Rechtspraak
Uitspraakdatum
23-03-2026
ECLI
ECLI:NL:TADRARL:2026:67
Zaaknummer
25-399/AL/MN
Inhoudsindicatie
ongegrond verzet
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden
van 23 maart 2026
in de zaak 25-399/AL/MN
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 18 augustus 2025 op de klacht van:
klager
over
verweerder
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Bij brief van 13 september 2024, ontvangen op 9 oktober 2024. heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Midden-Nederland (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.
1.2 Op 17 juni 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk Z 2382741/MK van de deken ontvangen.
1.3 Bij beslissing van 18 augustus 2025 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Bij brief gedateerd 10 september 2025, ontvangen op 16 september 2025, heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.
1.4 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 23 februari 2026 . Daarbij waren klager (digitaal) en verweerder aanwezig.
1.5 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift .
2 VERZET
2.1 De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in:
de beslissing van de voorzitter is in strijd met de wet en gebaseerd op onjuiste feiten en stellingnames, een en ander zoals klager uitgebreid heeft toegelicht in zijn verzetschrift van 25 december 2025 met bijlagen.
2.2 Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet niet op.
3 FEITEN EN KLACHT
Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.
4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren. Het eerst ter zitting geformuleerde verzoek tot toekenning van schadevergoeding is door klager tardief gedaan zodat daarover niet zal worden geoordeeld.
BESLISSING
De raad van discipline:
- verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. M.H. van der Lecq, voorzitter, mrs. M. Lont en H.K. Scholtens, leden, bijgestaan door mr. M.M. Goldhoorn als griffier en uitgesproken in het openbaar op 23 maart 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 23 maart 2026
