Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

20-04-2026

ECLI

ECLI:NL:TAHVD:2026:118

Zaaknummer

250432

Inhoudsindicatie

Beklag. Op grond van artikel 13 Advocatenwet kan door de deken alleen een advocaat kan worden aangewezen in zaken waarin vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven, dan wel bijstand uitsluitend door een advocaat kan geschieden. Klager heeft verzocht om aanwijzing van een advocaat in een huurgeschil. De kantonrechter is bij huurgeschillen absoluut bevoegd ongeacht de hoogte van de vordering. Voor een procedure bij de kantonrechter is geen bijstand van een advocaat vereist. De deken heeft klagers verzoek om aanwijzing terecht afgewezen. Ongegrond.

Uitspraak

Beslissing van 20 april 2026 in de zaak 250432      naar aanleiding van het beklag op grond van artikel 13 Advocatenwet van:       

klager      tegen:     de deken

 

1    DE PROCEDURE 

Bij de deken 1.1    Klager heeft op 10 september 2025 bij de deken een verzoek ingediend tot aanwijzing van een advocaat als bedoeld in artikel 13 lid 1 Advocatenwet. 

1.2    De deken heeft dit verzoek afgewezen met de beslissing van 31 oktober 2025. De deken heeft aan de afwijzende beslissing ten grondslag gelegd dat zij niet bevoegd is een advocaat voor klager aan te wijzen, omdat klager aanwijzing van een advocaat verzoekt voor een procedure bij de kantonrechter en voor een procedure bij de kantonrechter een advocaat niet verplicht is. 

Bij het Hof van Discipline 1.3    Klager heeft op 10 december 2025 beklag tegen de beslissing van de deken ingediend bij het Hof van Discipline (hierna: het hof). Eveneens op 10 december 2025 is klager door de griffie van het hof gevraagd de gronden van het beklag door te geven. Op dat verzoek is door klager niet gereageerd. 

1.4    Verder bevat het dossier het verweer van de deken van 16 januari 2026, met bijlagen.

1.5    Het hof heeft het verzoek in raadkamer behandeld op basis van de stukken uit het dossier. 

2    FEITEN

Het hof stelt de volgende feiten vast.

2.1    Klager heeft op 10 september 2025 via een webformulier bij de deken een verzoek ingediend tot aanwijzing van een advocaat. Bij de vraag op het webformulier “Kunt u uitleggen wat voor procedure u wilt starten? Wat is uw belang bij de procedure?” heeft klager ingevuld:

“civielrecht of huurrecht. Andere woning, Huur terug van de afgelopen negen jaar, schadevergoeding van de negen jaar dat ik geleden heb door geluidsoverlast die expres werd veroorzaakt door de boven buurman en vrienden. Mijn werk ben ik meerdere keren kwijt geraakt, doordat ik steeds expres wakker werd gemaakt door de visite van de boven buren die tot 05:00 uur bleven en expres met de duren gooiden en er werd met een stok elke minuut op het laminaat getikt. De woningbouw deed niks en liet het op zijn beloop , Negen jaar langen zegt nu dat ze er alles aan hebben gedaan en er al een eind brief in 2018 en 2021 is geweest om zo van mijn zaak af te komen.”

2.2    Naar aanleiding daarvan is namens de deken op 19 september 2025 aanvullende informatie over het verzoek bij klager opgevraagd. In reactie daarop heeft klager bij e-mail van 22 september 2025 het volgende aan de deken geschreven:

“Ik heb de afgelopen negen jaar geen advocaat kunnen vinden , om een zaak te starten over het huurrecht, civiel recht ,of strafrecht op pro deo basis.                                                                                    

De woningbouw vereniging Staedion b.v.                                                                                        

Heeft negen jaar mij van het kasje naar de muur verwezen en niks gedaan aan de geluidoverlast zaak waar ik negen jaar in zit en de situatie "s woorden door Staedion ook steeds verdraaid.”

2.3    Bij brief van 23 september 2025 is daarop namens de deken als volgt gereageerd:

“Uit de stukken leid ik af dat Staedion u bij brief d.d. 1 mei 2018 heeft bericht dat zij uw overlastklachten volgens de overlastprocedure hebben afgehandeld en zij uw klacht als afgehandeld beschouwen. Bij brief d.d. 9 juni 2021 hebben ze u in vervolg op de brief d.d. 1 mei 2018 te kennen gegeven dat zij u niet verder kunnen helpen aangaande uw klachten over overlast.  

Ik begrijp uit de door u aangeleverde informatie en stukken dat u desondanks een procedure wenst te starten tegen Staedion omdat u van mening bent dat zij onvoldoende hebben gedaan om de overlast van uw bovenburen aan te pakken. U stelt als gevolg daarvan schade te hebben geleden welke schade u op Staedion wenst te verhalen. Waar uw schade uit zou bestaan is mij niet uit de stukken gebleken. Ik verzoek u dan ook vriendelijk uw schade nader toe te lichten en te onderbouwen.

(…)

Ook acht ik het van belang om u er alvast op te wijzen dat voor een procedure bij de kantonrechter een advocaat niet verplicht is. De kantonrechter behandelt conflicten over geldbedragen (geldvorderingen) tot en met € 25.000 en alle soorten conflicten over arbeid, huur, consumentenkoop en consumentenkrediet (ongeacht de soort eis en de hoogte van het geldbedrag). U mag de procedure bij de kantonrechter zelf voeren; u mag ook iemand die geen advocaat is vragen om u te helpen bij de procedure. Overigens mag u zich in deze procedure wel laten bijstaan door een advocaat. Die advocaat moet u echter zelf zoeken. Artikel 13 Advocatenwet is namelijk alleen van toepassing als het gaat om een zaak waarin vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven dan wel bijstand uitsluitend door een advocaat kan geschieden. (…)”

2.4    Bij e-mail van 29 oktober 2025 heeft klager vervolgens het volgende aan de deken geschreven:

“Hierbij geef ik een overzicht van wat voor schade ik heb door het niet optreden en veelste te lang afwachten van de klachten afhandelingen van geluidsoverlast door visites samen scholing in de woning boven mij [adres bovenburen] van 2016 tot 2020.

