Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

07-04-2026

ECLI

ECLI:NL:TADRARL:2026:87

Zaaknummer

26-127/AL/GLD

Inhoudsindicatie

Voorzittersbeslissing. Klaagster kan over de vermeende belangenverstrengeling tussen de twee cliënten van verweerster niet klagen bij gebrek aan een eigen persoonlijk belang daarbij. Dat verweerster vertrouwelijke informatie van klaagster met een cliënt heeft gedeeld, is betwist en niet met concrete stukken onderbouwd. Deels kennelijk niet-ontvankelijk, deels kennelijk ongegrond.

Uitspraak

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden van 7 april 2026 in de zaak 26-127/AL/GLD naar aanleiding van de klacht van:

klaagster 

over

verweerster

 

De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief met bijlagen volgens de inventarislijst van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Gelderland (hierna: de deken) van 17 februari 2026 met kenmerk K 25/45. 

 

1    FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.

1.1    De moeder van klaagster is op 18 november 2018 overleden. Haar vier kinderen, waaronder klaagster, zijn tot erfgenaam benoemd voor gelijke delen. 

1.2    Mr. R is benoemd tot executeur afwikkelingsbewindvoerder van de nalatenschap. Zij heeft notaris mr. De W (hierna: de executeur) in haar plaats gesteld. 

1.3    De woning van erflaatster (hierna: de woning) is onderdeel van de nalatenschap. De executeur heeft de erfgenamen meermaals gevraagd of zij de woning willen overnemen. Klaagster heeft geen bod op de woning gedaan. 

1.4    Op 18 april 2019 heeft de executeur de woning aan een derde verkocht. 

1.5    Op 19 mei 2019 heeft klaagster de kantonrechter onder meer verzocht om de executeur te ontslaan en daarop vooruitlopend de executeur, te schorsen. Verweerster heeft de executeur hierin bijgestaan. 

1.6    Bij tussenbeschikking van 7 juni 2019 heeft de kantonrechter het verzoek tot schorsing van de executeur afgewezen. 

1.7    Op 18 juni 2019 is de woning uit de nalatenschap ten overstaan van notaris mr. E. geleverd aan de koper. 

1.8    Bij beschikking van 15 november 2019 heeft de kantonrechter de verzoeken van klaagster afgewezen. Klaagster is daartegen in hoger beroep gegaan. Bij beschikking van 15 oktober 2020 heeft het gerechtshof Den Bosch de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd. Verweerster heeft de executeur hierin bijgestaan. 

1.9    Eind februari 2025 heeft klaagster een klacht ingediend bij de Kamer voor het Notariaat over notaris mr. E vanwege zijn vermeend onbevoegd handelen bij de levering van de woning. Verweerster heeft in deze procedure de belangen van notaris mr. E behartigd.

1.10    Op 3 maart 2025 heeft klaagster bij de deken een klacht ingediend over verweerster. 

 

2    KLACHT

De klacht houdt in, zakelijk weergegeven, dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door:

a)    de belangen van notaris mr. E te behartigen in de klachtprocedure bij de Kamer voor het Notariaat, terwijl verweerster ook de belangen van de wederpartij van klaagster - notaris en executeur mr. De W - in de jarenlang lopende erfrechtprocedure heeft behartigd, waardoor sprake is van belangenverstrengeling (regel 15).

Toelichting:  In de tuchtprocedure van klaagster bij de Kamer voor het Notariaat over notaris mr. E wordt mr. E bijgestaan door verweerster. Klaagster verwijt notaris mr. E dat hij onbevoegd - zonder haar toestemming als mede-eigenaar van de woning uit de nalatenschap - heeft meegewerkt aan de levering van die woning aan een derde partij. Volgens klaagster heeft notaris mr. E alle e-mails daarover naar verweerster doorgestuurd. Verweerster kan die informatie tegen klaagster gebruiken in de jarenlange erfrechtprocedure van klaagster tegen notaris/executeur mr. De W. In die procedure werd de notaris/executeur mr. De W ook bijgestaan door verweerster. Verweerster kan haar kennis uitbreiden en delen in die procedures, wat schadelijk is voor klaagster;

b)    privégegevens van klaagster met notaris mr. E te delen door verstrekking van een vonnis aan hem.

Toelichting:  Verweerster heeft in bijlage 2 bij het verweerschrift van 28 maart 2025 in de klachtzaak tegen notaris mr. E een vonnis in het geding gebracht met alle privé data en overige privé gegevens van klaagster. Volgens klaagster mocht zij dat niet aan een onbevoegde derde laten zien noch afgeven of daarover vertrouwelijke informatie delen. 

 

3    VERWEER

3.1    Verweerster heeft tegen de klacht onder meer het volgende verweer gevoerd.   

Klachtonderdeel a)

3.2    Klaagster was het niet eens met de wijze van afwikkeling van de nalatenschap van haar moeder en ook niet met de benoeming van notaris mr. De W tot executeur. Klaagster heeft hierover verschillende (tucht)procedures gevoerd. Alle vorderingen en verzoeken van klaagster zijn afgewezen. 

