Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

30-04-2026

ECLI

ECLI:NL:TAHVD:2026:126

Zaaknummer

260145

Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om het hof te verzoeken te interveniëren in de behandeling van het verzoek van klager om aanwijzing van een advocaat. Klager zal de behandeling van zijn verzoek door de deken dienen af te wachten. Het klachtrecht is evenmin bedoeld om te klagen over een procedurele beslissing van de deken waarmee men het niet eens is.

Uitspraak

Beslissing van de voorzitter van

het Hof van Discipline

van 30 april 2026

in de zaak 260145

naar aanleiding van het de klacht van:

 

klager

 

tegen:

 

de deken

 

 

1 HET VERZOEK

De voorzitter van het hof verwijst naar het e-mailbericht van 22 april 2026 van klager waarin klager bij het hof een klacht indient over de deken. Volgens klager heeft de deken nagelaten (naar de voorzitter begrijpt in het kader van een aanwijzingsverzoek op grond van artikel 13 Advocatenwet) tijdig (binnen 48 uur) een advocaat aan te wijzen. Klager verzoekt het hof te interveniëren en eist de onmiddellijke aanwijzing van een onafhankelijk advocaat buiten de regio Rotterdam en stelt de deken aansprakelijk voor vertragingsschade.

 

DE BEOORDELING

2.1 Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient een klacht over een deken in beginsel te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter zal hiertoe echter niet beslissen en licht dit als volgt toe

2.2 De klacht van klager hangt samen met een door klager bij de deken ingediend aanwijzingsverzoek op grond van artikel 13 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om het hof te verzoeken te interveniëren in de behandeling van het verzoek van klager om aanwijzing van een advocaat. Klager zal de behandeling van zijn verzoek door de deken dienen af te wachten.

2.3 In dit verband wijst de voorzitter er ook op dat het klachtrecht evenmin is bedoeld om te klagen over een procedurele beslissing van de deken waarmee men het niet eens is. De voorzitter voegt daar nog aan toe dat de mogelijkheid de deken te verzoeken een advocaat aan te wijzen, een aanvullende voorziening is voor het geval de rechtzoekende niet op eigen initiatief een advocaat weet te vinden die bereid is hem of haar bijstand te verlenen. Deze aanvulling op de in beginsel vrije advocaatkeuze maakt dat de deken een ruime beleidsvrijheid toekomt bij het aanwijzen van een advocaat (Hof van Discipline 26 januari 2026, ECLI:NL:TAHVD:2026:24).

 

3 BESLISSING

De voorzitter van het Hof van Discipline:

- wijst het verzoek tot verwijzing af.

Deze beslissing is genomen op 30 april 2026 door mr. J. Blokland, voorzitter.

Voorzitter

De beslissing is verzonden op 30 april 2026.