Van 2020 tot juni 2024 ook [adres bovenburen] die ook in de nacht bleef doorgaan en nu al meer dan twee jaar vanaf2023 tot nu de onder buren [adres onderburen] die het huis gebruiken als werk pand inplaats van rust en slaapplek.    Mijn negen jaar is verziekt en kapot gemaakt omdat in 2016 mijn uren in de horeca terug liepen van zestig uur per week naar zes uur per week door ernstige oververmoeidheid en stress doordat ik moet willig door de boven buurman en zijn vrienden ben wakker gehouden doordat de deuren hart werden dicht gegooid en computer spelletjes werden gespeeld tot diep in de nacht en als ik er wat van zijn bij Staedion , zijden ze aan de balie u woord binnen drie dagen opgebeld met een terugbelverzoek maar dat werd uitgerekt tot zes weken elke keer als er overlast was en dat nu al negen jaar.                                                                                                                Maar Staedion houd zich afzijdig en zecht in een eind brief in 2018 en 2021 dat ze alles hebben gedaan om mij te helpen en dat klopt dus niet.

(…)

En nu ben ik al drie jaar werkloos en heb schulden opgelopen en ben beschadigt door mensen die op de dag van vandaag met opruiming en smaakt en laster bezig zijn in mijn directe omgeving en er woord overal waar ik in de openbare gelegenheid ben of zit geschreven op banken muren , bouwketen , containers .”  

2.5    Bij beslissing van 31 oktober 2025 heeft de deken het verzoek van klager afgewezen, als volgt:

“Ik stel vast dat uw verzoek om aanwijzing van een advocaat betrekking heeft op vertegenwoordiging/bijstand in het kader van een procedure tegen Staedion omdat u van mening bent dat zij onvoldoende hebben gedaan om de overlast van uw bovenburen aan te pakken. Dit betreft een procedure voor de kantonrechter. Zoals reeds door de stafjurist aangegeven is voor een procedure bij de kantonrechter een advocaat niet verplicht. U mag de procedure zelf voeren; u mag ook iemand die geen advocaat is vragen om u te helpen bij de procedure. Dit betekent dat ik niet bevoegd ben een advocaat aan te wijzen om u bij te staan in uw zaak. Ik wijs uw verzoek daarom af.”

3    BEKLAG EN VERWEER

Gronden van het beklag 3.1    Uit het beklagschrift van klager begrijpt het hof dat klager van mening is dat hij wel een advocaat nodig heeft, omdat het gaat om een vordering van meer dan € 25.000,-, en er als gevolg van de huurkwestie sprake is van escalatie op zowel financieel als mentaal gebied. Klager vraagt zich af of hij gelet daarop wellicht niet een andere procedure zou moeten starten, bijvoorbeeld voor een ander huis.

Verweer 3.2    De deken is van mening dat het verzoek van klager om aanwijzing van een advocaat op goede gronden is afgewezen. De deken concludeert dan ook tot afwijzing van het beklag. 

 

4    BEOORDELING

Toetsingskader

4.1    Op grond van artikel 13 Advocatenwet kan een rechtzoekende die niet (tijdig) een advocaat bereid vindt hem bij te staan in een zaak waarin vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven of bijstand uitsluitend door een advocaat kan geschieden, zich wenden tot de deken met het verzoek een advocaat aan te wijzen. De deken kan een verzoek op grond van dit artikel alleen wegens gegronde redenen afwijzen. Een dergelijke reden kan onder meer bestaan indien de door klager gewenste procedure geen verplichte procesvertegenwoordiging kent, of indien de procedure geen redelijke kans van slagen heeft.

Het verzoek  

4.2    Naar het oordeel van het hof heeft de deken uit het webformulier van 10 september 2025 en de daarna van klager verkregen informatie terecht afgeleid dat het geschil waarvoor klager om aanwijzing van een advocaat verzoekt, een huurgeschil is. Zoals ook de deken heeft aangegeven, moeten huurgeschillen worden aangebracht bij de kantonrechter. De kantonrechter is bij huurgeschillen absoluut bevoegd ongeacht de hoogte van de vordering. Dat betekent dat ook als klager meer dan € 25.000,- schade zou hebben geleden, zoals klager stelt, de kantonrechter de bevoegde rechter blijft. Voor een procedure bij de kantonrechter is geen bijstand van een advocaat vereist. Klager mag zelf een procedure voor de kantonrechter starten. Nu op grond van artikel 13 Advocatenwet door de deken alleen een advocaat kan worden aangewezen in zaken waarin vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven, dan wel bijstand uitsluitend door een advocaat kan geschieden, heeft de deken klagers verzoek om aanwijzing terecht afgewezen.

Conclusie

4.3    Het beklag tegen de beslissing van de deken zal op grond van het vorenstaande ongegrond worden verklaard.

5    BESLISSING

Het Hof van Discipline:

verklaart het beklag van klager tegen de beslissing van 31 oktober 2025 van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag ongegrond. 

Deze beslissing is genomen door mr. J. Blokland, voorzitter, mrs. J.C.A.T. Frima en J.A. Huijgen, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.N. Boogers-Keuning, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2026.  

griffier    voorzitter             

De beslissing is verzonden op 20 april 2026.