Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

30-03-2026

ECLI

ECLI:NL:TADRAMS:2026:66

Zaaknummer

26-128/A/A

Zaaknummer

26-129/A/A

Inhoudsindicatie

Voorzittersbeslissing. Klachten over de eigen advocaten kennelijk ongegrond. Het stond verweerders vrij de opdracht niet aan te nemen. Niet gebleken dat zij het dossier onvoldoende hebben bijgehouden.

Uitspraak

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam van 30 maart 2026 in de zaken 26-128/A/A en 26-129/A/A

naar aanleiding van de klacht van:

  klager

over:

verweerster (zaaknummer: 26-128/A/A)

en 

verweerder (zaaknummer: 26-129/A/A)

De voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) van 18 februari 2026 met kenmerk 2453619 en 2535801/EvR/FS en van de op de inventaris genoemde bijlagen. 

1    FEITEN Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten. 1.1    Verweerders hebben klager bijgestaan in een rijbewijskwestie en Wvggz-zaken.  1.2    Bij beschikking van 30 juni 2023 heeft de rechtbank een zorgmachtiging verleend ten aanzien van klager. Daarin wordt melding gemaakt van elektroschokken die klager meent te ervaren nadat de medicatie tegen psychotische klachten werd afgebouwd.  1.3    Klager heeft verweerders op een later moment verzocht om een procedure te starten tegen Stedin en/of de gemeente vanwege de elektroschokken die hij meende te ervaren in zijn huis. Verweerders hebben gesteld geen actie tegen Stedin of de gemeente te kunnen/willen ondernemen en dat zij, net als de GGZ-deskundigen, van mening zijn dat de elektroschokken komen door klagers psychische toestand. 1.4    Op 4 februari 2025 heeft klager bij de deken klachten ingediend over verweerders. 1.5    Op 17 april 2025 heeft klager verzocht om zijn dossier. Verweerders hebben het dossier op 25 april 2025 aan hem verzonden. Daar zaten de SMS- en WhatsApp-berichten niet bij. 1.6    Op 15 juli 2025 heeft klager zijn klachten verduidelijkt en aangevuld. 1.7    Op 19 november 2025 heeft klager bij de deken aanvullende klachten ingediend over verweerders.

2    KLACHT 2.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerders tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerders het volgende.  a)    Verweerders hebben klager niet goed doorverwezen naar een advocaat die hem kan helpen met een procedure tegen Stedin en/of de gemeente vanwege de ervaren elektroschokken in zijn woning; b)    Verweerders hebben niet volledig de mogelijkheden van de Nederlandse wet gebruikt. Klager had verwacht een goede doorverwijzing te krijgen, maar in plaats daarvan is hij doorverwezen naar de GGZ; c)    Verweerders hebben klagers dossier onvoldoende bijgehouden. Zo ontbreken WhatsApp- en sms-berichten, diverse poststukken die klager heeft verzonden en gespreksnotities.

3    VERWEER 3.1    Verweerders hebben gezamenlijk verweer gevoerd tegen de klacht. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

4    BEOORDELING Toetsingskader 4.1    Deze klacht gaat over de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat. Er is sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen als de kwaliteit van de door de advocaat geleverde diensten duidelijk onder de maat is geweest. De tuchtrechter houdt bij de beoordeling rekening met de vrijheid die een advocaat heeft bij de wijze waarop hij een zaak behandelt. Ook houdt de tuchtrechter rekening met de keuzes waar een advocaat bij de behandeling van de zaak voor kan komen te staan. Die (keuze)vrijheid is niet onbeperkt, maar wordt begrensd door bepaalde eisen die aan het werk van de advocaat worden gesteld. Als algemene professionele standaard geldt dat de advocaat te werk moet gaan zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot mag worden verwacht. Klachtonderdeel a) 4.2    Verweerders hebben toegelicht geen kansen te zien in een procedure tegen Stedin en/of de gemeente, omdat de elektroschokken die klager meent te ervaren aldus de GGZ-deskundigen voortkomen uit zijn psychische toestand. Dat wordt ook als zodanig bevestigd in de beschikking van de rechtbank van 30 juni 2023. Het stond verweerders dan ook vrij om deze opdracht niet aan te nemen. Van advocaten wordt verwacht dat zij geen zaken aannemen waarin zij geen kans op succes zien. Gelet op het voorgaande ziet de voorzitter ook geen reden waarom verweerders klager hadden moeten doorverwijzen naar een andere advocaat. Het stond klager overigens vrij om zelf andere advocaten te benaderen. Klachtonderdeel a) is kennelijk ongegrond. Klachtonderdeel b) 4.3    Klager heeft onvoldoende duidelijk gemaakt wat hij verweerders op dit klachtonderdeel precies verwijt. Kennelijk hangt dit samen met het niet willen starten van een procedure of het doorverwijzen van klager naar een andere advocaat. De voorzitter verwijst op dat punt naar het oordeel bij klachtonderdeel a). Klachtonderdeel b) is kennelijk ongegrond. Klachtonderdeel c) 4.4    Het is de voorzitter niet gebleken dat het dossier onvoldoende is bijgehouden door verweerders. In reactie op de klacht hebben verweerders toegelicht dat de WhatsApp- en sms-berichten op 25 april 2025 niet zijn meegezonden, omdat klager daar zelf al over beschikt. Wel is aangeboden om deze alsnog op zijn verzoek te versturen. De voorzitter kan dan ook niet vaststellen dat verweerders niet meer beschikken over deze berichten. Wat betreft de post die zou ontbreken, klager heeft niet geconcretiseerd om welke post dat dan zou gaan. Dat geldt ook voor de gespreksnotities. Bij gebrek aan een feitelijke onderbouwing van de klacht, kan ook dit niet leiden tot een gegronde tuchtklacht. Klachtonderdeel c) is kennelijk ongegrond. Conclusie 4.5    De voorzitter zal de klachten, met toepassing van artikel 46j van de Advocatenwet, kennelijk ongegrond verklaren.   BESLISSING De voorzitter verklaart de klachten, met toepassing van artikel 46j van de Advocatenwet, kennelijk ongegrond.

Aldus beslist door mr. M.V. Ulrici, voorzitter, bijgestaan door mr. M.A.A. Traousis als griffier en uitgesproken in het openbaar op 30 maart 2026.

Griffier         Voorzitter

Verzonden op: 30 maart 2026