Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

07-05-2026

ECLI

ECLI:NL:TAHVD:2026:142

Zaaknummer

260112

Inhoudsindicatie

De beslissing van de deken om een klacht over een advocaat al dan niet in behandeling te nemen en daarnaar een onderzoek te verrichten, is een procedurele beslissing van de deken en het klachtrecht is geen middel om een dergelijke beslissing van de deken ter discussie te stellen. In artikel 46e Advocatenwet staat dat wanneer het griffierecht niet binnen de daarvoor gegeven termijn wordt betaald, de deken de klacht niet ter kennis van de raad brengt. Voor wat betreft de heffing van het griffierecht handelt de deken dus in overeenstemming met de Advocatenwet. Het klachtrecht is evenmin een middel om dat ter discussie te stellen.

Uitspraak

Beslissing van de voorzitter van het Hof van Discipline     van 7 mei 2026

in de zaken 260112     

naar aanleiding van de klacht van:       

klaagster   

over:

 

de deken

 

 

1    HET VERZOEK

1.1    De voorzitter van het hof verwijst naar de e-mail van klaagster van 31 maart 2026, met bijlagen. Daarmee heeft klaagster bij het hof een klacht ingediend over de deken. 

1.2    Bij e-mail van 21 april 2026 heeft klaagster aanvullende stukken aan het hof gezonden. 

1.3    De klacht van klaagster houdt in dat de deken zich schuldig maakt aan plichtsverzuim, omdat de deken volgens klaagster ten onrechte weigert een onderzoek in te stellen naar en een standpunt in te nemen over een klacht die klaagster over een advocaat van het UWV bij de deken heeft ingediend. Verder mag de deken naar de mening van klaagster niet zelfstandig beslissen dat de onderliggende klacht niet naar de Raad van Discipline wordt doorgeleid omdat klaagster het griffierecht niet heeft voldaan. Klaagster verzoekt het hof de klacht over de deken te verwijzen naar een andere deken voor onderzoek en behandeling.

 

2    DE BEOORDELING

2.1    Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient een klacht over een deken in beginsel te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter zal hiertoe echter niet beslissen en licht dit als volgt toe.

2.2    De beslissing van de deken om een klacht over een advocaat al dan niet in behandeling te nemen en daarnaar een onderzoek te verrichten, is een procedurele beslissing van de deken en het klachtrecht is geen middel om een dergelijke beslissing van de deken ter discussie te stellen. 

2.3 Klaagster kan de klacht, na betaling van het griffierecht, door de deken ter kennis laten brengen van de Raad van Discipline (hierna: de raad) en laten beoordelen door de tuchtrechter. De raad beoordeelt de klacht zelfstandig en is op geen enkele wijze gebonden aan de bevindingen van de deken. Artikel 46e Advocatenwet bepaalt dat voordat de deken de klacht ter kennis van de raad brengt, de deken van de klager een griffierecht heft van € 50,-. Het griffierecht is bestemd voor de raad. In artikel 46e Advocatenwet staat ook dat wanneer het griffierecht niet binnen de daarvoor gegeven termijn wordt betaald, de deken de klacht niet ter kennis van de raad brengt. Voor wat betreft de heffing van het griffierecht handelt de deken dus in overeenstemming met de Advocatenwet. Het klachtrecht is evenmin een middel om dat ter discussie te stellen.

2.3    De voorzitter dan wel het hof heeft geen bevoegdheid vrijstelling van het griffierecht te verlenen, zoals klaagster verzoekt. 

 

3    BESLISSING

De voorzitter van het Hof van Discipline:

wijst het verzoek tot verwijzing af.

Deze beslissing is genomen op 7 mei 2026 door mr. J. Blokland, voorzitter.

Voorzitter

De beslissing is verzonden op 7 mei 2026.