Rechtspraak
Uitspraakdatum
28-04-2026
ECLI
ECLI:NL:TADRARL:2026:102
Zaaknummer
25-456/AL/NN
Inhoudsindicatie
De raad verklaart het verzet ongegrond.
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden van 28 april 2026 in de zaak 25-456/AL/NN
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 8 september 2025 op de klacht van:
klaagster
over
verweerder
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 24 december 2024 heeft klaagster bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Noord-Nederland (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.
1.2 Op 10 juli 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2024 KNN150 / 2436114 van de deken ontvangen.
1.3 In een beslissing van 8 september 2025 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht niet-ontvankelijk verklaard. Klaagster heeft verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.
1.4 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 16 januari 2026. Daarbij waren M, B en R (vertegenwoordigers van klaagster) en verweerder aanwezig.
1.5 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift. Ook heeft de raad kennisgenomen van de e-mail met bijlagen van klaagster van 1 januari 2026.
2 VERZET
2.1 De gronden van het verzet zijn opgenomen in het verzetschrift en nader toegelicht op de zitting van de raad. Klaagster stelt – zakelijk weergegeven – dat de klacht van klaagster, anders dan door de voorzitter is geoordeeld, wel tijdig bij de deken is ingediend.
3 FEITEN EN KLACHT
3.1 Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is van oordeel dat de door klaagster aangevoerde verzetgronden niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval.
4.3 In verzet heeft M, één van de maten van klaagster, betoogd dat zij niet op de hoogte was van het handelen van verweerder waarover wordt geklaagd, en dat de klacht voor haar om die reden tijdig en ontvankelijk is. De raad volgt haar niet in dit standpunt. De klacht is alleen door klaagster, de maatschap, ingediend en daarom is het voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van de klacht alleen van belang op welk moment klaagster op de hoogte is geraakt van het handelen van verweerder. De raad is van oordeel dat de voorzitter op dat punt een juiste beslissing heeft genomen. De aangevoerde omstandigheid dat één van de maten niet op de hoogte zou zijn van het handelen van verweerder, is daarbij niet van belang.
4.4 De raad is dan ook van oordeel dat de voorzitter de klacht terecht en op juiste gronden niet ontvankelijk heeft verklaard. Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline:
- verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. O.P. van Tricht, voorzitter, mrs. G.N. Paanakker en H.J. Voors, leden, bijgestaan door mr. W.B. Kok als griffier en uitgesproken in het openbaar op 28 april 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op : 28 april 2026
