 11 mei 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 11 mei 2026
