Rechtspraak
Uitspraakdatum
23-03-2026
ECLI
ECLI:NL:TADRSGR:2026:63
Zaaknummer
25-653/DH/DH
Inhoudsindicatie
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een arbeidsconflict. Verweerster mocht de managementversie van het belastbaarheidsonderzoek (zonder toestemming van klager) gebruiken in het kort geding. Verweerster mocht in het kader van de procedure bij het UWV en als belangenbehartiger van de werkgever ook kennisnemen van de volledige/medische versie van het rapport. Geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 23 maart 2026 in de zaak 25-653/DH/DH naar aanleiding van de klacht van:
klager
over
verweerster gemachtigde
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE 1.1 Op 7 mei 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster. 1.2 Op 25 september 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K113 2025 van de deken ontvangen. 1.3 De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 9 februari 2026. Daarbij waren klager, alsmede verweerster en haar gemachtigde aanwezig. 1.4 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van de op de bijbehorende inventarislijsten genoemde bijlagen. Ook heeft de raad kennisgenomen van de e-mail met bijlagen van klager van 8 oktober 2025 en de e-mails met bijlage van de gemachtigde van verweerster van 14 oktober 2025 en 25 januari 2026.
2 FEITEN 2.1 Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten. 2.2 Klager heeft zich op 16 maart 2023 ziekgemeld bij zijn werkgever. 2.3 Een psychologisch adviesbureau (hierna: het adviesbureau) heeft in december 2023 en januari 2024 een multidisciplinair belastbaarheidsonderzoek gedaan. Het adviesbureau heeft in februari 2024 gerapporteerd. Van het rapport bestaan twee versies: een integrale versie en een managementversie. In laatstgenoemde versie zijn medische en privé gerelateerde gegevens verwijderd. In beide versies van het rapport is opgenomen: “1. Gebruik van de Rapportage (…) De informatie gegeven in deze onderzoeksrapportage (...) dient alleen gericht te zijn op het verkrijgen van inzichten ter verdere verbetering en ontwikkeling van het gezond en effectief functioneren in het kader van re-integratie zoals past bij periode van ziekteverzuim. Een deel van de rapportage bevat informatie met een hoog privacy gehalte waaronder medische informatie. Dit deel is in de vorm van een “volledige versie” alleen met toestemming van de cliënt ter beschikking te stellen aan de (bedrijfs-)arts en te zien als eigendom van de cliënt. 2. Vertrouwelijkheid & Toestemmingsprocedure (…) Bij de goedkeuring van de definitieve rapportage zal deze worden verstrekt aan de op het voorblad aangegeven betrokken partijen onder de conditie strikt persoonlijk en vertrouwelijk. Aan de werkgever zal een managementversie van de rapportage worden verstrekt. Binnen deze rapportage zijn medische en privé gerelateerde gegevens verwijderd. (…) De volledige rapportage is bedoeld voor cliënt en het medisch dossier. Zonder expliciete toestemming van cliënt is het niet toegestaan de rapportage te delen met derden. Daarnaast dient er bij verzending aan derden eveneens akkoord gevraagd te worden aan [het adviesbureau]. Het verzenden van het rapport als onderdeel van het medisch dossier aan UWV is daarvan vrijgesteld.” 2.4 Op 7 november 2024 is klager een kort geding gestart tegen de werkgever, strekkende tot wedertewerkstelling van klager bij de werkgever. Verweerster staat de werkgever bij. 2.5 Op 19 november 2024 heeft een medewerker van het adviesbureau aan de werkgever van klager onder meer geschreven: “Op 18 november jl. ontving ik uw mail waarin u aangeeft voornemens te zijn de management rapportage naar aanleiding van het belastbaarheidsonderzoek (…) te willen gebruiken in een juridische procedure. Op basis van eveneens ontvangen schrijven van [klager], dd. 19 november, maak ik op dat hij niet akkoord is met het gebruik van deze rapportage door u in deze. Ik kan dan ook, mede op basis van hetgeen ik nu aan informatie heb en de in het rapport geduide regels t.a.v. het gebruik van de rapportage, geen toestemming geven voor het gebruik hiervan in deze context.” 