Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

14-04-2026

ECLI

ECLI:NL:TADRSHE:2026:50

Zaaknummer

26-176/DB/ZWB

Inhoudsindicatie

Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in hoedanigheid van kantoor directeur kennelijk ongegrond omdat niet is gebleken dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.

Uitspraak

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch van 14 april 2026

in de zaak 26-176/DB/ZWB

naar aanleiding van de klacht van:

 

klaagster

gemachtigde: L.G. Laseur

over:

 

verweerder

 

De voorzitter van de raad van discipline (hierna: “de voorzitter”) heeft kennisgenomen van het e-mailbericht van 5 maart 2026 van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Zeeland-West-Brabant (hierna: de deken) met kenmerk K25-083 en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 12.  

1 FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.

1.1 Klaagster wenste tot de splitsing van een onroerende zaak te komen en heeft zich  voor rechtsbijstand gewend tot verweerders kantoor.

1.2  Verweerders voormalig kantoorgenoot mr. FM heeft de behandeling van klaagsters zaak in behandeling genomen. Klaagster en mr. FM hebben afgesproken dat mr. FM voor de behandeling van de zaak een fixed fee van € 2.500,00 bij klaagster in rekening zou brengen, welk bedrag bij vooruitbetaling door klaagster zou worden voldaan. Klaagster heeft de declaratie ten bedrage van € 2.500,00 voldaan.

1.3 Mr. FM heeft voorbereidende werkzaamheden verricht om tot een splitsing te komen.

1.4  Op 31 juli 2025 heeft verweerders kantoorgenoot mr. BM aan klaagster een e-mailbericht gestuurd met de mededeling dat zij de behandeling van de zaak voor mr. FM zou waarnemen omdat zij met verlof was. In deze e-mail heeft mr. BM tevens aan klaagster medegedeeld dat de notariële afwikkeling van de splitsing nog niet had plaatsgevonden vanwege het ontbreken van enkele documenten. Bij e-mail van dezelfde dag heeft klaagster aan mr. BM bericht dat zij helemaal niet door haar wilde worden bijgestaan en dat zij geen werkzaamheden mocht verrichten.

1.5 Bij e-mail van 28 augustus 2025 heeft klaagster aan verweerder verzocht om restitutie van het betaalde bedrag van € 2.500,--.

1.6 Bij e-mail van 2 september 2025 heeft verweerder namens het kantoor aan klaagster bericht dat niet tot restitutie zou worden overgegaan.

1.7 Op 21 september 2025 heeft klaagster tegen verweerder een klacht ingediend bij de deken.

 

2 KLACHT

2.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klaagster verwijt verweerder het volgende:

De overeenkomst van opdracht is niet nagekomen en het door klaagster betaalde bedrag van € 2.500,00 is niet gerestitueerd.

 

3 VERWEER

3.1 Verweerder heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

 

4 BEOORDELING

4.1 Toetsingskader

De klacht heeft betrekking op het optreden van verweerder in zijn hoedanigheid van kantoor directeur. Het tuchtrecht is bedoeld om te waarborgen dat advocaten hun beroep behoorlijk uitoefenen. Het tuchtrecht kan ook volledig gelden wanneer een advocaat optreedt in een andere hoedanigheid dan die van advocaat, terwijl er wel voldoende aanknopingspunten zijn tussen (i) de gedraging waarvan hem een verwijt wordt gemaakt en (ii) de uitoefening van het beroep van advocaat. Zijn die aanknopingspunten er niet, of niet voldoende, dan beoordeelt de tuchtrechter slechts of de advocaat het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.

4.2 Beoordeling klacht

Klaagster verwijt verweerder dat de overeenkomst van opdracht niet is nagekomen en het door klaagster betaalde bedrag van € 2.500,00 niet is gerestitueerd. Verweerder heeft gemotiveerd weersproken dat hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De voorzitter overweegt als volgt.

4.3 Vast staat dat verweerder in de kwestie waarop de klacht ziet, niet als advocaat van klaagster heeft opgetreden. Verweerders (voormalig) kantoorgenoot mr. FM heeft werkzaamheden verricht in klaagsters dossier. Dat de behandeling van klaagsters dossier wegens de afwezigheid van mr. FM moest worden waargenomen door mr. BM, maakt niet dat verweerder het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Het kan gebeuren dat een dossier (tijdelijk) door een kantoorgenoot moet worden waargenomen en dat mr. BM over onvoldoende deskundigheid beschikte om de behandeling van klaagsters dossier waar te nemen, is de voorzitter niet gebleken.

4.4 Als niet dan wel onweersproken staat vast dat, toen mr. BM in beeld kwam, alle benodigde (voorbereidende) werkzaamheden om tot een notariële splitsing te komen, reeds door mr. FM waren verricht en dat de notariële afwikkeling van de splitsing kon plaatsvinden zodra enkele nog ontbrekende documenten door klaagsters wederpartij waren aangeleverd. Of en in hoeverre daarmee de overeenkomst van opdracht is nagekomen, is echter een kwestie van civielrechtelijke aard en is dus niet ter beoordeling van de tuchtrechter. Ook de vraag of de door klaagster betaalde fixed fee moet worden gerestitueerd,  is een kwestie van civielrechtelijke aard en is niet ter beoordeling van de tuchtrechter. Dat verweerder op grond van de reeds verrichte werkzaamheden namens het kantoor aan klaagster heeft kenbaar gemaakt dat geen gevolg werd gegeven aan haar verzoek om het bedrag van € 2.500,00 te restitueren, maakt naar het oordeel van de voorzitter in elk geval niet dat verweerder het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.

4.5 De voorzitter komt op grond van het voorgaande tot de slotsom dat de klacht kennelijk ongegrond moet worden verklaard.

 

BESLISSING

De voorzitter verklaart:

de klacht, met toepassing van artikel 46j lid 1 aanhef en sub c Advocatenwet, kennelijk ongegrond.

Aldus beslist door mr. E. Loesberg, voorzitter, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber- van de Langenberg, als griffier en uitgesproken in het openbaar op 14 april 2026.

Griffier                                                            Voorzitter

Verzonden op: 14 april 2026