Rechtspraak
Uitspraakdatum
28-04-2026
ECLI
ECLI:NL:TADRSHE:2026:54
Zaaknummer
25-637/DB/OB
Inhoudsindicatie
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch van 28 april 2026 in de zaak 25-637/DB/OB
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de (plaatsvervangend) voorzitter van de raad van discipline van 25 november 2025 op de klacht van:
klager
over:
verweerster
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 3 januari 2025 heeft klager tegen verweerster een klacht ingediend. Bij beslissing van 16 januari 2025 heeft de plaatsvervangend voorzitter van het Hof van Discipline het onderzoek naar de klacht opgedragen aan de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Oost-Brabant (hierna: “de deken”).
1.2 Op 19 september 2025 heeft de raad het dossier met kenmerk 48|25|007K van de deken ontvangen.
1.3 Bij beslissing van 25 november 2025 heeft de voorzitter van de raad, de raad deels kennelijk onbevoegd verklaard en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond verklaard.
1.4 Bij e-mail van 24 december 2025 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.
1.5 Partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzet tijdens de zitting van de raad op 16 maart 2026. Verschenen is klager. Verweerster is niet verschenen.
1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de beslissing van de voorzitter is gebaseerd en van het verzetschrift.
2 FEITEN EN KLACHT
2.1 Voor een weergave van de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.
3 VERZET
3.1 De gronden van het verzet houden het volgende in: De voorzittersbeslissing moet worden vernietigd. Er is niet aan waarheidsvinding gedaan. Verweerster had wel moeten interveniëren, bemiddelen en het gedrag van mr. B moeten afkeuren.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.
4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline: verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. R.A.J. van Leeuwen, voorzitter, mrs. M.J. Hoekstra, J.A.J.A. Luijten, leden, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber-van de Langenberg als griffier, en uitgesproken op 28 april 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 28 april 2026