2.6 Verweerster heeft de managementversie van het onder 2.3 genoemde rapport als productie bij haar conclusie van antwoord ingediend bij de rechtbank. In haar conclusie van antwoord schrijft zij verder: “Conflict 23. (…) De [werkgever] erkent dat de onderlinge verhouden niet optimaal zijn en is van mening dat, naast wat de deskundigen aangeven in het verzuimtraject, ook sprake is van een dusdanige verstoring in de arbeidsrelatie dat ook om die reden werkhervatting niet mogelijk is zolang de arbeidsverhoudingen niet zijn genormaliseerd.” 2.7 Bij vonnis in kort geding van 5 december 2024 heeft de kantonrechter de vorderingen van klager afgewezen. In het vonnis staat onder meer: “4.6. Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat uit de verklaringen over en weer naar voren is gekomen dat de verhouding tussen partijen op dit moment zodanig verstoord is, dat voorshands aannemelijk is dat dit re-integratie van [klager] in zijn eigen werk (of ander passend werk bij [werkgever]) in de weg staat (…).” 2.8 Bij besluit van 28 maart 2025 heeft het UWV klager deels arbeidsongeschikt verklaard. 2.9 Op 14 april 2025 heeft verweerster namens de werkgever pro forma bezwaar ingesteld tegen het besluit van het UWV. Zij heeft het UWV verzocht op korte termijn een afschrift te sturen van de relevante stukken in de kwestie waaronder de medische gegevens. 2.10 Op 17 april 2025 is er contact geweest tussen verweerster en bedrijfsarts S. 2.11 Op 22 april 2025 heeft een medewerker van het adviesbureau aan klager geschreven: “N.a.v. uw contact en de daarin door u uitgesproken zorgen benadrukken wij nogmaals dat het door ons opgestelde rapport (de volledige/medische versie) met uw akkoord en onder medisch geheim is gedeeld met de bedrijfsarts en met uw goedvinden ter onderbouwing van uw belastbaarheid gedeeld mag worden met de verzekeringsarts UWV ter verdere bepaling van beperkingen. Het is expliciet niet de bedoeling gegevens in deze versie te delen met werkgever/anderen tenzij u daar schriftelijk toestemming voor geeft en bij voorkeur ons op de hoogte stelt van het feit dat een andere partij deze gegevens ook in kan zien.” 2.12 Op 22 april 2025 heeft klager vervolgens aan verweerster onder meer geschreven: “Tevens meldde het UWV mij vandaag, 22 april 2025, dat u het integrale belastbaarheidsonderzoek dat [het adviesbureau] in januari 2023 afnam heeft opgevraagd bij het UWV. Ik heb daar bij zowel UWV als [het adviesbureau] bezwaar tegen aangetekend. Ik wil dan ook niet dat u dit persoonlijke onderzoek voor dit doeleinde of welk ander doel dan ook leest, inzet of gebruikt. In het onderzoek is duidelijk aangegeven dat dit niet met derden mag worden gedeeld zonder uitdrukkelijke toestemming van de werknemer. Die toestemming krijgt u van mij niet.” 2.13 Op 8 mei 2025 heeft verweerster het concept bewaarschrift naar de werkgever (haar cliënt) gestuurd. Verweerster schrijft in haar e-mail dat zij in het bezwaarschrift ook ingaat op de medische stukken, wat betekent dat zij niet alle onderdelen van het bezwaar aan de werkgever kan voorleggen omdat de werkgever anders via die route alsnog kennis zou kunnen nemen van de inhoud van de medische stukken. De bijlage bij de e-mail heeft de bestandsnaam ‘Bezwaarschrift […] zonder medische gegevens’. 2.14 Op 12 mei 2025 heeft verweerster per e-mail aan klager toegelicht waarom zij de stukken heeft opgevraagd, dat zij ook de (volledige/medische) rapportage van het adviesbureau heeft ontvangen en dat zij de medische stukken niet met de werkgever heeft gedeeld. Zij heeft verder toegelicht dat zij ook de inhoud van de bij het UWV ingediende bezwaargronden – voor zover medisch van aard – niet met de werkgever heeft gedeeld. Verweerster heeft de bezwaargronden, zoals zij die naar het UWV heeft gestuurd, bij haar bericht gevoegd. Verweerster is in de bezwaargronden ook ingegaan op het rapportage van het adviesbureau.
