Rechtspraak
Uitspraakdatum
23-03-2026
ECLI
ECLI:NL:TADRSHE:2026:41
Zaaknummer
25-026/DB/ZWB
Inhoudsindicatie
Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch van 23 maart 2026
in de zaak 25-026/DB/ZWB
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van discipline van 24 maart 2025 op de klacht van:
klager
over:
verweerder
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 23 juni 2024 heeft klager tegen verweerder een klacht ingediend bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Zeeland-West-Brabant (hierna: “de deken”).
1.2 Op 13 januari 2025 heeft de raad het dossier van de deken ontvangen.
1.3 Op 27 januari 2025 heeft klager verzocht om de wraking van de voorzitter van de raad. De wrakingskamer van de raad van discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden, als plaatsvervanger van de wrakingskamer van de raad van discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch, heeft bij beslissing van 24 februari 2025 (ECLI:NL:TADRARL:2025:50) het verzoek tot wraking kennelijk ongegrond verklaard.
1.4 Op 25 februari 2025 heeft klager opnieuw verzocht om de wraking van de voorzitter van de raad. De plaatsvervangend griffier heeft namens de voorzitter van de raad van discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden, als plaatsvervanger van de wrakingskamer van de raad van discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch, bij brief van 3 maart 2025 aan klager medegedeeld dat het wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen en dat ook een volgend verzoek om wraking in deze klachtzaak niet in behandeling wordt genomen.
1.5 Bij beslissing van 24 maart 2025 heeft de voorzitter van de raad de klacht kennelijk ongegrond verklaard.
1.6 Bij e-mail van 16 april 2025 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.
1.7 Partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzet tijdens de zitting van de raad op 8 september 2025. De samenstelling van de raad die het verzet op 8 september 2025 behandelt, is aan partijen kenbaar gemaakt.
1.8 Op 3 augustus 2025 heeft klager verzocht om de wraking van de (plaatsvervangend) voorzitter van de raad. De wrakingskamer van de raad van discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden, als plaatsvervanger van de wrakingskamer van de raad van discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch, heeft bij beslissing van 13 oktober 2025 (ECLI:NL:TADRARL:2025:225) geoordeeld dat het verzoek tot wraking niet in behandeling wordt genomen.
1.9 Partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzet tijdens de zitting van de raad op 9 februari 2026. Verschenen is verweerder. Klager is niet verschenen.
1.10 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de beslissing van de voorzitter is gebaseerd, van het verzetschrift en van de nagekomen e-mail van klager van 9 februari 2026. Het in klagers e-mail van 9 februari 2026 vermelde verzoek tot veroordeling van de Staat der Nederlanden tot betaling van een schadevergoeding aan klager wordt niet in behandeling genomen. Klager heeft dit verzoek op geen enkele wijze onderbouwd en de raad is ter zake overigens ook niet bevoegd.
2 FEITEN EN KLACHT
2.1 Voor een weergave van de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.
3 VERZET
3.1 De gronden van het verzet houden het volgende in:
De voorzitter heeft onvoldoende rekening gehouden met de relevante feiten en omstandigheden van het geval en de relevante gedragsregels en heeft nieuwe feiten en omstandigheden niet meegewogen. De voorzitter heeft onrechtmatig gehandeld door klagers verzoek om meer stukken in te dienen af te wijzen. Verweerder heeft onvoldoende verweer gevoerd.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.
4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline:
verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. J.M.H. Schoenmakers, voorzitter, mrs. A.A.T. van Ginderen, S.M.P.T. Ruijs-Kreté, leden, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber-van de Langenberg als griffier, en uitgesproken op 23 maart 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 23 maart 2026
