Rechtspraak
Uitspraakdatum
10-04-2026
ECLI
ECLI:NL:TAHVD:2026:104
Zaaknummer
250413
Inhoudsindicatie
Klaagster heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam (hierna: de raad) waarbij het verzet van klaagster tegen een voorzittersbeslissing ongegrond is verklaard. Tegen een dergelijke beslissing staat geen hoger beroep open. Hetgeen klaagster bij het hof heeft aangevoerd levert naar vaste jurisprudentie van het hof geen grond op voor doorbreking van het appelverbod. Klaagster kan dan ook niet in hoger beroep worden ontvangen. Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard.
Uitspraak
Beslissing van 10 april 2026 in de zaak 250413
naar aanleiding van het hoger beroep van:
klaagster
gemachtigde: [naam]
tegen:
verweerder
1 INLEIDING
Klaagster heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam (hierna: de raad) waarbij het verzet van klaagster tegen een voorzittersbeslissing ongegrond is verklaard. Tegen een dergelijke beslissing staat geen hoger beroep open. Hetgeen klaagster bij het hof heeft aangevoerd levert naar vaste jurisprudentie van het hof geen grond op voor doorbreking van het appelverbod. Klaagster kan dan ook niet in hoger beroep worden ontvangen. Het beroep zal niet-ontvankelijk worden verklaard.
2 DE PROCEDURE
Bij de raad van discipline
2.1 Het hof verwijst naar de beslissing van 3 februari 2025 van de plaatsvervangend voorzitter (hierna de voorzitter) van de raad. De voorzitter heeft met die beslissing (zaaknummer: 24-962/A/A) de klacht van klaagster gedeeltelijk kennelijk ongegrond en gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Deze beslissing is onder ECLI:NL:TADRAMS:2025:31 op tuchtrecht.nl gepubliceerd.
2.2 Klaagster heeft tegen deze beslissing verzet ingesteld bij de raad. Dit verzet heeft de raad op 6 oktober 2025 ongegrond verklaard. Deze beslissing op verzet is onder ECLI:NL:TADRAMS:2025:183 op tuchtrecht.nl gepubliceerd.
Bij het hof van discipline
2.3 Het beroepschrift van klaagster tegen de beslissing op verzet is op 5 november 2025 ontvangen door de griffie van het hof. Verder bevat het dossier van het hof de stukken van de raad. 2.4 Het hof heeft het beroep in raadkamer behandeld op basis van de stukken uit het dossier.
3 BEOORDELING HOF
Maatstaf
3.1 Artikel 46h lid 7 Advocatenwet bepaalt dat geen beroep kan worden ingesteld tegen een beslissing van de raad waarbij het verzet tegen een voorzittersbeslissing niet-ontvankelijk of ongegrond is verklaard. Er kan een uitzondering op deze regel worden gemaakt, als de procedure bij de raad geen eerlijk proces betrof doordat bij de behandeling van het verzet door de raad een fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden. Dan kan het appelverbod worden doorbroken. Het hof zal onderzoeken of daarvan sprake is.
Beoordeling hof
3.2 Het door klaagster ingediende beroepschrift is vanwege de wijze waarop het is opgezet en omdat er gebruik wordt gemaakt van tal van deeplinks naar externe websites moeilijk leesbaar. Het hof begrijpt een en ander aldus dat klaagster stelt dat er sprake is van nieuwe feiten omdat de raad in zijn beslissing op verzet heeft opgemerkt dat de deeplinks in de stukken van klaagster buiten beschouwing zijn gelaten. Klaagster voert aan dat de raad hierdoor geen kennis heeft genomen van uitspraken van het Hof van Justitie.
3.3 Hetgeen klaagster aanvoert ziet uitsluitend op de inhoudelijke beoordeling van de zaak door de raad en raken niet aan fundamentele rechtsbeginselen, zoals schending van hoor en wederhoor. Dergelijke klachten leveren naar vaste jurisprudentie geen grond op voor doorbreking van het appelverbod (vergelijk: HvD 28 augustus 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:168, ECLI:NL:TAHVD:2017:169 en HR 23 juni 1995, NJ 1995/661).
3.4 Aanvullend merkt het hof nog het volgende op. Uit de voorzittersbeslissing van 3 februari 2025 blijkt dat de gemachtigde van klaagster is verzocht – vanwege het grote aantal deeplinks opgenomen in de documenten van klaagster (klacht en repliek) – te vermelden welke documenten zij wenste te gebruiken ter onderbouwing van haar klacht en repliek. Daarop heeft de gemachtigde van klaagster niet gereageerd. Uit artikel 3 van het e-mailreglement tuchtcolleges advocatuur, dat op de website van de raden en het hof is gepubliceerd, volgt dat bijlagen als een apart document (bijvoorbeeld pdf) behoren te worden aangeleverd. Het komt voor rekening en risico van klaagster als zij, ondanks deze instructie voor het aanleveren van stukken en vervolgens het uitdrukkelijke verzoek van de raad om aan te geven welke documenten zij wenste te gebruiken ter onderbouwing van haar klacht en repliek en in welke linken deze documenten terug te vinden zijn, de stukken waarop een beroep wordt gedaan alleen via een deeplink heeft ingediend bij de raad. Dat de deeplinks alsnog kunnen worden geopend, betekent niet dat er daarmee sprake is van nieuwe feiten.
Slotsom
3.5 Nu ook overigens het hof op basis van het dossier niet is gebleken dat in de procedure bij de raad een fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden, is de slotsom dat er geen gegronde argumenten zijn aangedragen door klaagster voor doorbreking van het appelverbod. Klaagster kan dan ook niet in haar beroep worden ontvangen.
4 BESLISSING
Het Hof van Discipline:
- verklaart het beroep van klaagster niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is genomen door mr. C.H. van Breevoort-de Bruin, plaatsvervangend voorzitter, mrs. B.J.R. van Tongeren en J.M. Frons, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.P.D. van Grondelle, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026.
griffier voorzitter De beslissing is verzonden op 10 april 2026.