3 KLACHT 3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerster het volgende: a) Verweerster heeft bij het UWV de uitgebreide versie van het medisch dossier opgevraagd, inclusief de volledige rapportage van het belastbaarheidsonderzoek van het adviesbureau, terwijl hierop een geheimhoudingsplicht rust en duidelijk in deze rapportage staat vermeld dat deze niet met derden mag worden gedeeld en de vereiste toestemming voor het opvragen van deze rapportage niet was verleend. b) Verweerster heeft in het kort geding namens haar cliënt de managementversie van de rapportage van het belastbaarheidsonderzoek ingebracht, terwijl in de betreffende rapportage staat vermeld dat deze niet met derden mag worden gedeeld en zij viermaal gewaarschuwd was dat zij deze niet zonder toestemming van klager en het adviesbureau mocht inbrengen in de kortgedingprocedure. c) Verweerster heeft de rechtbank onjuist geïnformeerd door te stellen dat er geen arbeidsconflict is. d) Verweerster heeft in verband met het bezwaar van haar cliënt tegen de beslissing van het UWV de bedrijfsarts benaderd en 1) deze onder druk gezet om de diagnose te herzien, 2) hem van onjuiste informatie voorzien over het vonnis in kort geding en 3) hem beledigd. 3.2 Klager heeft toegelicht dat het rapport van het adviesbureau is opgesteld op basis van het reglement van het adviesbureau, dat door partijen (waaronder ook de werkgever) geaccordeerd is. Klager wijst op de artikelen 1 en 2 van de belastbaarheidsrapportage. Het rapport had nooit zo gebruikt mogen worden zoals het is gebruikt. Klager stelt dat verweerster tijdens de zitting in kort geding uit het belastbaarheidsonderzoek heeft geciteerd, waardoor in het bijzijn van (zeven) derden vertrouwelijke medische informatie over klager werd gedeeld.
4 VERWEER 4.1 Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd. 4.2 Klachtonderdeel a) Verweerster stelt dat zij op grond van artikel 105 WIA als advocaat de medische stukken mag opvragen en ontvangen. Zij heeft niet expliciet de belastbaarheidsrapportage van het adviesbureau opgevraagd, maar heeft het rapport wel van het UWV ontvangen. Verweerster beschikt rechtmatig over het stuk. Verweerster heeft noch het rapport noch de inhoud van de bezwaargronden, voor zover medisch van aard, met de werkgever gedeeld. 4.3 Klachtonderdeel b) Om het standpunt van de werkgever in het kort geding te kunnen onderbouwen, heeft verweerster de managementversie van het rapport ingebracht. Verweerster stelt dat alleen toestemming van klager en het adviesbureau nodig is voor het delen van de volledige (medische) versie van het rapport. Verweerster beschikte op dat moment alleen over de managementversie. Zelfs als toestemming hiervoor nodig zou zijn, meent verweerster dat het haar is toegestaan dit rapport namens de werkgever in te brengen, omdat het noodzakelijk was om verweer te kunnen voeren en de belangen van de werkgever te kunnen behartigen in de door klager gestarte procedure. 4.4 Klachtonderdeel c) Het is aantoonbaar onjuist dat verweerster de rechtbank onjuist zou hebben geïnformeerd door te stellen dat er geen arbeidsconflict is. Verweerster wijst op punt 23 van haar conclusie van antwoord, waarin wordt gesteld dat de werkgever erkent dat de onderlinge verhoudingen niet optimaal zijn en dat sprake is van een dusdanige verstoring in de arbeidsrelatie dat ook om die reden werkhervatting niet mogelijk is zolang de arbeidsverhoudingen niet zijn genormaliseerd. 4.5 Klachtonderdeel d) Verweerster is op 17 april 2025, gezamenlijk met haar cliënt, in overleg getreden met de bedrijfsarts. Dit had betrekking op een zogeheten ’26-wekenverklaring’ (artikel 7:669 lid 3 onder a BW) die is vereist bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst na langdurige arbeidsongeschiktheid. Klager was bij dit overleg niet aanwezig. Verweerster heeft de bedrijfsarts vragen gesteld naar aanleiding van zijn professionele standpunt. De bedrijfsarts had plotseling zijn (medische) standpunt gewijzigd. Dan mag van hem worden verwacht dat hij dat naar aanleiding van gestelde vragen nader toelicht, wat ook is gebeurd. De bedrijfsarts heeft in het gesprek niet aangegeven dat hij zich tijdens het gesprek onder druk gezet of beledigd heeft gevoeld. Verweerster heeft de bedrijfsarts niet onjuist geïnformeerd. 4.6 De raad zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