3.3    Verweerster heeft nooit de belangen van klaagster behartigd zodat van belangenverstrengeling in de zin van gedragsregel 15 geen sprake is geweest of in de toekomst zal zijn. Het stond haar vrij om in procedures tegen klaagster zowel de belangen van de executeur als die van notaris mr. E te behartigen. 

3.4    Het verwijt dat mr. E e-mails van klaagster naar verweerster zou hebben doorgestuurd, wordt bij gebrek aan wetenschap betwist. De erfrechtprocedure(s) zijn op 25 maart 2025 geëindigd met het arrest van het hof Den Bosch, waarin het vonnis van de rechtbank van 5 maart 2023 is bekrachtigd. Daaruit volgt dat de woning uit de nalatenschap rechtsgeldig door de executeur is verkocht en door notaris mr. E is geleverd.  

Klachtonderdeel b)

3.5    Verweerster betwist dat zij een vonnis met privacygevoelige informatie aan mr. E heeft verstrekt of anderszins vertrouwelijke informatie over klaagster met notaris mr. E of derden heeft gedeeld. Mr. E was als betrokken notaris bij de levering van de woning uit de nalatenschap uit dien hoofde zelf al bekend met de zaak van klaagster. 

3.6    Klaagster heeft nagelaten om de door haar genoemde bijlage 2 bij het verweerschrift in de tuchtzaak tegen notaris mr. E in het geding te brengen. Het stond verweerster vrij om als bijlage bij het verweerschrift het geanonimiseerde vonnis in de zaak van klaagster van rechtspraak.nl. te overleggen. Ook mocht zij in het partijdig belang van haar cliënt in haar verweerschrift stellen dat dat vonnis door het gerechtshof was bekrachtigd.

 

4    BEOORDELING

Maatstaf

4.1    Deze zaak betreft een klacht tegen de advocaat van de wederpartij van klaagster. Voor alle advocaten geldt dat zij in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Niet voor niets is partijdigheid een belangrijke kernwaarde voor advocaten (artikel 10a Advocatenwet). Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is. Wel moeten zij voorkomen dat zij de belangen van de wederpartij onnodig en op ontoelaatbare wijze schaden. Advocaten mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen zij niet bewust onjuiste informatie verschaffen om daarmee de rechter te misleiden. Verder geldt dat advocaten ervan mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Tot slot hoeven zij in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken met de middelen waarvan zij zich bedienen, opweegt tegen het nadeel dat zij daarmee aan de wederpartij toebrengen.

4.2    De tuchtrechter toetst verder het aan de advocaat verweten handelen of nalaten aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen, waaronder de kernwaarden zoals omschreven in artikel 10a Advocatenwet. De tuchtrechter is niet gebonden aan de gedragsregels, maar die regels kunnen, gezien ook het open karakter van de norm van de in artikel 46 Advocatenwet genoemde behoorlijkheidsnorm, wel van belang zijn. Of sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen hangt af van de feitelijke omstandigheden en wordt door de tuchtrechter per geval beoordeeld.

4.3    De voorzitter zal de klacht aan de hand van deze maatstaf beoordelen.

Klachtonderdeel a)

4.4    Naar het oordeel van de voorzitter kan klaagster over de vermeende belangenverstrengeling tussen de twee cliënten van verweerster niet klagen bij gebrek aan eigen persoonlijk belang daarbij. De regels over belangenverstrengeling beogen de cliënten en voormalig cliënten van een advocaat te beschermen en niet hun wederpartij(en). In zoverre wordt klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in klachtonderdeel a). 

4.5    Voor het overige oordeelt de voorzitter de door klaagster in klachtonderdeel a) aan verweerster gemaakte verwijten kennelijk ongegrond. Klaagster heeft die verwijten onvoldoende concreet gemaakt, waardoor aan een mogelijk verwijtbaar handelen door verweerster een feitelijke grondslag ontbreekt. 

Klachtonderdeel b)

4.6    De juistheid van dit verwijt kan de voorzitter, tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door verweerster en omdat klaagster ter onderbouwing daarvan geen concrete stukken heeft overgelegd, niet vaststellen. Daarom wordt klachtonderdeel b) kennelijk ongegrond verklaard. 

 

BESLISSING

De voorzitter verklaart: 

Klachtonderdeel a) met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, deels kennelijk niet ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond, zoals hiervoor onder 4.4 en 4.5 overwogen;

Klachtonderdeel b), met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond.

 

Aldus beslist door mr. M.H. van der Lecq, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. M.M. Goldhoorn als griffier en uitgesproken in het openbaar op 7 april 2026.

Griffier         Voorzitter  

Verzonden op : 7 april 2026