Rechtspraak
Uitspraakdatum
07-04-2026
ECLI
ECLI:NL:TADRSHE:2026:46
Zaaknummer
25-556/DB/ZWB
Inhoudsindicatie
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch van 7 april 2026 in de zaak 25-556/DB/ZWB naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van discipline van 30 september 2025 op de klacht van:
klager
over:
verweerster
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Bij e-mail van 28 maart 2024 heeft klager het Hof van Discipline verzocht om te oordelen over de gang van zaken rondom de klacht tegen mr. R. De plaatsvervangend voorzitter van het Hof van Discipline heeft dit bericht van klager opgevat als een verzoek om de klacht tegen verweerster te verwijzen naar een andere deken. Bij beslissing van 14 november 2024 (kenmerk 240312) heeft de plaatsvervangend voorzitter van het Hof van Discipline de zaak verwezen naar de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Zeeland-West-Brabant.
1.2 Op 19 augustus 2025 heeft de raad het dossier met kenmerk K24-079 van de deken ontvangen.
1.3 Bij beslissing van 30 september 2025 heeft de voorzitter van de raad de klacht kennelijk ongegrond verklaard.
1.4 Bij e-mail van 30 oktober 2025 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.
1.5 Partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzet tijdens de zitting van de raad op 23 februari 2026. Verschenen zijn verweerster, bijgestaan door mr. B, stafjurist. Klager is niet verschenen.
1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de beslissing van de voorzitter is gebaseerd en van het verzetschrift.
2 FEITEN EN KLACHT
2.1 Voor een weergave van de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.
3 VERZET
3.1 De gronden van het verzet houden het volgende in: De voorzittersbeslissing is ongegrond omdat deze op onzorgvuldige en onrechtmatige wijze is tot stand gekomen en is gebaseerd op niet opportuun dekenstandpunt.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.
4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline: verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. V.E.J. Noelmans, voorzitter, mrs. J.A. Bloo, I.K. Decupere, leden, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber-van de Langenberg als griffier, en uitgesproken op 7 april 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 7 april 2026