5 BEOORDELING Toetsingskader 5.1 Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor alle advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie te controleren. Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij aan de wederpartij toebrengen. Klachtonderdelen a) en b) – het opvragen en gebruiken van het belastbaarheidsrapport 5.2 Deze verwijten zien op het door verweerster 1) indienen c.q. gebruiken van de managementversie in de kort geding procedure en 2) opvragen en gebruiken van de volledige/medische versie van het belastbaarheidsrapport in de UWV-procedure. Klager wijst daarbij steeds op de artikelen 1 en 2 die zowel in de volledige als in de managementversie van het rapport zijn opgenomen. In die artikelen wordt ingegaan op het gebruik en de vertrouwelijkheid van (de verschillende versies van) het rapport. 5.3 Uit de artikelen 1 en 2 begrijpt de raad dat klager en de bedrijfsarts destijds een volledige versie (inclusief medische en privé gerelateerde gegevens) hebben ontvangen. Deze volledige versie is bedoeld voor klager en het medisch dossier en mag zonder expliciete toestemming van klager en het adviesbureau niet worden gedeeld met derden. Daarbij is vermeld dat het verzenden van het rapport als onderdeel van het medisch dossier aan het UWV daarvan is vrijgesteld. De werkgever heeft deze volledige versie niet ontvangen. Aan de werkgever is een managementversie van het rapport verstrekt. Uit deze managementversie van het rapport zijn medische en privé gerelateerde gegevens van klager verwijderd. 5.4 Verweerster heeft de managementversie van het rapport van de werkgever, haar cliënt, ontvangen en gebruikt in het kort geding. De raad is van oordeel dat verweerster die versie van het rapport mocht gebruiken in het kort geding. Zij had daarvoor geen toestemming van klager of het adviesbureau nodig. De clausule in de artikelen 1 en 2 over gebruik en vertrouwelijkheid ziet naar het oordeel van de raad alleen op de volledige versie van het rapport. Alleen voor die versie is toestemming van klager nodig voor verspreiding en/of gebruik. Voor het gebruik van de managementversie was geen toestemming nodig. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is geen sprake. Klachtonderdeel b) is daarmee ongegrond. 5.5 Verweerster heeft de volledige versie van het rapport, dus inclusief medische en privacygevoelige informatie, in april 2025 van het UWV gekregen. Verweerster heeft de stukken, waaronder ook de medische stukken, op grond van artikel 105 WIA opgevraagd. Bij die stukken zat ook de volledige versie van het belastbaarheidsrapport. Het opvragen van deze stukken is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Artikel 2 van de rapporten vermeldt uitdrukkelijk dat het verzenden van het rapport als onderdeel van het medisch dossier aan het UWV is vrijgesteld van – kort gezegd – de toestemmingsprocedure. Voor het delen van de volledige rapportage met derden is de expliciete toestemming van klager en het adviesbureau nodig. Omdat de volledige rapportage onderdeel uitmaakte van het dossier bij het UWV, mocht verweerster daar als belangenbehartiger van de werkgever kennis van nemen en was toestemming van klager of het adviesbureau niet nodig. 5.6 Dat verweerster in het bezwaarschrift ook op de medische stukken is ingegaan, is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, integendeel: het wordt van haar verwacht. De bij artikel 105 WIA behorende wetsgeschiedenis (memorie van toelichting, Kamerstukken II, 2004/05, 30034, nr. 3) vermeldt onder meer het volgende: “Wanneer door de werknemer geen toestemming wordt gegeven, heeft de werkgever geen recht op inzage in, kennisname van of toezending van stukken met medische gegevens van de werknemer en mogen deze stukken bij de behandeling van het bezwaar ook niet aan hem worden verstrekt. [Het huidige artikel 105 WIA] houdt een regeling in dat bij het ontbreken van toestemming, de stukken die medische gegevens bevatten wel mogen