Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

23-03-2026

ECLI

ECLI:NL:TADRAMS:2026:75

Zaaknummer

25-530/A/A

Inhoudsindicatie

Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam van 23 maart 2026 in de zaak 25-530/A/A  naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van discipline van 10 november 2025 op de klacht van:

klager

over:

verweerster

1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE 1.1    Op 4 september 2024 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster. 1.2    Op 7 augustus 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2372821/JS/AS van de deken ontvangen.  1.3    Bij beslissing van 10 november 2025 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) met toepassing van artikel 46j Advocatenwet klachtonderdelen a), c), d), e) en f) kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en klachtonderdeel b) kennelijk ongegrond verklaard. Deze beslissing is op (eveneens) 10 november 2025 verzonden aan partijen. 1.4    Op 8 december 2025 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. De raad heeft het verzetschrift op 8 december 2025 ontvangen. 1.5    Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 9 februari 2025. Daarbij waren klager en de heer P aanwezig en verweerster met een kantoorgenoot.   1.6    De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift. Ook heeft de raad kennisgenomen van de door klager op 27 januari 2026 nagezonden stukken.  

2    VERZET 2.1    De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in: 2.2    Klager vindt de beslissing van de voorzitter onbegrijpelijk. Klager heeft gemotiveerd toegelicht waarom hij meent dat tot geen andere conclusie kan worden gekomen, dan dat de voorzitter het zichzelf gemakkelijk dacht te maken, door voorbij te gaan aan de door klager en de heer P geformuleerde klachten en zo een korte beslissing te schrijven, waarmee verweerster in bescherming wordt genomen. 

3    FEITEN EN KLACHT 3.1    Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter. 

4    BEOORDELING

4.1    Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten. 4.2    De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.  4.3    Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren. 

BESLISSING De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.

Aldus beslist door mr. J.J. Roos, voorzitter, mrs. L.C. Dufour en R. Vos, leden, bijgestaan door mr. N. Borgers-Abu Ghazaleh als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 23 maart 2026.

Griffier    Voorzitter

Verzonden op: 23 maart 2026