Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

24-04-2026

ECLI

ECLI:NL:TAHVD:2026:125

Zaaknummer

250311D

Inhoudsindicatie

De deken heeft een dekenbezwaar ingediend tegen verweerster. De raad heeft bij tussenbeslissing een vooronderzoek gelast. De raad verklaart het dekenbezwaar gegrond en legt aan verweerster de maatregel van schrapping op. In hoger beroep oordeelt het hof dat de resultaten van het vooronderzoek deels niet als juist kunnen worden aanvaard, omdat deze niet berusten op een deugdelijke grondslag. Een deel van bevindingen van het vooronderzoek zijn slechts summier vastgelegd en een deel in het geheel niet. Van verweerster kan niet worden verlangd bevindingen die summier zijn onderbouwd met bewijs en bevindingen die in het geheel niet zijn vastgelegd te weerleggen. Het hof komt tot het oordeel dat het dossierbeheer en de dossieradministratie van verweerster tekortschieten en dat er tekortkomingen zijn ten aanzien van de waarneming, de naamgeving, de klachtenregeling en de privacyverklaring. Mede gelet op het tuchtrechtelijke verleden acht het hof een onvoorwaardelijke schorsing van 26 weken passend en geboden.

Uitspraak

HERSTELBESLISSING    

 

 

van 24 april 2026

in de zaak 250311D

 

naar aanleiding van het hoger beroep van:

 

verweerster

gemachtigde: mr. R. Sanders, advocaat te Leiden  

 

tegen:

 

de deken

 

1 DE BESLISSING WAARVAN HERSTEL

Het Hof van Discipline (hierna: het hof) verwijst naar zijn beslissing van 10 april 2026 met zaaknummer 250311D. In deze beslissing is het jaartal van de beslissing van de raad onjuist in rechtsoverweging 10.1 van het dictum vermeld.

 

2 HET HERSTEL

Het hof stelt, daarop gewezen door de deken, vast dat in de beslissing van 10 april 2026 sprake is van kennelijke fout (te weten een onjuist jaartal) die zich voor eenvoudig herstel leent. Het hof zal in de beslissing rechtsoverweging 10.1 wijzigen in: vernietigt de beslissing van 11 augustus 2025 van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag, gewezen onder nummer 24-201/DH/RO/D.

 

3 BESLISSING

Het Hof van Discipline:

herstelt de beslissing van 10 april 2026 van het Hof van Discipline met zaaknummer 250311D in die zin dat:

 

in die beslissing rechtsoverweging 10.1 wordt gewijzigd in:

 

10.1 vernietigt de beslissing van 11 augustus 2025 van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag, gewezen onder nummer 24-201/DH/RO/D.

 

 

Deze beslissing is genomen door mr. drs. P. Fortuin, voorzitter, mrs. K. Teuben, M.S.A. van Dam, Chr. H. van Dijk en P.J.G. van den Boom leden, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Sijses, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026.

                                                          

 

griffier                                                                                                       voorzitter             

 

De beslissing is verzonden op  24 april 2026 .