worden ingezien respectievelijk ter kennis mogen komen van een gemachtigde van de werkgever. Verzending van stukken geschiedt dan ook aan die gemachtigde en niet aan de werkgever zelf. Voor de advocaat gelden tuchtrechtelijke waarborgen die voorkomen dat deze gemachtigden de medische gegevens aan anderen, waaronder de werkgever, verstrekken. Met de regeling van de inzage en kennisname door, respectievelijk toezending aan de gemachtigde van de werkgever, kan niet worden volstaan. Immers op de verstrekte gegevens zal zowel bij de voorbereiding van de beslissing als bij het instellen of de behandeling van het bezwaar gereageerd moeten kunnen worden. Het spreekt voor zich dat voorkomen moet worden dat langs deze weg de betreffende gegevens alsnog bij de werkgever terecht zullen komen. Om die reden is in het tweede lid van dit artikel bepaald dat de gemachtigde van de werkgever, bij de voorbereiding van de medische beschikking, alsmede bij het opstellen van een bezwaar, dan wel de behandeling van het bezwaar, een en ander voor zover betrekking hebbend op medische gegevens, in de plaats treedt van de werkgever. In de praktijk zal dit betekenen dat, indien geen toestemming is gegeven, de op de zaak betrekking hebbende stukken zullen moeten worden gesplitst in twee delen: een deel met stukken zonder en een deel met stukken met medische gegevens. Het deel van het dossier dat geen betrekking heeft op medische gegevens zal in bezwaar aan de werkgever ter beschikking kunnen worden gesteld. Het medische deel zal uitsluitend aan de gemachtigde worden verstrekt. Het geven van een inhoudelijke reactie op deze stukken is eveneens voorbehouden aan deze gemachtigde.” 5.7 Dat verweerster medische gegevens, waaronder de volledige versie van het belastbaarheidsonderzoek, of het medische deel van de bezwaargronden met de werkgever heeft gedeeld, blijkt niet uit het klachtdossier. Sterker nog, de raad acht aannemelijk dat zij dat niet heeft gedaan. Ook klachtonderdeel a) is daarom ongegrond. Klachtonderdeel c) – onjuist informeren 5.8 Klager stelt dat verweerster de rechtbank tijdens het kort geding onjuist heeft geïnformeerd door te stellen dat er geen arbeidsconflict is. Hoewel verweerster het woord arbeidsconflict kennelijk niet letterlijk heeft gebruikt, heeft zij in de conclusie van antwoord wel vermeld dat sprake is van een dusdanige verstoring in de arbeidsrelatie dat ook om die reden werkhervatting niet mogelijk was. Van het onjuist informeren van de rechtbank is de raad dan ook niet gebleken. Dit verwijt is ongegrond. Klachtonderdeel d) – contact met de bedrijfsarts 5.9 Klager maakt verweerster verwijten over het gesprek tussen verweerster en de bedrijfsarts op 17 april 2025. Klager baseert zijn klacht op informatie die hij (mondeling) van de bedrijfsarts heeft ontvangen. Schriftelijke stukken, waaronder bijvoorbeeld een verklaring van de bedrijfsarts, ontbreken. Verweerster heeft het verwijt gemotiveerd betwist. De raad kan de juistheid van het verwijt daarmee niet vaststellen. Zelfs als de bedrijfsarts als getuige was gehoord, wat klager wenste, zou de raad de juistheid van het verwijt niet hebben kunnen vaststellen. Het zou immers het woord van de bedrijfsarts tegenover het woord van verweerster zijn geweest. Dit klachtonderdeel is daarom ongegrond. Tot slot 5.10 Klager heeft in zijn aanvulling van 8 oktober 2025 nog aangegeven dat verweerster, namens de werkgever, in strijd met de overeenkomst (zoals opgenomen in het belastbaarheidsrapport) heeft gehandeld door klager elke vorm van re-integratie dan ook te ontnemen en bij het UWV voor 100% afkeuring te pleiten, terwijl het onderzoek daar expliciet niet voor bedoeld is. Klager maakt verweerster voor het eerst in deze aanvulling een verwijt over het door verweerster namens de werkgever ingenomen standpunt. Voor zover de klacht hiermee wordt aangevuld, geldt dat dit op gespannen voet staat met artikel 46c Advocatenwet. Daarin is bepaald dat klachten worden ingediend bij de deken en dat die daarnaar onderzoek doet. De raad zal dit punt daarom verder buiten beschouwing laten.
BESLISSING De raad van discipline verklaart de klacht in alle onderdelen ongegrond.
