Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

30-03-2026

ECLI

ECLI:NL:TADRARL:2026:81

Zaaknummer

25-644/AL/MN

Inhoudsindicatie

Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Verzet ongegrond.

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden van 30 maart 2026 in de zaak 25-644/AL/MN

naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 10 november 2025 op de klacht van:

klaagster 

over

verweerder

 

1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1    Op 14 juni 2025 heeft klaagster bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Midden-Nederland (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.

1.2    Op 23 september 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk Z 2498156/FB van de deken ontvangen. 

1.3    Bij beslissing van 10 november 2025 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Op 20 november 2025 heeft klaagster verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. 

1.4    Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 2 februari 2026. Daarbij was de echtgenoot van klaagster als gevolmachtigde van klaagster aanwezig. Verweerder is met kennisgeving niet verschenen. 

1.5    De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift. Ook heeft de raad kennisgenomen van de brief van verweerder van 15 januari 2026.

 

2    VERZET

2.1    De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in:

I)    De voorzitter heeft ten onrechte overwogen dat verweerder mocht afgaan op de informatie van zijn cliënt. Er waren namelijk wel degelijk uitzonderlijke omstandigheden waardoor verweerder niet had mogen volstaan met het volgen van het standpunt van zijn cliënt; op de boot was conservatoir beslag en de eigendom van de boot werd expliciet betwist.  

II)    Verweerder heeft meegewerkt aan frustratie van het beslagrecht. De voorzitter heeft in zijn beslissing miskend dat ook het tuchtrecht ziet op het schenden van fundamentele rechtsbeginselen, zoals het respecteren van door de rechter opgelegde beslagmaatregelen.

III)    De voorzitter heeft ten onrechte overwogen dat de belangen van klaagster niet zijn geschaad. Dit is juridisch en feitelijk onjuist. 

IV)    De voorzitter heeft de klacht ten onrechte als louter civielrechtelijk aangemerkt. De gedragingen van verweerder vallen volledig binnen het bereik van artikel 46 Advocatenwet. Zij raken namelijk direct aan de kernwaarden integriteit, onafhankelijkheid en respect voor de rechtsorde.

2.2    Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klaagster in verzet niet op. 

 

3    FEITEN EN KLACHT

3.1    Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter. 

 

4    BEOORDELING

4.1    Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.

4.2    De raad is van oordeel dat de door klaagster aangevoerde verzetgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.

4.3    Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren. 

 

BESLISSING

De raad van discipline:

-    verklaart het verzet ongegrond.

 

Aldus beslist door mr. J.U.M. van der Werff, voorzitter, mrs. P.Th. Mantel en E.M.G. Pouls, leden, bijgestaan door mr. W.E. Markus-Burger als griffier en uitgesproken in het openbaar op 30 maart 2026.

Griffier    Voorzitter

 

Verzonden op : 30 maart 2026